maandag 12 december 2016

Ontspullen


Meer door minder is de trend, althans bij een kleine groep mensen. Zij proberen minder spullen aan te schaffen of te ontspullen, zoals dat ook wel wordt genoemd,  want als je niet uitkijkt komt je hele huis, maar ook de zolder, schuur of garage vol spullen te staan die je ooit nog weleens nodig denkt te hebben.  Dan denk je eigenlijk vanuit het tekort…  je weet tenslotte maar nooit wanneer je deze nodig zou kunnen hebben.

Mijn ervaring is echter dat je veel van deze spullen later alsnog wegdoet, omdat je ze toch niet echt  gebruikt of nodig hebt. Sterker nog, veel spullen in huis veroorzaakt juist veel ruis en rommel. Bovendien moet je al die spullen ook nog regelmatig ordenen en schoonmaken. We verwachten dat onze bezittingen ons geluk brengen, maar in de praktijk blijkt eerder het tegendeel: te veel spullen kunnen als een ballast voelen.  Bovendien leiden ze af van de dingen die er in het leven echt toe doen, zoals goede gesprekken, vriendschappen en samen zijn.

Behalve dat het organiseren, vervangen en schoonmaken van al die spullen veel tijd kost, groeit je huis of schuur  hierdoor ook snel dicht, want er komt telkens eerder weer wat bij dan dat er weg gaat. Er zijn  niet voor niets diverse tv-  programma’s over huizen die van beneden tot boven  volgestouwd  zijn. Dat is natuurlijk wel extreem, maar als je niet uitkijkt heb je meer last dan plezier van je spullen.  En vooral goedkope rommel en hebbedingetjes worden gemakkelijk het huis in gesleept, want het kost toch bijna niets en wie weet komt het nog eens van pas!

Bovendien trekt rommel rommel aan. Voordat je er erg in hebt liggen niet alleen je kasten, schuur of zolder vol. maar ook je aanrecht, tafels en bureau. Wat kan helpen om dit te voorkomen is om de dingen meteen aan te pakken. Breng het vuilnis naar buiten, schrob die pan schoon, gooi je vuile kleren meteen in de wasmand en de reclamefolders en gebruikte  verpakkingen in de papierbak.


Wat mij zelf altijd helpt, is de vraag: voegt dit echt iets toe?
En dat blijkt in veel gevallen niet zo te zijn. Zeker bij winkelen een aan te raden strategie, want je laat je door koopjes maar al te gemakkelijk verleiden om iets aan te schaffen wat je eigenlijk niet nodig hebt.  Bovendien kun je met de tijd en het geld dat je ermee uitspaart echt zinnige dingen doen.


Minder spullen is geen zwaktebod, maar geeft meer rust en ruimte.




vrijdag 18 november 2016

Lummelen


Ons leven is vaak behoorlijk druk en vol, omdat we meerdere functies en taken hebben en van veel markten thuis moeten zijn. Door de nieuwe media is de boog vaak nog meer gespannen geraakt. Zij vreten veel tijd, zelfs als we op vakantie zijn checken we dwangmatig onze e-mail of facebook. Door alle slimme technologie is het maar wat gemakkelijk om in the rush mee te gaan.
Veel mensen zijn geïnteresseerd in hoe zij beter kunnen presteren. Er verschijnen dan ook talloze boeken over time-management en over hoe men meer werk  in minder tijd gedaan kan krijgen, maar over de noodzaak van rust, een tandje minder hoor je weinig, terwijl  dat minstens zo belangrijk is. Een beetje aan rotzooien en rondlummelen ontspant de geest en juist dat maakt dat we vaak weer creatief worden. Voor elke ouder met kleine  kinderen is dit waarschijnlijk wel herkenbaar: hoe ze zich vervelen en aan het lummelen zijn en dan opeens tot iets nieuws komen.   
Druk zijn heeft in onze tijd status. Rusten doe je pas als het werk af is, maar het werk is nooit af. Het tegendeel lijkt eerder waar te zijn: door meer en doelbewust te rusten verhoog je je productiviteit. Je krijgt er meer energie en een scherpere blik van. Rust en werk staan dan ook niet tegenover elkaar, maar horen bij elkaar. Als het goed is, wissel je deze af. Voor steeds meer mensen wordt rust nemen echter moeilijker. Sla je daar te ver in door, dan roept je lichaam je vaak terug in de vorm van moeheid, uitputting of overal als een berg tegenop zien. Het is dan ook niet toevallig dat yoga en mindfulness de laatste jaren in zwang zijn geraakt. Mensen voelen dat bewust ontspannen in deze tijd nodig is. Maar alleen af en toe een lesje is vaak toch te weinig. Je zult het bewust in je leven moeten inbouwen. 
Deugden die haaks staan op druk doen, zijn dutten, lummelen, lopen en spelen. Omdat dat bezigheden  zijn die ons doen vertragen en ontspannen. Ook af en toe een mediavrije dag inlassen: even een dag niet reageren op alle mails, app’s en berichten, geeft rust. Evenals een dagje treinen zonder perse ergens te moeten aankomen. 
Dat de moderne mens soms maar al te graag aan die drukte wil ontsnappen, blijkt bijvoorbeeld ook  uit het feit dat er tegenwoordig kleurboeken voor volwassenen zijn, of zoiets als gezamenlijk zentangles tekenen of breien. Gezapiger kan bijna niet.

