dinsdag 3 december 2013

Culturele broedplaats


In een van de meest markante industriegebouwen in Nijmegen bevindt zich al geruime tijd een culturele en creatieve broedplaats: De Cultuurspinnerij genaamd.  Nadat het fabrieksterrein vanaf 2002 langzamerhand ontmanteld raakte en sommige  fabrieksgebouwen al geruime tijd leegstonden, hebben zich  - met toestemming van de gemeente - in de fabriekshal van een voormalige kunstzijdespinnerij  een aantal kunstenaars en andere creatievelingen  gevestigd.  Dat is een levendige bedoening geworden, waar inmiddels zo’n 40 kunstenaars en culturele bedrijven actief zijn en jaarlijks ook zo’n 80  jongeren stage kunnen lopen. Er bevinden zich kantoren, ateliers, opslagruimten en werkplaatsen, waar bijvoorbeeld cursussen beeldhouwen, metaal- en houtbewerking worden gegeven. Of circuslessen voor kinderen. Ook  is er een grote  evenementenhal waar festivals, voorstellingen en concerten  worden georganiseerd - redelijk ver van de bewoonde wereld, dus qua geluidsoverlast  een prima plek.  
In de Vasim, zoals het in de volksmond wordt genoemd, vindt kortom een creatieve kruisbestuiving plaats tussen allerlei vooral jongere kunstenaars, bedrijven en ondernemers, ook op het gebied van multimedia en de nieuwe economie. Kruisbestuivingen, zoals je die ook elders in het land ziet op voormalige, leegstaande bedrijfsterreinen en die tot veel nieuwe initiatieven en  economische activiteit leiden, zoals bijvoorbeeld de Binckhorst in Den Haag en de Westergasfabriek in Amsterdam. 
Iets om trots op te zijn en te koesteren, zou je zeggen, zeker in deze tijd waarin de werkloosheid onder jongeren groot is  en de regering het binnen de perken houden daarvan tot een van haar speerpunten heeft gemaakt.  Maar de gemeente Nijmegen kijkt daar  blijkbaar anders tegenaan en wil het Vasimgebouw nu voor één euro verkopen, zodat er een Vrijheidsmuseum gevestigd kan worden.
Onbegrijpelijk vind ik het dat  zo’n eigentijdse culturele broedplaats, waarin men samen creëert , leert,  organiseert, initiatieven ontwikkelt en op geheel eigen wijze vormgeeft  aan nieuwe vormen van verbinding en gemeenschappelijkheid zo maar om zeep geholpen wordt.
Het concept van de nieuwe economie wordt door het gemeentebestuur blijkbaar nog niet begrepen. Des te meer reden om je stem te laten horen.

maandag 18 november 2013

De Buurderij


Deze transitietijd vraagt om nieuwe ideeën en verbindingen. Om originele dwarsverbanden en invalshoeken, om dwarsdenkers en friskijkers, om mensen die de handen uit de mouwen durven steken en de gemeenschap weer centraal durven stellen. Voor wie begrippen als verbondenheid, gemeenschapszin en inspiratie geen loze kreten zijn, maar bruikbare handvaten om iets nieuws  vorm te geven. Dat leidt vaak tot verrassende ideeën en initiatieven.
Een heel bijzonder initiatief is wel De Buurderij in Overasselt.  Overasselt is een klein dorp met zo’n 2000 inwoners met een hechte gemeenschap en een rijk verenigingsleven. En zij huldigen de opvatting: wie in Overasselt is geboren, moet daar ook oud kunnen worden en tot het einde van z’n leven kunnen blijven. In Overasselt bevindt zich ook het Agrarisch Museum. Dat wilde men eveneens graag behouden, maar dan was er wel een uitbreiding nodig, want zoals  het museum nu was, zou het niet kunnen overleven. Dus sloeg men in dit dorp de handen ineen om verschillende  initiatieven te bundelen. Dit leidde tot de Buurderij: een kleinschalige woonvorm.
In en om het oude museum heen werd er een voorzieningencomplex van 24 zorgwoningen gerealiseerd waar demente ouderen en ouderen met een verstandelijke beperking kunnen wonen en soms ook tijdelijk logeren, als dat nodig is. 

De Buurderij is vandaag de dag een museum annex dagopvang voor ouderen annex lunchcafé, waar men er alles aan doet om de vroegere landelijke sfeer levend te houden. Niet alleen door het museum te behouden, maar er bijvoorbeeld ook boerderijdieren te laten rondlopen. De  bewoners kunnen bijvoorbeeld zelf de kippen voeren.
De sfeer is er sowieso huiselijk, men komt achterom, zoals dat in een dorp nu eenmaal gaat, en zit samen om de keukentafel. Ook heeft men een  aantal duofietsen aangeschaft, zodat de bewoners kunnen genieten van fietstochtjes in de  landelijke, groene omgeving. Maar de Buurderij is vooral ook een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en in alle rust oud kunnen worden.

