donderdag 30 juni 2016

Basisinkomen biedt kansen


We leven in een transitietijd - ik schreef er al eerder over - waarin de snelheid van de technologische veranderingen vaak groter is dan het vermogen tot aanpassing. Hoe groot de voordelen hiervan ook mogen en kunnen zijn, niet iedereen kan hier even goed in mee. Mede door de snelheid van de informatierevolutie  zijn sommige vaardigheden, zoals veel ambachtelijk handwerk of routineklussen, niet meer zo nodig in deze tijd. Andere vaardigheden zijn inmiddels verouderd. Bovendien nemen robots en slimme software steeds meer taken van mensen over. Dat is bijvoorbeeld sterk het geval bij boekhoudkundige zaken en taken, maar ook in de zorg gebeurt dit al.

Er is dus minder vraag naar arbeidskrachten. Soms ook wordt vanuit besparingskosten eenvoudig werk uitbesteed aan landen waar de lonen een stuk lager liggen, zoals bijvoorbeeld in China of India. Het gevolg: er verdwijnen nogal wat banen! Om dit op te vangen worden er door de overheid miljarden in allerlei reintegratietrajecten gestopt, maar die slaan op de arbeidsmarkt lang niet altijd aan. Voor een groot gedeelte ook omdat er gewoon minder werk is. Maar het is blijkbaar moeilijk voor politici om hier eerlijk over te zijn.

Door deze ontwikkelingen komt het idee van een basisinkomen steeds weer terug. Mede als een antwoord op  de  grote veranderingen die nu eenmaal bij een overgangstijd horen.  Persoonlijk denk ik dat het uiteindelijk ook die kant opgaat, al zal het nog heel wat voeten in de aarde hebben voor het zo ver is, want het vraagt om een behoorlijke omslag in ons denken.

Toch stemmen de sociale experimenten op dit gebied hoopvol. Zo is er in het Canadese Dauphin aan 2500 gezinnen vier jaar lang een gratis basisinkomen gegeven, omdat men wilde weten: hoe reageren de mensen hierop? Wat doen ze ermee?  En wat bleek? Ze gingen inderdaad minder uren werken, maar niet de hele dag op de bank zitten, zoals vaak wordt gedacht.  Ze gebruikten hun geld om zich te ontwikkelen  of andere dingen te ondernemen. Ze begonnen bijvoorbeeld een kapsalon aan huis, een boekwinkeltje of garage.  Er ontstond als het ware een nieuwe kleine arbeidsmarkt, waarbij ook geruild en gedeeld werd.

Andere in het oog springende en misschien nog wel belangrijkere effecten waren dat getrouwde vrouwen  zelfstandiger werden en dat de depressies en geestelijke problemen in een rap tempo kelderden. Maar ook de fysieke klachten namen aanzienlijk af. Behalve dat het voor de mensen zelf aangenaam is, scheelt het ook weer een flinke kostenpost.
Het basisinkomen zou dus  best weleens een win-win situatie  kunnen betekenen. Ik heb er in ieder geval wel oren naar.

woensdag 25 mei 2016

Minder medicaliseren


We hebben natuurlijk een goede gezondheidszorg in Nederland, zeker als je het met andere landen vergelijkt, maar er gaat jaarlijks wel  94 miljard euro in om. Dat is geen sinecure en moet goedkoper kunnen, vinden ook veel artsen.

Vaak wordt er gezegd: het toenemende aantal ouderen maakt de zorg duur, maar dat blijkt in de praktijk niet te kloppen. Slechts 15% van de zorgkosten wordt aan ouderen besteed. Ook met de patiënten praten of overleggen maakt de zorg niet duur, want daardoor zien ze nogal eens af van schadelijke behandelingen. Integendeel, de prijs lijkt juist te stijgen wanneer er snel tot een behandeling wordt overgegaan

Volgens kenners en een  groot aantal artsen  zou een derde van de kosten bespaard kunnen worden wanneer artsen en behandelaars meer met de mensen praten en deze betrekken  in het proces en de eventuele behandeling. Dat gebeurt echter nog nauwelijks.  Door dat wel te doen zou je de behandeling meer kunnen laten overgaan in begeleiding. In plaats van: u vraagt, wij draaien, kan men dan overleggen wat wel of niet zinnig is. Wanneer artsen de tijd nemen om met de patiënt te praten, worden er andere beslissingen genomen, zo leert de ervaring en ontstaat er meer ruimte om af te zien van een behandeling die veel schade of toxatie veroorzaakt.