dinsdag 1 november 2016

Arts en voeding


De laatste tijd is er steeds meer belangstelling voor gezonde voeding.  Dat is maar goed ook, want wat we eten heeft een behoorlijke invloed op ons welzijn en op onze gezondheid. Het is dan ook een goede zaak  en hoopgevend dat een aantal artsen en artsen in opleiding  onlangs de Vereniging Arts en Voeding  heeft opgericht. Zij zijn van mening dat er in de artsenpraktijk veel meer aandacht zou moeten zijn  voor het voedingspatroon van mensen, juist omdat dit veel invloed op onze gezondheid heeft. Vaak vette, gefrituurde happen eten doet ons lichaam geen goed. Dat weten we zo onderhand alleemaal wel. Evenals dat het ook beter zou zijn als we onze zout- en suikerinname wat meer zouden proberen te beperken.  Maar ja, dat zit vrijwel overal in, vaak zonder dat we het weten. Het verdient dan ook de voorkeur om zoveel mogelijk verse  producten te gebruiken. Ook onze leefstijl  heeft invloed op onze gezondheid. Zo weten we inmiddels allemaal wel dat stress  ons lichaam geen goed doet.

Huisartsen hebben over het algemeen de neiging om nogal snel veel pillen voor te schrijven, raden roken en drugs ten zeerste af, maar ze hebben vaak weinig aandacht voor het voedingspatroon van mensen. Ja, we moeten niet te vet en te veel eten en ook proberen om suikers en zout wat meer te vermijden, maar dat wat je eet ook sterk kan bijdragen aan onze gezondheid is minder bekend. Dat is jammer, want veel verse producten en met name verse groenten en kruiden dragen juist ook  aan onze gezondheid bij. Zo zou bittermeloen – een vrucht die er  een beetje uitziet  als een komkommer - bijvoorbeeld helpen tegen diabetes. En zoals het oude gezegde luidt: an apple a day keeps the doctor away.

Maar bijvoorbeeld ook rode bieten zijn erg gezond. Ze bevatten veel mineralen als ijzer, kalium, magnesium en zink en helpen tegen hoge bloeddruk, bloedarmoede en vermoeidheid om maar eens een voorbeeld te noemen.

Iets wat tegenwoordig ook erg in the picture staat, is  kurkuma, ook wel geelwortel genoemd - het wordt met name veel in de Indiase keuken gebruikt - omdat het sterke anti-oxidanten bevat.  Maar het werkt ook remmend op ontstekingen. Verder is kurkuma goed voor de spijsvertering en ondersteunt en ontgift het de lever. Dat komt met name door het stofje curcumine dat erin zit.

maandag 17 oktober 2016

Bijenhotels


Het gaat slecht met de bijen, helaas niet alleen in ons land, maar wereldwijd.  Dat heeft met allerlei oorzaken te maken, maar de belangrijkste oorzaak zijn toch wel de vele pesticiden in onze leefomgeving, waardoor de bijen gedesoriënteerd raken en last krijgen van stress.

Als we niet ons uiterste best doen dreigen ze uit te sterven en dat heeft heel veel consequenties voor onze voedselvoorziening en voedselvoorraad. Vandaar dat er veel initiatieven zijn, zowel  wereldwijd als in de eigen stad, dorp of tuin om een bijenvriendelijke omgeving te creëren.  Veel wilde bloemen en planten in je tuin kunnen al bijen aantrekken. Dat merk ik zelf in mijn eigen tuin ook. Maar het is de laatste jaren helaas mode geworden om gras, struiken en bloemen te vervangen door steen, marmer en enorm grote potten, bakken en vazen.  Zo zie ik althans in een aantal straten om me heen. Voor de bij geen aanlokkelijke omgeving om te verblijven. En zelf word ik er trouwens ook niet echt vrolijk van.

Waar ik wel vrolijk van word, zijn de vlinders, bijen en wespen die ik regelmatig in mijn eigen weelderige tuin zie rondvliegen. Dan denk ik altijd: hé, gelukkig , ze zijn er nog. Het is mede een reden waarom ik mijn tuin een beetje laat verwilderen, want daarin gedijen ze beter.  Het schijnt zelfs zo te zijn dat bijen elke keer terugkomen naar dezelfde bloeiende tuin. Aha... dat is de reden waarom ik ze vrijwel altijd op dezelfde plekken zie.  

Het goede nieuws is echter wel dat er inmiddels behoorlijk veel initiatieven zijn - niet alleen in ons land, maar ook daarbuiten - om het milieu voor de bijen te verbeteren. In ons land gebeurt dat bijvoorbeeld in de vorm van bijenkasten op daken van bewoners, kantoren, hotels en bedrijven. Maar ook in parken en volkstuinen worden steeds meer wilde bloementuinen aangelegd. Ook wordt er in diverse gemeenten, waaronder Amsterdam, Huizen en Maastricht geen gif meer gebruikt bij het onderhouden van het openbaar groen.
Soms gebeurt  het plaatsen van een bijenkast in de vorm van een soort lease-constructie: de persoon of instantie stelt een plek beschikbaar, doneert een bepaald gedrag  en krijgt als tegenprestatie de honing. Een hotel aan de Herengracht heeft zelfs drie bijenvolken geleased. 
De lease kost de hotels  zo’n 500 euro per kast per jaar, maar als tegenprestatie krijgen de hotels de ‘eigen’ honing terug en die kunnen ze vervolgens weer in hun  eigen keuken in diverse gerechten verwerken.

maandag 26 september 2016

Mengelmoes


Op allerlei plekken in Nederland -  maar ook daarbuiten -  ontstaan steeds weer nieuwe en eigentijdse initiatieven, waarbij men op andere manieren wil samenwerken en ondernemen.  Verbinding is daarin vaak een sleutelwoord. Verbinding ook met degenen die  om wat voor reden dan ook vaak wat verder van de arbeidsmarkt zijn komen af te staan of door hun situatie minder kansen hebben.

