donderdag 3 oktober 2013

Van oud brood en koekjes


Er wordt vaak nogal schamper gedaan over de participatiemaatschappij. Het zou het nieuwe toverwoord uit de hoge hoed van de politiek zijn om aan te geven dat we in een andere tijd zijn beland, waarin de verzorgingsstaat zoals we die decennia hebben gekend zijn langste tijd heeft gehad. Dat dit inderdaad zo is, kan iedereen op zijn klompen aanvoelen.  Op vele plekken in de samenleving zijn er ook al mensen  die volop vorm geven aan die ‘nieuwe maatschappij‘. Ze nemen zelf het heft in handen, verbinden zich met elkaar, creëren samen iets nieuws of  zetten iets op wat in hun ogen belangrijk of noodzakelijk is. Ja, soms ook uit nood geboren, omdat de overheid bepaalde zaken niet meer voor haar rekening neemt, maar is dat zo erg?
Het gebeurt in ieder geval met enthousiasme, flair, doorzettingsvermogen en vaak ook vanuit het verlangen om samen een meerwaarde te creëren.
Zo zijn mensen in een klein dorp in Brabant, nadat de dorpswinkel daar haar deuren sloot,  hun eigen coöperatieve buurtsuper begonnen. De sluiting was een behoorlijke aderlating voor het dorp, want wil een dorp leefbaar zijn, dan moeten erop z’n minst  een paar voorzieningen zijn, zoals een  dorpscafé,  snackbar, speeltuin of speelveldje én een winkel. Je doet daar niet alleen je boodschappen, maar koopt er ook je krantje of tijdschrift. Tevens fungeert deze vaak als bakker, postkantoor en ook een beetje als apotheek. Je kunt er op z’n minst pleisters en pijnstillers kopen. 

In Rotterdam zijn mensen op eigen initiatief een logeerhuis begonnen voor mensen die na een operatie moeten herstellen en zelf niemand hebben die voor hen kan zorgen. Gewoon in een vierkamerflat. Nu nemen een aantal vrijwilligers die taak op zich, waardoor het de mensen slechts een tientje per dag  kost om daar te kunnen verblijven. Dat dit bedrag zo laag is, komt mede omdat ze een kerkelijke stichting bereid hebben gevonden om dit initiatief financieel te ondersteunen.

Ook ontstaan er op allerlei bedrijfsterreinen, waar vroeger bijvoorbeeld de betonindustrie of autobedrijven de toon zetten, een soort creatieve broedplaatsen voor jonge ondernemers, ontwerpers, kenniswerkers en kunstenaars. Onlangs  werd er op zo’n terrein in Den Haag het I’M BINCK festival georganiseerd. Tijdens dit festival gaf  een restaurant dat daar gevestigd is en dat van overgebleven voedsel culinaire maaltijden bereidt , een workshop waarin ze mensen leerden om van oud brood zelf lekkere koekjes te bakken. Leuk, inventief en een mooie metafoor voor wat deze tijd vraagt.

vrijdag 20 september 2013

Oude en nieuwe economie


Het verschil  tussen de oude en nieuwe economie begint de laatste tijd steeds meer in het oog te springen. Althans dat valt mij op. Zo zijn er - geheel in de trant van de oude economie - nog steeds interim-bestuurders die voor het opknappen van een of andere managementklus één ton of meer per maand vangen. Vaak gaat het dan om het herstellen van de fout of missers van een andere duurbetaalde manager of directeur. Soms ook betreft het een ziekenhuis; dat is des schrijnender als je ziet hoe er aan de kant van de verzorgenden wordt beknibbeld.  
Maar gelukkig zie ik aan de andere kant veel jongeren die een totaal andere mentaliteit hebben en die al veel meer de nieuwe economie vertegenwoordigen: ze delen en wisselen openlijk hun kennis en vaardigheden uit, hoeven niet overal een torenhoog bedrag  voor te krijgen, doen dingen soms zelfs gratis en zijn voorstanders van Open Source.