Kortom, een geslaagde kruisbestuiving van verschillende ideeën, initiatieven en organisaties, want ook de gemeente, een grote instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, een woningcorporatie en een verzorgingshuis in de buurt zijn bij de totstandkoming hiervan betrokken geweest. Maar het eerste initiatief kwam toch uit Overasselt zelf, dat nog steeds een levende gemeenschap is, waar mensen elkaar kennen en gemakkelijk de handen ineen slaan om iets te behouden of te bereiken wat hen dierbaar is. De moeite van het navolgen waard.

dinsdag 22 oktober 2013

Een oude reflex


De deel- en ruileconomie is hot. Je kunt tegenwoordig bijna geen krant of blad meer openslaan of er wordt aandacht aan besteed. En ook de televisie heeft er al meerdere programma’s over gemaakt. Terecht, want het is een nieuw eigentijds fenomeen dat niet alleen een reactie is op een verstard systeem, maar ook erg veel creativiteit losmaakt en dat mede door de technologie tot onvermoede ideeën en nieuwe verbindingen leidt. In Nederland schijnt de deel-, geef- en ruileconomie inmiddels al 13% van de economie uit te maken. Een verheugend feit, als je ziet hoe snel dit is gegaan. En een belofte voor de toekomst, zou ik zeggen.  Maar tegelijkertijd zie je bepaalde gevestigde belangen en partijen ook in een oude reflex schieten om het nieuwe te willen tegenhouden, alles bij het oude te  laten en dat kost wat kost te blijven voortzetten.
Een goed voorbeeld daarvan is de reactie van de Amsterdamse woningcorporaties op het succes van Airnb. De laatste is een site waar mensen hun woning op kunnen zetten voor tijdelijke verhuur. De site is een succes. Niet alleen landelijk, maar wereldwijd. Het gaat  bij de verhuur vaak om een week of weekendje, maar soms bijvoorbeeld bij expats ook om een wat langere tijd. Maar de meeste verhuur is voor een heel korte periode.

En wat doen de corporaties nu? Zij sturen detectives af op de Airnb- verhuurders van hun woningen - ja, je leest het goed: detectives - omdat zelfs een verhuur van enkele dagen door hen  als woonfraude wordt aangemerkt. Dat is toch echt van de zotte! En kan niet anders betiteld worden dan een oude reflex die bijna automatisch  de kop opsteekt om de eigen belangen veilig te stellen. Er worden immers geen woningen mee aan het Amsterdamse huizenbestand onttrokken. Hooguit verdienen de verhuurders er wat bij, waarmee ze leuke dingen kunnen doen en hun mogelijkheden vergroten. Of er zitten een paar weken per jaar andere bewoners in het huis.
 

woensdag 9 oktober 2013

Dag van de Duurzaamheid


Morgen 10 oktober is het de Dag van de Duurzaamheid en worden er in het hele land prikkelende acties gehouden om de aandacht te vestigen op milieuvriendelijke en duurzame voeding, kleding en diensten. Vooral voedselverspilling staat weer hoog op de agenda, want we gooien per persoon jaarlijks maar liefst 50 kilo eten weg, 14% van het eten dat we kopen komt niet op ons bord terecht. Bovendien wordt veel vers voedsel dat te groot of te klein is, een deukje, buts of beurs plekje heeft door de groothandel afgekeurd en weggegooid.    
Care for Food in Nijmegen vraagt aandacht hiervoor door op de Grote Markt een tien meter lang eappeltaart te bakken van appels die niet voldoen aan het schoonheidsideaal. Iedereen kan zelf komen proeven dat die er geen spatje minder lekker door is.
’s Avonds serveren 18 horecagelegenheden een duurzame soep gemaakt van doorgeschoten en minder mooie groenten, want het is al vaker bewezen dat die even lekker is als soep van de meest exquise ingrediënten. Ook zijn er diverse organisaties die peulen en bonen meer op de kaart willen zetten, want deze zijn gezond, voedzaam en goedkoop, maar worden steeds minder gegeten.

Zelf heb ik al meer dan 15 jaar een biologisch groentepakket uit de buurt, dat de laatste twee jaar ook nog eens per bakfiets aan huis wordt afgeleverd. Behalve dat ik daar zeer creatief van word wat koken betreft en ik hierdoor veel meer groenten ben gaan eten, combineren en waarderen, maak ik van de diverse restjes die ik overhoud elke week wel een paar keer soep. Voedzaam, gezond en lekker.