Ik sta elke keer weer versteld van de creativiteit en ondernemingslust van ondernemers en burgers, als  ze hun hart kunnen laten spreken of  iets kunnen doen of opzetten waarmee ze zich echt verbonden voelen. Er is bij steeds meer mensen de behoefte om een meerwaarde aan hun werk te kunnen toevoegen en  bijvoorbeeld ook de mensen die wat verder van de arbeidsmarkt afstaan te betrekken bij eigentijdse initiatieven.

Dat  laatste geldt bijvoorbeeld voor Kompas Mengelmoes dat onlangs in Nijmegen is gestart. Het is een non-profit organisatie die zich inzet voor  kwetsbare mensen die  door ziekte, een handicap of moeilijke leefomstandigheden in een isolement terecht dreigen te komen of - om wat voor reden dan ook -  een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Zij bieden hen leerwerkplekken aan, waarin zij zich kunnen ontwikkelen en waardoor zij kunnen participeren in het maatschappelijk verkeer. En dan gaat het niet om simpele klusjes of zo.

Nee, bij Mengelmoes kunnen deze mensen  onder leiding van ervaren stylisten leren om op een ambachtelijke manier duurzame en trendy artikelen te maken, zoals tassen, sjaals, krukjes en lampen. Er wordt met name veel gedaan met diverse handwerktechnieken, maar dan op zo’n manier dat het tot eigentijdse, mooi vorm gegeven en aantrekkelijke producten leidt. Het gaat niet om standaardartikelen, maar om duurzame producten met elk een eigen verhaal.

Bij Mengelmoes kan iedereen aanschuiven. De initiatiefnemers maken geen onderscheid in afkomst, geloofsovertuiging, cultuur of opleiding, man of vrouw. Iedereen is welkom met zijn of haar eigen verhaal. Voor sommige deelnemers is het ook mooi meegenomen dat ze hierdoor mede de Nederlandse taal onder de knie kunnen krijgen.

Kompas Mengelmoes is in mijn ogen typisch een voorbeeld van een win- win situatie.  En de producten die ik inmiddels heb gezien zijn mooi, bijzonder en eigentijds.
In Nijmegen zijn de artikelen te verkrijgen bij ‘Ieder zijn vak’  en Blixem Cadeauwinkel.

dinsdag 6 september 2016

De Zorgknop


De huidige tendens in onze maatschappij  is dat er steeds meer ouderen langer thuis blijven wonen. Dat is voornamelijk door bezuinigingen ingegeven, maar tegelijkertijd vinden veel ouderen het vooral ook fijner en aantrekkelijker om in het eigen huis en de eigen bekende omgeving te blijven wonen. Daar kennen ze  immers alle ins en outs van de omgeving, gewoontes, winkels en voorzieningen. Vaak staan ze ook op goede voet met de buren, omdat ze elkaar al jaren kennen. Mede daardoor kunnen ze op elkaar rekenen en doen ze af en toe ook eens een klusje voor elkaar, al is het maar de brievenbus legen of samen de krant delen.

In dat eigen huis blijven wonen kan echter alleen maar, als er voldoende zorg voor hen is en daar schort het in deze tijd nog wel eens aan. Ouderen hebben over ’t algemeen wel een paar familieleden, vrienden of buren  die eens een karweitje voor hen doen, maar die hebben het ook steeds drukker en wat zij kunnen doen is niet altijd voldoende. En naarmate deze mensen  ouder worden, wordt de kring om hen heen waarop zij een beroep kunnen doen bovendien ook steeds kleiner. 

Nu is er in Amsterdam een primeur op dat gebied gevonden: de zogenaamde zorgknop. Door op deze knop te drukken, kunnen ouderen als het ware zorg bestellen. Drukken ze daarop, dan staat er binnen een half uur een geneeskundestudent aan de deur. Althans dat laatste is de bedoeling en het uitgangspunt, maar soms kan het weleens iets langer duren. Het streven is echter  dat er binnen een half uur iemand is.


Deze zorg on demand  is wat je noemt een win-winsituatie: de mantelzorger krijgt er wat extra zorg bij op de momenten dat hij of zij deze nodig heeft of overbelast is en dan is die meer dan welkom. De studenten doen ervaring op, waar zij in hun verdere loopbaan profijt van kunnen hebben. De ouderen krijgen zorg van enthousiaste jonge mensen met verstand van zaken.
Maar het is bovendien ook een mooie en slimme combinatie van technologische innovatie en meer menselijk contact. Zolang die beide polen in vernieuwingen betrokken worden, worden we er beter van. Alle oplossingen in de technologie zoeken biedt in mijn ogen geen soelaas.

woensdag 24 augustus 2016

Minibiebs

Het is een verschijnsel dat al een tijdje rondwaart: kleine, openbare en zelfgemaakte boekenkastjes aan de kant van de weg of aan de rand van een tuin, in allerlei soorten en maten: van groot tot klein en vaak in diverse vrolijke kleuren geschilderd. Zo zag ik ook een keer een oud nachtkastje dat als minibibliotheek was ingericht en laatst zag ik er zelfs ook een bij een buurtsuper. Het zijn de zogenaamde minibiebs, waar buurtgenoten of voorbijgangers kosteloos boeken kunnen lenen en op een gegeven moment dus ook weer terugzetten of deze inruilen voor een ander boek. Het is een van de vele initiatieven die aansluiten bij de deel-, geef- en ruileconomie.