Een wel heel mooi voorbeeld van dat laatste vond ik de net aan de Design Acadamy afgestudeerde Dave Hakkens. Hij ergerde zich aan de enorme berg afval die ontstaat, omdat we jaarlijks miljoenen elektrische apparaten weggooien en smartphones maken daar een behoorlijk deel vanuit. Dus ontwierp hij een smartphone die uit allerlei losse, inwisselbare onderdelen bestaat, zogenaamde Phoneblocks. Wil je iets uitbreiden, meer opslagruimte, een betere camera of moet je een onderdeel vervangen, omdat het stuk is, dan hoef je niet meteen een nieuwe telefoon aan te schaffen - terwijl het de grote bedrijven als Samsung en Apple daar juist om te doen is - maar kun je alleen het betreffende blok vervangen.

Een even opzienbarende als doeltreffende uitvinding, die een hoop minder elektronisch afval betekent. Daar ging het hem om, hij wilde een maatschappelijke bijdrage leveren (nieuwe economie).
Hij zat aan tafel bij DWDD en daar zeiden de gastheer en andere tafelheren meteen: daar moet je patent op aanvragen. En wel direct, zo spoorden zij hem aan, want anders gaat een ander ermee aan de haal (oude economie). Het antwoord van Dave: ‘Daar gaat het mij niet om. Als iemand die telefoon maakt, ben ik daar blij mee.’ Hij hoopte zelfs dat kleinere bedrijven hierdoor ook een kans op de smartphone-markt  zouden krijgen. 
De enige reden waarom hij een patent zou moeten aanvragen, zo realiseerde hij zich, is om te voorkomen dat zo’n miljardenbedrijf het  patent hiervoor zou willen kopen om het vervolgens in de ijskast te kunnen zetten. Zij zien hun omzet immers niet graag kelderen.   

vrijdag 6 september 2013

Je stem laten horen loont



Met ageren en protesteren is het nodige te bereiken, zo is de laatste weken weer gebleken, zeker in dit internettijdperk waarin nieuws zich in een mum van tijd verspreidt en heel veel mensen bereikt. Mensen of organisaties die iets aan de kaak stellen, vinden gemakkelijk een groot gehoor en kunnen daardoor soms snel een omkeer bewerkstelligen.  

Zo trok de beroemde kok Jamie Oliver aan de bel om mensen ervan bewust te maken wat de vleesindustrie eigenlijk met het restvlees van koe en rund doet. Dat zit vol met allerlei bacteriën, zoals salmonella en E coli, en mensen kunnen daar ernstig ziek van worden. Dat vlees is niet geschikt voor menselijke consumptie en mag ook niet als zodanig worden verkocht. Toch zijn er handelaars die dit slechte restvlees eetbaar willen maken voor mensen: ze vermalen het tot gehakt en mengen het met normaal gehakt om er vervolgens burgers van te maken. De schadelijke  bacteriën doden ze door er ammoniak met water overheen te gooien. Inderdaad, dezelfde ammoniak waarmee we in huis ernstig vuile oppervlakten schoonmaken en waarvan alleen de reuk je al misselijk maakt. Niemand zou het in zijn hoofd halen om dit in z’n mond te gieten, maar het zit dus wel in de  burger die je eet! 
Nadat Jamie dit in het nieuws bracht, zijn McDonalds en andere grote fastfoodketens er onder druk van de publieke opinie snel mee gestopt.

Een bedrijf dat ook een tik op de vingers kreeg, was de Amerikaanse multinational Monsanto, die allerlei producten voor de landbouw produceert en inmiddels 90% van de zadenhandel in handen heeft. Ze hebben niet alleen een monopoliepositie, maar manipuleren ook veel landbouwgewassen, met name om deze bestendig te laten worden tegen het bestrijdingsmiddel dat zij zelf produceren: Round-up.
Verder veredelen ze planten via genetische manipulatie en dat doen ze nogal eens door er zelf een gen in te plakken. Hierdoor ontstaan gepatenteerde gewassen, waarvoor kleinere boeren geen geld hebben en die bovendien zo massaal geteeld worden dat er nog nauwelijks ruimte is voor andere gewassen. Ook legt Monsanto patenten op zijn gemodificeerde zaden. Hiermee drukken ze de kleine boeren en bedrijven steeds meer uit de markt.