Wat je volgens Care For Food zelf kunt doen om voedselverspilling tegen te gaan:
koop beter in, kook op maat, gooi eten niet te snel weg, want er is vaak nog wel iets voedzaams en lekkers van te brouwen. En probeer verder wat meer regionale groenten en fruit te kopen, want die hebben een kleinere kans op bederf. Als je groente uit de buurt haalt en dat is tegenwoordig vrij gemakkelijk, want behalve bij de biologische bedrijven zoals die van mijn groentepakket, kun je vaak ook terecht in boerderijwinkels en zelfs op de webshop van duurzame boeren en telers. Zij proberen allemaal ook zoveel mogelijk zonder kunstmatige toevoegingen te werken.

Bovendien zijn, als je je groenten en fruit uit de buurt haalt, de logistieke lijnen korter en is de verspilling van brandstoffen minder. Want zeg nou zelf: boontjes die uit Afrika worden ingevlogen, dat is toch helemaal van de pot gerukt.

donderdag 3 oktober 2013

Van oud brood en koekjes


Er wordt vaak nogal schamper gedaan over de participatiemaatschappij. Het zou het nieuwe toverwoord uit de hoge hoed van de politiek zijn om aan te geven dat we in een andere tijd zijn beland, waarin de verzorgingsstaat zoals we die decennia hebben gekend zijn langste tijd heeft gehad. Dat dit inderdaad zo is, kan iedereen op zijn klompen aanvoelen.  Op vele plekken in de samenleving zijn er ook al mensen  die volop vorm geven aan die ‘nieuwe maatschappij‘. Ze nemen zelf het heft in handen, verbinden zich met elkaar, creëren samen iets nieuws of  zetten iets op wat in hun ogen belangrijk of noodzakelijk is. Ja, soms ook uit nood geboren, omdat de overheid bepaalde zaken niet meer voor haar rekening neemt, maar is dat zo erg?
Het gebeurt in ieder geval met enthousiasme, flair, doorzettingsvermogen en vaak ook vanuit het verlangen om samen een meerwaarde te creëren.
Zo zijn mensen in een klein dorp in Brabant, nadat de dorpswinkel daar haar deuren sloot,  hun eigen coöperatieve buurtsuper begonnen. De sluiting was een behoorlijke aderlating voor het dorp, want wil een dorp leefbaar zijn, dan moeten erop z’n minst  een paar voorzieningen zijn, zoals een  dorpscafé,  snackbar, speeltuin of speelveldje én een winkel. Je doet daar niet alleen je boodschappen, maar koopt er ook je krantje of tijdschrift. Tevens fungeert deze vaak als bakker, postkantoor en ook een beetje als apotheek. Je kunt er op z’n minst pleisters en pijnstillers kopen. 

In Rotterdam zijn mensen op eigen initiatief een logeerhuis begonnen voor mensen die na een operatie moeten herstellen en zelf niemand hebben die voor hen kan zorgen. Gewoon in een vierkamerflat. Nu nemen een aantal vrijwilligers die taak op zich, waardoor het de mensen slechts een tientje per dag  kost om daar te kunnen verblijven. Dat dit bedrag zo laag is, komt mede omdat ze een kerkelijke stichting bereid hebben gevonden om dit initiatief financieel te ondersteunen.

Ook ontstaan er op allerlei bedrijfsterreinen, waar vroeger bijvoorbeeld de betonindustrie of autobedrijven de toon zetten, een soort creatieve broedplaatsen voor jonge ondernemers, ontwerpers, kenniswerkers en kunstenaars. Onlangs  werd er op zo’n terrein in Den Haag het I’M BINCK festival georganiseerd. Tijdens dit festival gaf  een restaurant dat daar gevestigd is en dat van overgebleven voedsel culinaire maaltijden bereidt , een workshop waarin ze mensen leerden om van oud brood zelf lekkere koekjes te bakken. Leuk, inventief en een mooie metafoor voor wat deze tijd vraagt.

vrijdag 20 september 2013

Oude en nieuwe economie


Het verschil  tussen de oude en nieuwe economie begint de laatste tijd steeds meer in het oog te springen. Althans dat valt mij op. Zo zijn er - geheel in de trant van de oude economie - nog steeds interim-bestuurders die voor het opknappen van een of andere managementklus één ton of meer per maand vangen. Vaak gaat het dan om het herstellen van de fout of missers van een andere duurbetaalde manager of directeur. Soms ook betreft het een ziekenhuis; dat is des schrijnender als je ziet hoe er aan de kant van de verzorgenden wordt beknibbeld.  
Maar gelukkig zie ik aan de andere kant veel jongeren die een totaal andere mentaliteit hebben en die al veel meer de nieuwe economie vertegenwoordigen: ze delen en wisselen openlijk hun kennis en vaardigheden uit, hoeven niet overal een torenhoog bedrag  voor te krijgen, doen dingen soms zelfs gratis en zijn voorstanders van Open Source.