In de kastjes staan voornamelijk romans, maar er staan ook nogal wat kookboeken, how-to-do boeken en managementboeken in. Soms ook is zo'n minibieb gespecialiseerd. Dan staan er alleen maar romans of bijvoorbeeld kookboeken in. Die laatste worden door buurtbewonders vaak in grote getale verslonden, zo blijkt.
Echt oude zooi heeft men er liever niet in, want dat verstopt de doorstroom maar. Dus liever geen Bouquet-reeks of Readers Digest erin! De meesten doen dat ook niet, maar soms is er weleens iemand die er behoorlijk oude zooi of verlopen tijdschriften in zet. Je vraagt je af... waarom?  Het oude papier wordt per slot van rekening bij ieder huishouden met regelmaat opgehaald. Dus dat is nergens voor nodig.
Heel soms gebruikt iemand het ook voor een soort reclame doeleinden, zoals bijvoorbeeld onlangs in Nijmegen. Maar dat is een zeldzaamheid.  Over 't algemeen hebben de meeste mensen er goede ervaringen mee.


Als men dat wil, kun je je boekenkastje ook registeren op een site, zodat anderen daarop kunnen vinden waar de boekenkastjes en minibiebs  zich in hun omgeving bevinden.


Uiteraard kun je je bij deze nieuwe manier van boeken delen afvragen of het schadelijk is voor de boekenverkoop en de bibliotheek.
Dat laatste denk ik eerlijk gezegd niet, want zowel in de winkel als in de bibliotheek kun je juist heel goed de nieuwste boeken en laatste bestsellers krijgen. Daar zijn de meeste mensen in geïnteresseerd  en die staan meestal niet in de weggeefkastjes. Deze laatste zijn gewoon bedoeld als een simpele manier van spullen delen.

donderdag 28 juli 2016

Langzaam leven


Het begon ooit eind jaren tachtig in Italië: de Slow Food beweging. Deze werd daar in het leven geroepen, omdat de Italianen een zeer verfijnde en gezonde  keuken hadden, maar de fast food om zich heen zagen oprukken. En dat is natuurlijk zonde van een zo bijzondere keuken als de Italiaanse, die bekend staat om zijn hoogwaardige kwaliteit en het gebruik van veel verse, gezonde, lokale producten en ingrediënten. Er ontstond een Slow Food beweging.

Maar inmiddels is slow in deze tijd een begrip geworden. Er bestaat ook zoiets als ‘slow life’. In plaats van alles gehaast te doen en ons door allerlei nieuwe media en gadgets te laten  opjagen - het tempo wordt alsmaar hoger en sneller - probeert een groep mensen zich niet te laten opjagen door alles wat kan ook te moeten doen. Zij willen juist minder oppervlakkig leven en vooral meer genieten en meer de tijd nemen om lekker te koken en te eten, vrienden te bezoeken, lange gesprekken te voeren, te mediteren of de natuur in te gaan. Zelfs slow reizen is inmiddels in. Niet van het ene land naar het andere hoppen, maar  meer leren over de lokale cultuur.

Zij proberen de goede tradities te behouden en niet voortdurend mee te gaan in de hogere versnelling, die de globalisering met zich meebrengt en bijna als vanzelfsprekend van ons verlangt. Er bestaat tegenwoordig zelfs zoiets als  speedyoga en speeddaten. Het was de Amerikaanse arts Larry Dossey die al in 1982 het begrip  ‘time-sickness’  verzon voor ons idee dat alles snel moet gaan. Dit hogere tempo heeft veel gezondheidsklachten als stress, slapeloosheid, migraine en depressiviteit tot gevolg, zo heeft hij als arts gemerkt.

We proberen onder andere door allerlei apparaten en door het gebruik van de nieuwe media tijd te besparen, maar in de praktijk blijken we hierdoor juist minder tijd - en zeker minder vrije tijd - over te houden. Tijd waarin je kunt lummelen en wat aanklooien, zonder dat er direct iets moet of er meteen een resultaat moet zijn. Iedereen die zelf ooit kleine kinderen om zich heen heeft gehad, weet hoe belangrijk  juist dat voor hun ontwikkeling is. Daardoor maken ze soms ineens een spurt in hun groei. Vanuit het niets doen en de tijd als vrij te kunnen beleven ontstaan vaak nieuwe inzichten.


Slow is vooral een state of mind, zou je kunnen zeggen, waarbij het niet gaat om de dingen zo snel mogelijk te doen, maar zo goed mogelijk. Bij Slow Design bijvoorbeeld gaat het niet alleen om vakwerk en mooie materialen, maar ook om duurzaamheid en zo min mogelijk verspilling.

donderdag 30 juni 2016

Basisinkomen biedt kansen


We leven in een transitietijd - ik schreef er al eerder over - waarin de snelheid van de technologische veranderingen vaak groter is dan het vermogen tot aanpassing. Hoe groot de voordelen hiervan ook mogen en kunnen zijn, niet iedereen kan hier even goed in mee. Mede door de snelheid van de informatierevolutie  zijn sommige vaardigheden, zoals veel ambachtelijk handwerk of routineklussen, niet meer zo nodig in deze tijd. Andere vaardigheden zijn inmiddels verouderd. Bovendien nemen robots en slimme software steeds meer taken van mensen over. Dat is bijvoorbeeld sterk het geval bij boekhoudkundige zaken en taken, maar ook in de zorg gebeurt dit al.