In hun verlangen om alsmaar meer macht te krijgen proberen ze ook de Europese markt te veroveren, maar op 25 augustus werd hiertegen  in veel Europese steden gedemonstreerd. Met voorlopig een klein succes: vanwege alle negatieve commotie  besloten zij om de promotie van hun bedrijf in Europa voorlopig in de ijskast te zetten.
Je stem laten horen voor wat jij van waarde vindt, loont dus.

maandag 12 augustus 2013

Damn Food Waste


 
Elke keer weer leuk om te merken dat, als iets eenmaal op de kaart is gezet, er een soort sneeuwbaleffect ontstaat. Op allerlei manieren pakken mensen of groepen het afgegeven signaal op en geven er een eigen invulling of draai aan.  Momenteel is dat bijvoorbeeld het geval ten aanzien van de enorme voedselverspilling, zoals die in de geïndustrialiseerde landen plaatsvindt. Alleen al in Nederland verdwijnt een derde van ons voedsel in de vuilnisbak; de schatting is zelfs per persoon zo’n  50 kilo per jaar. Omdat we te veel kopen of inslaan,  ons laten verleiden door allerlei aanbiedingen, maar ook omdat het over de datum is, terwijl die data zeer arbitrair zijn. De industrie heeft er natuurlijk alle baat bij om ons zoveel mogelijk nieuwe producten te laten kopen.

Zelf trek ik me nooit zoveel aan van de houdbaarheidsdatum: ik ruik en voel eraan of snijd van de groenten of fruit de gekneusde of rotte plekjes af. En ik ben er nog nooit ziek van geworden, op één keer na misschien, maar of het ook echt daaraan lag weet ik niet eens. Ook de zogenaamde dumpster-divers denken er zo over. Zij struinen de containers van supermarkten, groothandels en restaurants af om er nog iets eetbaars uit te halen en hun oogst is vaak niet gering.
Het heeft zelfs tot een soort beweging geleid: Damn Food Waste. Van Amsterdam, Londen,  Dublin tot aan New York en Nairobi. In veel grote steden maken koks van allerlei onnodig weggegooid vers voedsel soepen  en curry’s, die vervolgens met veel smaak worden opgegeten. Door buurtbewoners en stedelingen, maar soms ook wordt het eten naar de voedselbank gebracht of anderszins gegeven aan mensen die weinig te makken hebben.
Inmiddels zijn er ook restaurants die zich hierbij aansluiten. In Portugal wordt voedsel dat in restaurants over is zelfs verdeeld onder mensen die geen geld hebben.  

Maar ook zelf kun je heel wat met de zogenaamde restjes doen. Zelf heb ik al zeker 20 jaar  een biologisch groentepakket en ik merk elke keer weer hoe creatief ik daarvan word. Ik combineer de raarste dingen met elkaar en gebruik ook allerlei kleine stukjes die ik van het een of ander over heb om vervolgens tot mijn eigen verrassing te ontdekken wat een heerlijke combi dat geeft.  En uiteraard staat er ook elke week wel een soepje van alle overgebleven groenten te trekken. 