Bovendien worden er in een ziekenhuis veel dingen voor de zekerheid gedaan. Screeningen of echo’s worden bijvoorbeeld nogal eens dubbel gedaan. Bij mensen die in het ziekenhuis liggen wordt uit gewoonte elke dag bloed geprikt, terwijl dat eigenlijk een overbodige handeling is, maar desondanks doet men het uit gewoonte toch. Volgens de cijfers is het maar liefst bij  30 tot 50% van de behandelingen onduidelijk of deze wel voldoende resultaat opleveren. Wat daarin meespeelt, is dat artsen in het huidige systeem voor verrichtingen worden betaald. En ja, dan vinden ze ook meer plaats en wordt er niet altijd even efficiënt mee omgegaan. Buisjes in de oren bij een kind en diens amandelen knippen kan bijvoorbeeld gemakkelijk tijdens één bezoek worden gedaan. Dat is gemakkelijker en veel minder lastig voor het kind en de ouders, maar gebeurt in de praktijk nauwelijks.
Natuurlijk spelen de patiënten hier ook een rol in. Die zeggen nogal eens: ik heb ervoor betaald, dus ik heb recht op die behandeling of dat medicijn. Los van dat het een irritante houding is, maakt deze de zorg onnodig duur. Een beetje meer naar het grotere plaatje kijken zou op zijn plaats zijn.  

woensdag 4 mei 2016

Generatie Z




Zo wordt de nieuwe generatie genoemd, die tussen 1995 en 2012 geboren is. Het is een  zap- en netwerkgeneratie die altijd en overal online is en die de razendsnelle technologische ontwikkelingen vrijwel moeiteloos kan bijhouden. Sterker nog, zij zijn hun eigen ICT-specialist en groeien op in een wereld waarin netwerken en delen de gewoonste zaak van de wereld zijn.  Ze zijn vaak beter geautomatiseerd dan menig bedrijf en kennen de laatste snufjes. Duizenden euro’s uitgeven aan een website zullen ze niet snel doen. Zelf maken ze die in een paar uurtjes en die zijn dan ook nog beter en toegankelijker.

Delen is hun adagium. Dat betekent niet dat je zelf minder hebt. Integendeel, delen betekent in hun ogen vooral  vermeerderen. Zet je bijvoorbeeld een liedje of game online, dan gaat het in een mum van tijd viraal. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de Ice Bucket Challenge.  Er werden zo’n anderhalf miljoen filmpjes op You Tube gezet en dit leverde in no time zo’n 200 miljoen dollar extra op voor onderzoek naar ALS.  Dergelijke acties werken in hun ogen heel wat beter dan geld in de collectebus gooien of automatisch overschrijven aan goede doelen. Zij dragen liever financieel bij aan hedendaagse ontwikkelingen en initiatieven die zij belangrijk & innovatief vinden en die de wereld een stukje beter maken, zoals bijvoorbeeld The Ocean Clean Up van de 20- jarige student Boyan Slat, die een ingenieuze installatie bedacht waarmee hij het plastic afval uit zee wil halen.

Daarnaast heeft generatie Z  door de nieuwe technieken de mogelijkheid om zelf hun kleding, voorwerpen, gadgets of zelfs huizen 3-D uit te printen. Sowieso zijn ze eraan gewend dat alles onmiddellijk beschikbaar is: het downloaden van muziek, films of programma’s is zo gepiept. De digitale wereld is hun wereld en ze zijn er vast van overtuigd dat daar de oplossingen vandaan zullen komen. Hun slogan: vraag het ‘the crowd in the cloud’.