Er is dus minder vraag naar arbeidskrachten. Soms ook wordt vanuit besparingskosten eenvoudig werk uitbesteed aan landen waar de lonen een stuk lager liggen, zoals bijvoorbeeld in China of India. Het gevolg: er verdwijnen nogal wat banen! Om dit op te vangen worden er door de overheid miljarden in allerlei reintegratietrajecten gestopt, maar die slaan op de arbeidsmarkt lang niet altijd aan. Voor een groot gedeelte ook omdat er gewoon minder werk is. Maar het is blijkbaar moeilijk voor politici om hier eerlijk over te zijn.

Door deze ontwikkelingen komt het idee van een basisinkomen steeds weer terug. Mede als een antwoord op  de  grote veranderingen die nu eenmaal bij een overgangstijd horen.  Persoonlijk denk ik dat het uiteindelijk ook die kant opgaat, al zal het nog heel wat voeten in de aarde hebben voor het zo ver is, want het vraagt om een behoorlijke omslag in ons denken.

Toch stemmen de sociale experimenten op dit gebied hoopvol. Zo is er in het Canadese Dauphin aan 2500 gezinnen vier jaar lang een gratis basisinkomen gegeven, omdat men wilde weten: hoe reageren de mensen hierop? Wat doen ze ermee?  En wat bleek? Ze gingen inderdaad minder uren werken, maar niet de hele dag op de bank zitten, zoals vaak wordt gedacht.  Ze gebruikten hun geld om zich te ontwikkelen  of andere dingen te ondernemen. Ze begonnen bijvoorbeeld een kapsalon aan huis, een boekwinkeltje of garage.  Er ontstond als het ware een nieuwe kleine arbeidsmarkt, waarbij ook geruild en gedeeld werd.

Andere in het oog springende en misschien nog wel belangrijkere effecten waren dat getrouwde vrouwen  zelfstandiger werden en dat de depressies en geestelijke problemen in een rap tempo kelderden. Maar ook de fysieke klachten namen aanzienlijk af. Behalve dat het voor de mensen zelf aangenaam is, scheelt het ook weer een flinke kostenpost.
Het basisinkomen zou dus  best weleens een win-win situatie  kunnen betekenen. Ik heb er in ieder geval wel oren naar.

woensdag 25 mei 2016

Minder medicaliseren


We hebben natuurlijk een goede gezondheidszorg in Nederland, zeker als je het met andere landen vergelijkt, maar er gaat jaarlijks wel  94 miljard euro in om. Dat is geen sinecure en moet goedkoper kunnen, vinden ook veel artsen.

Vaak wordt er gezegd: het toenemende aantal ouderen maakt de zorg duur, maar dat blijkt in de praktijk niet te kloppen. Slechts 15% van de zorgkosten wordt aan ouderen besteed. Ook met de patiënten praten of overleggen maakt de zorg niet duur, want daardoor zien ze nogal eens af van schadelijke behandelingen. Integendeel, de prijs lijkt juist te stijgen wanneer er snel tot een behandeling wordt overgegaan

Volgens kenners en een  groot aantal artsen  zou een derde van de kosten bespaard kunnen worden wanneer artsen en behandelaars meer met de mensen praten en deze betrekken  in het proces en de eventuele behandeling. Dat gebeurt echter nog nauwelijks.  Door dat wel te doen zou je de behandeling meer kunnen laten overgaan in begeleiding. In plaats van: u vraagt, wij draaien, kan men dan overleggen wat wel of niet zinnig is. Wanneer artsen de tijd nemen om met de patiënt te praten, worden er andere beslissingen genomen, zo leert de ervaring en ontstaat er meer ruimte om af te zien van een behandeling die veel schade of toxatie veroorzaakt.

Bovendien worden er in een ziekenhuis veel dingen voor de zekerheid gedaan. Screeningen of echo’s worden bijvoorbeeld nogal eens dubbel gedaan. Bij mensen die in het ziekenhuis liggen wordt uit gewoonte elke dag bloed geprikt, terwijl dat eigenlijk een overbodige handeling is, maar desondanks doet men het uit gewoonte toch. Volgens de cijfers is het maar liefst bij  30 tot 50% van de behandelingen onduidelijk of deze wel voldoende resultaat opleveren. Wat daarin meespeelt, is dat artsen in het huidige systeem voor verrichtingen worden betaald. En ja, dan vinden ze ook meer plaats en wordt er niet altijd even efficiënt mee omgegaan. Buisjes in de oren bij een kind en diens amandelen knippen kan bijvoorbeeld gemakkelijk tijdens één bezoek worden gedaan. Dat is gemakkelijker en veel minder lastig voor het kind en de ouders, maar gebeurt in de praktijk nauwelijks.
Natuurlijk spelen de patiënten hier ook een rol in. Die zeggen nogal eens: ik heb ervoor betaald, dus ik heb recht op die behandeling of dat medicijn. Los van dat het een irritante houding is, maakt deze de zorg onnodig duur. Een beetje meer naar het grotere plaatje kijken zou op zijn plaats zijn.  

woensdag 4 mei 2016

Generatie Z




Zo wordt de nieuwe generatie genoemd, die tussen 1995 en 2012 geboren is. Het is een  zap- en netwerkgeneratie die altijd en overal online is en die de razendsnelle technologische ontwikkelingen vrijwel moeiteloos kan bijhouden. Sterker nog, zij zijn hun eigen ICT-specialist en groeien op in een wereld waarin netwerken en delen de gewoonste zaak van de wereld zijn.  Ze zijn vaak beter geautomatiseerd dan menig bedrijf en kennen de laatste snufjes. Duizenden euro’s uitgeven aan een website zullen ze niet snel doen. Zelf maken ze die in een paar uurtjes en die zijn dan ook nog beter en toegankelijker.