dinsdag 16 juli 2013

Wild plukken


Vorige week kwam er iemand bij me eten, die ik al een hele tijd niet had gezien en zij bracht voor mij ‘Het grote wildplukboek’ mee.  Wat een verrassend cadeau en zo helemaal passend bij de huidige trend om meer eerlijke en onbespoten groente en fruit te willen eten. Sommigen  gaan deze  steeds meer zelf verbouwen, onder andere door de vele recente  voedselschandalen en het bedrog dat daarbij komt kijken, maar ook omdat het leuk is om te doen. De producten die jezelf kweekt en verbouwt, hebben over ’t algemeen meer smaak, zijn gezonder en spreken je zintuigen aan: je gaat kijken, tasten, voelen, proeven. Voedsel gaat hierdoor meer leven. 
Van huis uit zijn wij mensen natuurlijk echte verzamelaars. Het zit als het ware in onze genen om op zoek te gaan naar lekkere en voedzame etenswaren en die zelf bij elkaar te sprokkelen. En wat is er leuker dan om die in je eigen omgeving en zelfs tuin te vinden. Toen ik in mij huidige huis kwam wonen, had ik een voortuin die vergeven was van zevenblad. Ik vroeg aan een hovenier wat ik hieraan kon doen, zijn rigoureuze antwoord: je hele tuin een meter diep afgraven… of verhuizen. Dat vond ik beide nogal drastische oplossingen. Tot dat iemand zei: maar het is heel goed te eten. Toen heb ik er een paar keer een stamppotje van gemaakt of het bij de sla gedaan.  Smaakte goed, dus over zevenblad maak ik me niet druk meer.
Veel andere voorkomende planten en bloemen, zoals brandnetel, veldzuring, hondsdraf en witte dovenetel zijn ook te verwerken tot soepen, sauzen en salades. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit wel iets voedzaams aan een plant, zo blijkt uit dit boek.

Vorige zomer vond ik tijdens een wandeling bij toeval een bramenveldje. Kinderlijke verrukking om ze zo maar tussen de stekels vandaan te plukken en op te eten. Dit jaar ga ik er uiteraard weer heen. Ik ben vast niet de enige, want je eigen eten in de natuur bij elkaar sprokkelen is in. Veel sterkoks blijken het ook te doen.

woensdag 3 juli 2013

Stadslandbouw



Stadslandbouw is in. Op steeds meer plekken schieten ze uit de grond:  nieuwe initiatieven om zelf groente, fruit en kruiden te verbouwen. Niet alleen in volkstuinen en in de eigen achtertuin ontstaan moestuintjes, maar ook op daken, terrassen, balkons en  drijvende vlonders in het water. Zelfs in een verlaten kantoorpand of op een leeg fabrieksterrein gaan mensen aan de slag met het kweken van hun eigen groente.  Soms doen  ze dat gezamenlijk, zoals in  Rotterdam, waar ze hun opbrengst naar de voedselbank brengen vanuit het motto dat ook die mensen behoefte hebben aan gezonde verse groenten. Bovendien is het leuk om samen te doen: het geeft meer verbondenheid met elkaar en met de buurt en je steekt het nodige van elkaar op. Stadslandbouw mag dan in zijn – er is sinds kort zelfs een speciaal tijdschrift hierover verschenen - het is ook behoorlijk zwaar en niet zo gemakkelijk als het lijkt. Om tot een goede oogst te komen zijn meerdere handen en inzichten vaak welkom, al zijn er tegenwoordig ook handige minimoestuinsystemen bedacht.
Veel mensen gaan zelf verbouwen, omdat ze voedselindustrie met al zijn schandalen beu zijn en niet meer vertrouwen. Zelf weet je wat je doet of laat, terwijl je dat bij het massaal geproduceerde voedsel niet weet. Je hoeft maar een paar keer naar de Keuringsdienst van Waarde  gekeken te hebben en je valt steil achterover van hoeveel er wordt gesjoemeld met onze voeding. Vrijwel niets is wat het lijkt.  En de informatie die op de verpakkingen staat is vaak niet te lezen noch te begrijpen.

Een andere reden is dat de grootschaligheid en verspilling van voedsel steeds meer mensen tegenstaat. Het is toch te gek voor woorden dat een te kleine tomaat of bloemkool, die verder helemaal goed en vers is, of een  te kromme komkommer niet in de schappen van de supermarkt  belanden, omdat de consument dat niet zou willen. Er moet blijkbaar een soort eenheidsworst van gemaakt worden, maar dat heeft niets met de natuurlijke groei van gewassen te maken en leidt bovendien tot een totaal onnodige verspilling.
Vandaar dat er onlangs in Amsterdam massaal gekookt is met juist dit soort afgekeurde producten en daar konden maar liefst zesduizend mensen heerlijk van eten.  