Een wel heel mooi voorbeeld van dat laatste vond ik de net aan de Design Acadamy afgestudeerde Dave Hakkens. Hij ergerde zich aan de enorme berg afval die ontstaat, omdat we jaarlijks miljoenen elektrische apparaten weggooien en smartphones maken daar een behoorlijk deel vanuit. Dus ontwierp hij een smartphone die uit allerlei losse, inwisselbare onderdelen bestaat, zogenaamde Phoneblocks. Wil je iets uitbreiden, meer opslagruimte, een betere camera of moet je een onderdeel vervangen, omdat het stuk is, dan hoef je niet meteen een nieuwe telefoon aan te schaffen - terwijl het de grote bedrijven als Samsung en Apple daar juist om te doen is - maar kun je alleen het betreffende blok vervangen.

Een even opzienbarende als doeltreffende uitvinding, die een hoop minder elektronisch afval betekent. Daar ging het hem om, hij wilde een maatschappelijke bijdrage leveren (nieuwe economie).
Hij zat aan tafel bij DWDD en daar zeiden de gastheer en andere tafelheren meteen: daar moet je patent op aanvragen. En wel direct, zo spoorden zij hem aan, want anders gaat een ander ermee aan de haal (oude economie). Het antwoord van Dave: ‘Daar gaat het mij niet om. Als iemand die telefoon maakt, ben ik daar blij mee.’ Hij hoopte zelfs dat kleinere bedrijven hierdoor ook een kans op de smartphone-markt  zouden krijgen. 
De enige reden waarom hij een patent zou moeten aanvragen, zo realiseerde hij zich, is om te voorkomen dat zo’n miljardenbedrijf het  patent hiervoor zou willen kopen om het vervolgens in de ijskast te kunnen zetten. Zij zien hun omzet immers niet graag kelderen.   

vrijdag 6 september 2013

Je stem laten horen loont



Met ageren en protesteren is het nodige te bereiken, zo is de laatste weken weer gebleken, zeker in dit internettijdperk waarin nieuws zich in een mum van tijd verspreidt en heel veel mensen bereikt. Mensen of organisaties die iets aan de kaak stellen, vinden gemakkelijk een groot gehoor en kunnen daardoor soms snel een omkeer bewerkstelligen.  

Zo trok de beroemde kok Jamie Oliver aan de bel om mensen ervan bewust te maken wat de vleesindustrie eigenlijk met het restvlees van koe en rund doet. Dat zit vol met allerlei bacteriën, zoals salmonella en E coli, en mensen kunnen daar ernstig ziek van worden. Dat vlees is niet geschikt voor menselijke consumptie en mag ook niet als zodanig worden verkocht. Toch zijn er handelaars die dit slechte restvlees eetbaar willen maken voor mensen: ze vermalen het tot gehakt en mengen het met normaal gehakt om er vervolgens burgers van te maken. De schadelijke  bacteriën doden ze door er ammoniak met water overheen te gooien. Inderdaad, dezelfde ammoniak waarmee we in huis ernstig vuile oppervlakten schoonmaken en waarvan alleen de reuk je al misselijk maakt. Niemand zou het in zijn hoofd halen om dit in z’n mond te gieten, maar het zit dus wel in de  burger die je eet! 
Nadat Jamie dit in het nieuws bracht, zijn McDonalds en andere grote fastfoodketens er onder druk van de publieke opinie snel mee gestopt.

Een bedrijf dat ook een tik op de vingers kreeg, was de Amerikaanse multinational Monsanto, die allerlei producten voor de landbouw produceert en inmiddels 90% van de zadenhandel in handen heeft. Ze hebben niet alleen een monopoliepositie, maar manipuleren ook veel landbouwgewassen, met name om deze bestendig te laten worden tegen het bestrijdingsmiddel dat zij zelf produceren: Round-up.
Verder veredelen ze planten via genetische manipulatie en dat doen ze nogal eens door er zelf een gen in te plakken. Hierdoor ontstaan gepatenteerde gewassen, waarvoor kleinere boeren geen geld hebben en die bovendien zo massaal geteeld worden dat er nog nauwelijks ruimte is voor andere gewassen. Ook legt Monsanto patenten op zijn gemodificeerde zaden. Hiermee drukken ze de kleine boeren en bedrijven steeds meer uit de markt.

In hun verlangen om alsmaar meer macht te krijgen proberen ze ook de Europese markt te veroveren, maar op 25 augustus werd hiertegen  in veel Europese steden gedemonstreerd. Met voorlopig een klein succes: vanwege alle negatieve commotie  besloten zij om de promotie van hun bedrijf in Europa voorlopig in de ijskast te zetten.
Je stem laten horen voor wat jij van waarde vindt, loont dus.