Delen is hun adagium. Dat betekent niet dat je zelf minder hebt. Integendeel, delen betekent in hun ogen vooral  vermeerderen. Zet je bijvoorbeeld een liedje of game online, dan gaat het in een mum van tijd viraal. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de Ice Bucket Challenge.  Er werden zo’n anderhalf miljoen filmpjes op You Tube gezet en dit leverde in no time zo’n 200 miljoen dollar extra op voor onderzoek naar ALS.  Dergelijke acties werken in hun ogen heel wat beter dan geld in de collectebus gooien of automatisch overschrijven aan goede doelen. Zij dragen liever financieel bij aan hedendaagse ontwikkelingen en initiatieven die zij belangrijk & innovatief vinden en die de wereld een stukje beter maken, zoals bijvoorbeeld The Ocean Clean Up van de 20- jarige student Boyan Slat, die een ingenieuze installatie bedacht waarmee hij het plastic afval uit zee wil halen.

Daarnaast heeft generatie Z  door de nieuwe technieken de mogelijkheid om zelf hun kleding, voorwerpen, gadgets of zelfs huizen 3-D uit te printen. Sowieso zijn ze eraan gewend dat alles onmiddellijk beschikbaar is: het downloaden van muziek, films of programma’s is zo gepiept. De digitale wereld is hun wereld en ze zijn er vast van overtuigd dat daar de oplossingen vandaan zullen komen. Hun slogan: vraag het ‘the crowd in the cloud’.

Het moge duidelijk zijn dat mensen van de generatie Z over ’t algemeen niet meer voor vaste banen of vaste arbeidsrelaties kiezen. Ze gaan daarheen waar ze hun talenten kunnen inzetten en dat kan zo’n beetje de hele wereld zijn. Generatie Z is grenzeloos optimistisch, zou je kunnen zeggen, ook al is dat rationeel niet altijd te verklaren.

maandag 11 april 2016

De betekeniseconomie


Er is in onze cultuur een omslag gaande die tegenwoordig samengevat wordt met het woord betekeniseconomie. In plaats van dat mensen en bedrijven voornamelijk bezig zijn om alsmaar meer geld te willen verdienen, zijn er steeds meer mensen, groeperingen en bedrijven die willen dat wat zij verkopen, maken of aan de man brengen iets toevoegt aan de levens van mensen. Soms ook willen ze een probleem oplossen en beginnen daarom een bedrijf.  

Het gaat  hen niet om winst of om puur handelen  vanuit een businessidee,  maar om maatschappelijk van betekenis te zijn en waar mogelijk iets toe te voegen aan de levens van mensen. In deze nieuwe stroming bekommert men zich om  welzijnsbevordering, verantwoordelijkheid nemen, geen schade berokkenen aan de planeet of het verkleinen van de sociale ongelijkheid.

Een mooi voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld Campbell. Zij brachten onlangs Campbell Nourish op de markt, een speciale, hypervoedzame soep, die ze speciaal voor dakloze mensen hebben ontwikkeld. Met één zo’n kop soep per dag krijgen ze alle essentiële voedingsstoffen binnen. Een ander initiatief is de stichting ‘Sheltersuit’,  die warme wind- en waterbestendige jassen of slaapzakken heeft ontwikkeld, speciaal voor dakloze mensen die op straat moeten leven.

Een ander voorbeeld zijn de eigen gerunde supermarkten die op diverse plaatsen ontstaan, omdat mensen deze belangrijk vinden als een soort waardengemeenschap voor een dorp of de buurt. Soms kiest men daarbij ook bewust voor gezonde en biologische producten én eerlijke prijzen. Men moet er zijn brood  mee kunnen verdienen, dat is duidelijk, maar het moet ook de buurt en de omwonenden ten goede komen. Soms ook neemt men speciaal mensen aan die geen werk hebben of in een moeilijke situatie verkeren, zodat zij een zinnige daginvulling krijgen. Of men creëert bewust een koffiecorner waar mensen gemakkelijk met elkaar in contact komen.

De laatste zaken zijn misschien niet hemelbestormend, maar er wordt wel gekeken hoe men kan bijdragen aan het geheel en hoe er een meerwaarde kan worden geleverd. Men kijkt in ieder geval verder dan de eigen neus lang is en creëert op de een of andere manier een meerwaarde.

Deze verandering wordt mede in gang gezet, omdat een aantal zaken tegenwoordig vrijwel gratis is, zoals bijvoorbeeld informatie. Iedereen kan die zelf zoeken en vinden en daar zijn voordeel mee doen. Maar ook de toename van zonne-energie, waarbij de zon in feite de energieleverancier wordt, maakt dat die hele markt verandert en aan het verschuiven is. Deze ontwikkeling zal er waarschijnlijk toe leiden dat energie op den duur gratis wordt. 

vrijdag 25 maart 2016

Stadstuinieren is in


Zelf groenten, fruit en kruiden verbouwen is van alle tijden en culturen, want waar mensen een lapje grond hebben gaan ze vaak aan de slag om hun eigen groenten en fruit te kunnen oogsten. Ze doen dat vaak niet alleen vanwege de oogst, maar ook omdat met je handen in de aarde werken, zelf zaaien, spitten en oogsten veel voldoening geeft. Bovendien weet je wat je eet en is het  goed voor je conditie - je hoeft niet naar een dure  sportschool -  maar bent lekker in de buitenlucht bezig. Vaak ook zijn er een paar andere tuiniers met wie je stekjes, planten, kruiden en tips kunt uitwisselen.