Daarnaast speelt natuurlijk ook mee dat tuinieren gezond is. Je bent veel buiten en al spittend, zaaiend, schoffelend en plukkend volop in beweging en wat is er heerlijker dan af en toe een rondje tuin doen om te kijken hoe alles erbij staat. Daarnaast geeft het  - als je de kunst tenminste beheert - meer variatie en voldoening op je bord. Bovendien blijkt  uit de statistieken steeds weer dat mensen die zelf hun groenten en fruit verbouwen en dit vrijwel dagelijks op hun menu hebben staan het langst gezond blijven.

 

woensdag 19 juni 2013

De Geefeconoom

Het leuke van mijn werk is dat er vaak allerlei inspirerende mensen mijn pad kruisen. Zo kwam ik ook Robert Vesseur tegen. Iemand die bedrijfskunde heeft gestudeerd en jaren werkzaam  was als beleggingsadviseur bij een bank met idealen. Maar desondanks ging de nadruk op targets en winst hem tegenstaan en gooide hij het roer op een gegeven moment radicaal om. Hij kwam erop uit dat de waarde van alle transacties vooral in het geven zit. Geven is een positieve impuls en daar zouden we ons volgens hem op moeten richten.

Toen dat idee zich bij hem uitkristalliseerde werd hij in zijn ideeën hierover bevestigd door een toevallig teken, zoals wel vaker het geval is als je iets doet wat echt bij je past. Zo zag hij in de supermarkt een tijdschrift liggen met op het omslag een groot hart met muntjes en daaronder de kop: De geest van geld. Dat is precies waarover het gaat, dacht hij, we moeten af van het idee dat we alsmaar meer moeten hebben en van het voor wat, hoort wat. In plaats daarvan zouden we ons meer kunnen richten op geven, op dat wat we bij te dragen hebben. Belangrijk daarbij is wel dat je erop durft te vertrouwen dat je terugkrijgt  wat je nodig hebt, want als je steeds in de angst voor het tekort schiet, ondermijn je jezelf.  
 
Een mooi idee, maar hij begreep (slik, slik) wel dat hij ’t eerst zelf in praktijk moest brengen. Dus heeft hij zijn huurhuis opgezegd,  zijn spullen weggegeven – behalve z’n backpack, telefoon en laptop – en  zo een tijd zonder geld  geleefd. Hij zette zijn keuze ook online en kreeg een stortvloed van positie reacties.  Mensen willen graag geven, zo merkte hij.  Ze nodigden hem uit om een tijd in hun huis te wonen, als dat een poosje leegstond, boden hem eten, een lift en zelfs een kaartje voor Lowlands aan. Geven haalt ’t beste in mensen naar boven, zo merkte hij tijdens die vier maanden zonder geld.

Deze ervaring overtuigde hem ervan dat geven en delen positieve handelingen zijn, die je bevrijden   van de te grote nadruk op hebben, op steeds meer hebben en winst moeten maken. Dus richtte hij de stichting “De geefeconomie” op om mensen en netwerken die de focus leggen op geven en ontvangen met elkaar te verbinden. Hij geeft er lezingen over en organiseert waardecirkels: hoe willen we dat de wereld er morgen uitziet en welke rol speelt geld daarin? De mensen die daaraan deelnemen, mogen achteraf zelf bepalen wat ze ervoor geven.

Op mij maakten zijn oprechtheid en lef veel indruk. Ik realiseerde me opeens hoe snel ik in de angst voor het tekortschiet en hoe me dat in de tang kan houden. Door me meer op geven en delen te richten is dat behoorlijk veranderd. Mijn leven is er een stuk vrolijker op geworden.