Het moge duidelijk zijn dat mensen van de generatie Z over ’t algemeen niet meer voor vaste banen of vaste arbeidsrelaties kiezen. Ze gaan daarheen waar ze hun talenten kunnen inzetten en dat kan zo’n beetje de hele wereld zijn. Generatie Z is grenzeloos optimistisch, zou je kunnen zeggen, ook al is dat rationeel niet altijd te verklaren.

maandag 11 april 2016

De betekeniseconomie


Er is in onze cultuur een omslag gaande die tegenwoordig samengevat wordt met het woord betekeniseconomie. In plaats van dat mensen en bedrijven voornamelijk bezig zijn om alsmaar meer geld te willen verdienen, zijn er steeds meer mensen, groeperingen en bedrijven die willen dat wat zij verkopen, maken of aan de man brengen iets toevoegt aan de levens van mensen. Soms ook willen ze een probleem oplossen en beginnen daarom een bedrijf.  

Het gaat  hen niet om winst of om puur handelen  vanuit een businessidee,  maar om maatschappelijk van betekenis te zijn en waar mogelijk iets toe te voegen aan de levens van mensen. In deze nieuwe stroming bekommert men zich om  welzijnsbevordering, verantwoordelijkheid nemen, geen schade berokkenen aan de planeet of het verkleinen van de sociale ongelijkheid.

Een mooi voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld Campbell. Zij brachten onlangs Campbell Nourish op de markt, een speciale, hypervoedzame soep, die ze speciaal voor dakloze mensen hebben ontwikkeld. Met één zo’n kop soep per dag krijgen ze alle essentiële voedingsstoffen binnen. Een ander initiatief is de stichting ‘Sheltersuit’,  die warme wind- en waterbestendige jassen of slaapzakken heeft ontwikkeld, speciaal voor dakloze mensen die op straat moeten leven.

Een ander voorbeeld zijn de eigen gerunde supermarkten die op diverse plaatsen ontstaan, omdat mensen deze belangrijk vinden als een soort waardengemeenschap voor een dorp of de buurt. Soms kiest men daarbij ook bewust voor gezonde en biologische producten én eerlijke prijzen. Men moet er zijn brood  mee kunnen verdienen, dat is duidelijk, maar het moet ook de buurt en de omwonenden ten goede komen. Soms ook neemt men speciaal mensen aan die geen werk hebben of in een moeilijke situatie verkeren, zodat zij een zinnige daginvulling krijgen. Of men creëert bewust een koffiecorner waar mensen gemakkelijk met elkaar in contact komen.

De laatste zaken zijn misschien niet hemelbestormend, maar er wordt wel gekeken hoe men kan bijdragen aan het geheel en hoe er een meerwaarde kan worden geleverd. Men kijkt in ieder geval verder dan de eigen neus lang is en creëert op de een of andere manier een meerwaarde.

Deze verandering wordt mede in gang gezet, omdat een aantal zaken tegenwoordig vrijwel gratis is, zoals bijvoorbeeld informatie. Iedereen kan die zelf zoeken en vinden en daar zijn voordeel mee doen. Maar ook de toename van zonne-energie, waarbij de zon in feite de energieleverancier wordt, maakt dat die hele markt verandert en aan het verschuiven is. Deze ontwikkeling zal er waarschijnlijk toe leiden dat energie op den duur gratis wordt. 

vrijdag 25 maart 2016

Stadstuinieren is in


Zelf groenten, fruit en kruiden verbouwen is van alle tijden en culturen, want waar mensen een lapje grond hebben gaan ze vaak aan de slag om hun eigen groenten en fruit te kunnen oogsten. Ze doen dat vaak niet alleen vanwege de oogst, maar ook omdat met je handen in de aarde werken, zelf zaaien, spitten en oogsten veel voldoening geeft. Bovendien weet je wat je eet en is het  goed voor je conditie - je hoeft niet naar een dure  sportschool -  maar bent lekker in de buitenlucht bezig. Vaak ook zijn er een paar andere tuiniers met wie je stekjes, planten, kruiden en tips kunt uitwisselen.