Stadstuinieren, vroeger ook wel moestuinieren genoemd, is een beetje de nieuwe trend aan het worden. Steeds meer buurten houden zich ermee bezig. Dat heeft in geringe mate met de voedselschandalen te maken en het feit dat er in ons fruit en groenten uit de winkel toch vaak  resten van bestrijdingsmiddelen blijken te zitten, maar meer nog met het verlangen naar eerlijk en gezond voedsel  en de tevredenheid die het geeft om dit zelf te verbouwen. Bovendien is tuinieren een uitstekende manier om niet te veel in je hoofd te zitten. Wat ook een rol speelt als je met meerdere  buurtgenoten tuiniert  is dat je onderling veel tips en handige weetjes kunt uitwisselen, want zelf groente en fruit verbouwen is niet zo simpel als het lijkt. Daar is behoorlijk wat kennis en doorzettingsvermogen voor nodig. Daarom zijn medetuiniers zo belangrijk. Dezen kunnen je goede ideeën  of middeltjes aan de hand doen hoe je bepaalde ziektes, plagen of insecten uit de buurt kunt houden. Stadstuinieren kun je zelfs al doen in grote vierkante kisten of kratten, die er tegenwoordig speciaal voor gemaakt zijn. Soms met een simpel drainagesystem.

Zelf zaaien, planten, verbouwen en oogsten in is. Daarom ontstaan er steeds vaker initiatieven in buurten en steden om gezamenlijk een lap grond te gaan bewerken. Vaak spreekt men ook af om de opbrengst met elkaar te delen of te ruilen, want in sommige periodes en met name in de zomer kom je om in bepaalde groenten of fruit. 
Leuk is dan ook dat er steeds meer gemeentes zijn, waaronder bijvoorbeeld Nijmegen, die de grond en mogelijkheden hiervoor faciliteren. Een ontwikkeling die in veel gevallen een win-win situatie oplevert. De mensen krijgen vaak een sterkere onderlinge band en worden er soms blijer en gezonder van. Dat scheelt de gemeente weer andere onkosten.
Des te jammer is het dan ook dat soms uit financiële motieven de stadstuinen of landjes opeens worden opgedoekt, zoals onlangs in de buurt van Amersfoort gebeurde, omdat er met die grond veel meer winst valt te behalen door er dure huizen op te zetten. Ik zou bijna voor een stads- en moestuinbeweging willen pleiten.

vrijdag 11 maart 2016

De droomfabriek


Een mooie en interessante vernieuwer vind ik de kunstenaar Daan Roosegaarde. Hij probeert in zijn projecten diverse dingen te verbinden door middel van techniek, kunst, design en milieu om zo tot iets nieuws te komen, dat ook nog schoonheid aan de wereld toevoegt.  Of zoals hij zelf zegt: ‘ik heb een droom, een idee en dan ga ik jagen. Ik vind het leuk om het niet te weten, maar toch aan de gang te gaan, te zoeken, te experimenteren en te proberen. Waardoor er opeens een verrassend nieuw element of zelfs oplossing  kan ontstaan, waaraan je daarvoor helemaal niet had gedacht.’

De ware pioniersgeest, zou ik zeggen, en de juiste spirit voor de overgangstijd waarin we leven, waarin het oude niet meer voldoet of op z’n laatste benen loopt, maar het ook nog niet duidelijk is waar we dan wel naartoe gaan, laat staan dat we enig idee hebben hoe het nieuwe eruit gaat zien. In die toekomst zal er hoe dan ook meer technologie aan te pas komen, dat staat als een paal boven water, maar om de wereld leefbaar te houden moet die technologie wel verbonden worden met schoonheid, kunst, dromen en inspiratie en dat is precies wat Daan Roosegaarde doet. In zijn eigen studio ‘De Droomfabriek’ probeert hij technologie op een andere manier te gebruiken en in te zetten, wat onder meer heeft geleid tot het inmiddels beroemde van-Gogh fietspad in Nuenen. Dit fietspad wordt in het donker door duizenden sterretjes verlicht. Het is niet alleen een unieke belevenis, maar kost ook nog eens geen extra energie. 

Omdat het huidige systeem zeker qua energieverbruik en luchtvervuiling aan het crashen is, is het met name belangrijk om daar iets nieuws tegenover te stellen. Zo kwam hij tot het idee van de smogtoren, die in het kort gezegd fijnstofdeeltjes aan de lucht onttrekt -  en die zijn, zoals we allen inmiddels weten, schadelijk - en schone lucht uitblaast. Maar liefs 30.000 kuub per uur, terwijl de toren minder energie verbruikt dan een waterkoker.

Daan Roosengaarde probeert als kunstenaar vakkundigheid en inspiratie  te combineren en koppelt soms op een heel eigen manier bestaande vormen of zaken aan elkaar, waardoor er iets geheel nieuws kan ontstaan. En als daar in deze geïndustrialiseerde  wereld ook nog schoonheid aan toegevoegd wordt, is dat een groot pluspunt, vind ik.

 

zondag 28 februari 2016

Eerst buurten, dan zorgen


De zorg blijft een zorgenkindje, alle goede voornemens en veranderingen ten spijt. En dat terwijl mensen steeds ouder worden en vaak dus meer zorg nodig hebben. Die zorg wordt wel gegeven, maar  nogal versnipperd.
Dat komt vooral door het marktdenken, waarvan de zorg doortrokken is.


Er zijn door de overheid, ambtenaren en zorgverzekeringen heel veel regels bedacht en opgesteld, die soms tot een gekmakende hokjesgeest in de thuiszorg leiden. Hierdoor hebben we een ingewikkeld zorgsysteem gekregen, waarbij het kan gebeuren dat de boterham klaarzetten alleen uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt betaald, maar dat stukje brood bij iemand in de mond stoppen door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Gekker moet het toch niet worden!









Door die overdaad aan regelgeving kan het dus gebeuren dat de ene verzorgende een wond komt verzorgen, een ander om de steunkousen aan te trekken en weer een ander om het huishouden te doen. Dat is niet alleen frustrerend  en gekmakend voor de mensen die het  moeten uitvoeren, maar zeker ook voor hen die dit moeten ondergaan en hieraan willoos overgeleverd zijn. Zij hebben vaak behoefte aan echte aandacht en aan contact: even een praatje maken, iets gezelligs doen of onder hoede van de ander buiten een wandelingetje maken. Heel vanzelfsprekende, menselijke dingen, die zowel door de zorgvragers als de zorggevers worden gewaardeerd, zo blijkt telkens weer. En die het welbevinden van mensen ten goede komen.








Het is niet te begrijpen dat de zorg elke keer weer wordt opgetuigd, maar dat de bureaucratie er binnen de kortste keren toch weer in sluipt, waardoor alle goede voornemens ten spijt de zorgbehoeftigen daarin niet echt centraal staan. Dat komt mede omdat alle handelingen en interventies tot in detail in protocollen zijn geregeld. Hierdoor wordt er soms meer uitgegeven aan administratie en management dan aan de mensen die zorg nodig hebben. Je vraagt je af waarom dat nog steeds zo moet, terwijl het ook heel goed anders kan!







Dat heeft Buurtzorg wel bewezen dat inmiddels aan een onstuimige opmars bezig is. Hun slogan is: eerst buurten, dan zorgen. Zij stellen menselijkheid boven bureaucratie en hebben als uitgangspunt dat de mensen zo verzorgd moeten worden dat ze niet buiten de gemeenschap komen te staan. Een prachtig en werkbaar uitgangspunt. Hopelijk wordt hun opmars niet gestuit, want zo’n nieuweling is voor de gevestigde belangen vaak een bedreiging.


Maar Jos de Blok heeft een visie en en missie en zet gewoon door. Ook omdat hij weet waar hij en zijn medewerkers voor staan.

donderdag 21 januari 2016

Op weg naar een integrale gezondheidszorg


De gezondheidszorg is vrijwel dagelijks in het nieuws. Met informatie over allerlei nieuwe geneesmiddelen, methoden en technologische hoogstandjes. Of over de kosten van de zorg die de pan uit dreigen te rijzen. Men verwacht de komende jaren zelfs een explosieve groei van de zorgkosten en dat lijkt me ook alleszins voorspelbaar als we op dezelfde weg doorgaan, waarin alles wat moet kunnen ook kán en we zelfs voor een paar gewonnen levensweken torenhoge bedragen over hebben.

Over de inhoud van de zorg: wat is goede, menswaardige zorg en welke complementaire en alternatieve methoden leiden tot goede resultaten gaat het helaas veel minder. Dat is jammer, want met een brede kijk op gezondheid en een gezondheidszorg die lichaam, geest én ziel omvat valt veel winst te behalen.

 

Omdat ik dat een belangrijke ontwikkeling vind heb ik een aantal artsen geïnterviewd die wel een brede visie op gezondheid hebben. Zij leggen in hun manier van werken de verbinding tussen regulier én alternatief,  lichaam én geest, wetenschap én intuïtie, vakmanschap én compassie en laten zien welke meerwaarde dat voor patiënten heeft.  Ziektes en klachten, zo zeggen zij, kunnen ook tekenen op  onze levensweg zijn, waarvan we kunnen groeien en wijzer worden. Een gewaagde stelling, want daardoor moeten we ook naar onszelf kijken en niet langer blijven denken dat alles kán. Desnoods voor torenhoge bedragen en zonder dat we zelf de verantwoordelijkheid voor onze gezondheid nemen.

 

Hoopvol is wel dat tegenwoordig ook reguliere artsen vaker toegeven dat ze soms behandelingen geven die niet helpen of waarvoor de wetenschappelijke bewijslast ontbreekt. Buisjes in de oren bij een eerste oorontsteking, trommelvliezen doorprikken of eileiders doorknippen hebben bijvoorbeeld geen zin. Desondanks doen artsen dat toch, mede omdat het huidige gezondheidszorgsysteem een perverse prikkel kent: er wordt betaald voor verrichtingen en niet voor aandacht of tijd. Het zou mooi zijn als dat de komende jaren zou gaan kenteren.

 

Maar daarvoor is er ook een andere attitude nodig. Het is toch eigenlijk belachelijk dat we massaal tegen de griep worden ingeënt, terwijl  een griep ook een reinigende werking kan hebben. Een griep of flinke verkoudheid doormaken, eens echt goed koortsen en door al het gesnotter een flinke voorjaarschoonmaak houden doet het lichaam goed en werd vroeger heel gewoon gevonden. Tegenwoordig zijn we echter meteen bang dat we anderen infecteren, zoals ook weer bleek bij de discussie over de mazelen.

Dan heb ik het natuurlijk niet over de ernstige ziekten, maar over de meer onschuldige kinderziekten en dergelijke. Maar ook bij ernstige ziekten kan het soms wel een tandje minder.

 

 Zie ook mijn boek: ‘Gezond en wel. Artsen met een brede visie op gezondheid’, Brave New Books, ISBN 9789402114874