Stadstuinieren, vroeger ook wel moestuinieren genoemd, is een beetje de nieuwe trend aan het worden. Steeds meer buurten houden zich ermee bezig. Dat heeft in geringe mate met de voedselschandalen te maken en het feit dat er in ons fruit en groenten uit de winkel toch vaak  resten van bestrijdingsmiddelen blijken te zitten, maar meer nog met het verlangen naar eerlijk en gezond voedsel  en de tevredenheid die het geeft om dit zelf te verbouwen. Bovendien is tuinieren een uitstekende manier om niet te veel in je hoofd te zitten. Wat ook een rol speelt als je met meerdere  buurtgenoten tuiniert  is dat je onderling veel tips en handige weetjes kunt uitwisselen, want zelf groente en fruit verbouwen is niet zo simpel als het lijkt. Daar is behoorlijk wat kennis en doorzettingsvermogen voor nodig. Daarom zijn medetuiniers zo belangrijk. Dezen kunnen je goede ideeën  of middeltjes aan de hand doen hoe je bepaalde ziektes, plagen of insecten uit de buurt kunt houden. Stadstuinieren kun je zelfs al doen in grote vierkante kisten of kratten, die er tegenwoordig speciaal voor gemaakt zijn. Soms met een simpel drainagesystem.

Zelf zaaien, planten, verbouwen en oogsten in is. Daarom ontstaan er steeds vaker initiatieven in buurten en steden om gezamenlijk een lap grond te gaan bewerken. Vaak spreekt men ook af om de opbrengst met elkaar te delen of te ruilen, want in sommige periodes en met name in de zomer kom je om in bepaalde groenten of fruit. 
Leuk is dan ook dat er steeds meer gemeentes zijn, waaronder bijvoorbeeld Nijmegen, die de grond en mogelijkheden hiervoor faciliteren. Een ontwikkeling die in veel gevallen een win-win situatie oplevert. De mensen krijgen vaak een sterkere onderlinge band en worden er soms blijer en gezonder van. Dat scheelt de gemeente weer andere onkosten.
Des te jammer is het dan ook dat soms uit financiële motieven de stadstuinen of landjes opeens worden opgedoekt, zoals onlangs in de buurt van Amersfoort gebeurde, omdat er met die grond veel meer winst valt te behalen door er dure huizen op te zetten. Ik zou bijna voor een stads- en moestuinbeweging willen pleiten.

vrijdag 11 maart 2016

De droomfabriek


Een mooie en interessante vernieuwer vind ik de kunstenaar Daan Roosegaarde. Hij probeert in zijn projecten diverse dingen te verbinden door middel van techniek, kunst, design en milieu om zo tot iets nieuws te komen, dat ook nog schoonheid aan de wereld toevoegt.  Of zoals hij zelf zegt: ‘ik heb een droom, een idee en dan ga ik jagen. Ik vind het leuk om het niet te weten, maar toch aan de gang te gaan, te zoeken, te experimenteren en te proberen. Waardoor er opeens een verrassend nieuw element of zelfs oplossing  kan ontstaan, waaraan je daarvoor helemaal niet had gedacht.’

De ware pioniersgeest, zou ik zeggen, en de juiste spirit voor de overgangstijd waarin we leven, waarin het oude niet meer voldoet of op z’n laatste benen loopt, maar het ook nog niet duidelijk is waar we dan wel naartoe gaan, laat staan dat we enig idee hebben hoe het nieuwe eruit gaat zien. In die toekomst zal er hoe dan ook meer technologie aan te pas komen, dat staat als een paal boven water, maar om de wereld leefbaar te houden moet die technologie wel verbonden worden met schoonheid, kunst, dromen en inspiratie en dat is precies wat Daan Roosegaarde doet. In zijn eigen studio ‘De Droomfabriek’ probeert hij technologie op een andere manier te gebruiken en in te zetten, wat onder meer heeft geleid tot het inmiddels beroemde van-Gogh fietspad in Nuenen. Dit fietspad wordt in het donker door duizenden sterretjes verlicht. Het is niet alleen een unieke belevenis, maar kost ook nog eens geen extra energie. 

Omdat het huidige systeem zeker qua energieverbruik en luchtvervuiling aan het crashen is, is het met name belangrijk om daar iets nieuws tegenover te stellen. Zo kwam hij tot het idee van de smogtoren, die in het kort gezegd fijnstofdeeltjes aan de lucht onttrekt -  en die zijn, zoals we allen inmiddels weten, schadelijk - en schone lucht uitblaast. Maar liefs 30.000 kuub per uur, terwijl de toren minder energie verbruikt dan een waterkoker.

Daan Roosengaarde probeert als kunstenaar vakkundigheid en inspiratie  te combineren en koppelt soms op een heel eigen manier bestaande vormen of zaken aan elkaar, waardoor er iets geheel nieuws kan ontstaan. En als daar in deze geïndustrialiseerde  wereld ook nog schoonheid aan toegevoegd wordt, is dat een groot pluspunt, vind ik.

 

zondag 28 februari 2016

Eerst buurten, dan zorgen


De zorg blijft een zorgenkindje, alle goede voornemens en veranderingen ten spijt. En dat terwijl mensen steeds ouder worden en vaak dus meer zorg nodig hebben. Die zorg wordt wel gegeven, maar  nogal versnipperd.
Dat komt vooral door het marktdenken, waarvan de zorg doortrokken is.


Er zijn door de overheid, ambtenaren en zorgverzekeringen heel veel regels bedacht en opgesteld, die soms tot een gekmakende hokjesgeest in de thuiszorg leiden. Hierdoor hebben we een ingewikkeld zorgsysteem gekregen, waarbij het kan gebeuren dat de boterham klaarzetten alleen uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt betaald, maar dat stukje brood bij iemand in de mond stoppen door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Gekker moet het toch niet worden!









Door die overdaad aan regelgeving kan het dus gebeuren dat de ene verzorgende een wond komt verzorgen, een ander om de steunkousen aan te trekken en weer een ander om het huishouden te doen. Dat is niet alleen frustrerend  en gekmakend voor de mensen die het  moeten uitvoeren, maar zeker ook voor hen die dit moeten ondergaan en hieraan willoos overgeleverd zijn. Zij hebben vaak behoefte aan echte aandacht en aan contact: even een praatje maken, iets gezelligs doen of onder hoede van de ander buiten een wandelingetje maken. Heel vanzelfsprekende, menselijke dingen, die zowel door de zorgvragers als de zorggevers worden gewaardeerd, zo blijkt telkens weer. En die het welbevinden van mensen ten goede komen.








Het is niet te begrijpen dat de zorg elke keer weer wordt opgetuigd, maar dat de bureaucratie er binnen de kortste keren toch weer in sluipt, waardoor alle goede voornemens ten spijt de zorgbehoeftigen daarin niet echt centraal staan. Dat komt mede omdat alle handelingen en interventies tot in detail in protocollen zijn geregeld. Hierdoor wordt er soms meer uitgegeven aan administratie en management dan aan de mensen die zorg nodig hebben. Je vraagt je af waarom dat nog steeds zo moet, terwijl het ook heel goed anders kan!







Dat heeft Buurtzorg wel bewezen dat inmiddels aan een onstuimige opmars bezig is. Hun slogan is: eerst buurten, dan zorgen. Zij stellen menselijkheid boven bureaucratie en hebben als uitgangspunt dat de mensen zo verzorgd moeten worden dat ze niet buiten de gemeenschap komen te staan. Een prachtig en werkbaar uitgangspunt. Hopelijk wordt hun opmars niet gestuit, want zo’n nieuweling is voor de gevestigde belangen vaak een bedreiging.


Maar Jos de Blok heeft een visie en en missie en zet gewoon door. Ook omdat hij weet waar hij en zijn medewerkers voor staan.