dinsdag 17 juni 2014

Plastic soep



Een hoopvol teken van de andere tijd waarin we leven, vind ik veel jongeren die vaak op een andere, meer open manier handelen en opereren dan de oude garde gewend is, bij wie het eigenbelang  en gesjoemel vaak vooropstaat, zoals ook weer blijkt uit de snoepreisjes waarop de heren van de Nederlandse Zorg Autoriteit zich uitgebreid trakteerden of de  enorme bonussen die de ‘topmannen’ van de woningbouwverenigingen zichzelf gaven.  

Neem bijvoorbeeld de 19-jarige Delftse student Boyan Slat, die een even simpele als ingenieuze installatie  bedacht om de wereldzeeën te ontdoen van de enorme hoeveelheid plastic waarmee ze zijn vervuild. Het idee hiervoor bedacht hij nota bene al voor zijn profielwerkstuk op de middelbare school. Inmiddels heeft hij een team van honderd mensen die zijn idee mee helpen verwezenlijken en probeert hij via crowdfunding het nodige geld hiervoor op te halen. 
Kortweg gezegd  bedacht hij een installatie die uit drijvende armen bestaat van zo’n 100 km. lang en 3 meter hoog. Door die op bepaalde strategische plekken aan de zeebodem vast te maken, wordt het gros van het plastic door de zeestroming als het ware vanzelf naar het punt van de V getrokken. Daar wordt het omhoog gepompt & opgeslagen en eens in de maand haalt een tanker het op. Het is een inventief systeem, waarmee hij  in vijf jaar tijd zeven ton plastic uit de oceanen hoopt te vissen. 
En hoe kwam hij hiertoe? Omdat hij zelf graag dook en schrok van het feit dat hij onder water meer plastic dan vissen aantrof. Dus heeft hij z’n studie eraan gegeven en is met zijn idee aan de slag gegaan. Door kennis, creativiteit, samenwerking en crowd-funding probeert hij zijn idee nu te realiseren.  

De kritiek van sommigen hierop is: och, dat gaat ‘m toch niet lukken en we zullen vooral ook zelf minder plastic moeten gaan gebruiken. Dat laatste is absoluut een feit, maar het is tegelijkertijd  zo negatief! Ik vind de hele aanpak van deze jongen van zo’n bevlogenheid  getuigen dat ik daar helemaal blij van word. Zo doken, toen hij zijn Tedx- talk over zijn uitvinding had gehouden, de media uit de hele wereld op zijn verhaal. Hij ging echter op geen enkele interviewvraag in, want hij moest eerst zijn wetenschappelijke data zien rond te krijgen. Als dat niet van de juiste spirit getuigt…  

maandag 2 juni 2014

Creatief en duurzaam




In een van de oude industriële gebouwen in Nijmegen, de inmiddels leegstaande Honig- fabriek, organiseerde de ASN-bank onlangs een avond over duurzaam ondernemen, waarop diverse nieuwe initiatieven werden belicht. Alleen van het hergebruik van zo’n oude fabriek word ik al vrolijk - al verdwaalde ik er wel - ook omdat er steeds nieuwe verbindingen en creatieve activiteiten ontstaan. Deze oude fabriek is een nieuwe hotspot geworden.  Jongeren die er een eigen restaurant runnen verzorgden deze avond de catering.
Ook het in de buurt gelegen voormalige Vasim-gebouw, nu de Cultuurspinnerij genoemd, is een dergelijke broedplaats met allerlei alternatieve  bedrijfjes, mensen en initiatieven op het gebied van cultuur en creatieve economie. Zo kun je daar Stadsboom vinden, een maatschappelijke onderneming waar jonge mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt middels leerwerkplekken een ambacht kunnen leren, Hierdoor kunnen ze ervaring opbouwen en zich straks op de arbeidsmarkt beter redden. Ook was er ooit een dag waarop de bakfiets als milieuvriendelijk vervoermiddel in alle vormen en maten te zien was.   

De bedoeling van deze avond was om een aantal duurzame initiatieven die door mensen zelf zijn genomen eens op de kaart te zetten. Sommige daarvan zijn door de ASN-bank ondersteund, aldus directeur Jeroen Jansen, maar ook om mensen te stimuleren dat het anders kan. Zo was er een ideeënbus, waar je duurzame ideeën kon droppen.
Duurzame oplossingen die deze avond aan bod kwamen, waren de Fair Phone, een mobiel waarbij de meest schadelijke metalen ontbreken. Healthy Seas, die spooknetten rond scheepswrakken opvist en tot garen verwerkt waarvan sokken worden gemaakt.  

Mariek Eyskoot hield een pleidooi voor eerlijke, duurzame kleding, want het kan toch niet zo zijn dat er elke  dag wereldwijd zo’n 30 miljoen mensen worden uitgebuit om ons aan te kleden. Waarom accepteren we nog dat onze jassen, jeans en jurkjes worden genaaid door mensen die daarvoor uren voor een hongerloontje moeten overwerken, terwijl het milieu vervuild wordt door overproductie en pesticiden? Waarom kopen we maar door, terwijl onze kast volhangt?
Gelukkig neemt de hoeveelheid eerlijk gemaakte kleding met de dag toe. Zo worden er inmiddels jurkjes van gerecyclede PET-flessen, bamboe of reststoffen gemaakt. Maar belangrijk is natuurlijk ook dat wij als consumenten bewuster kopen en niet steeds op de meest goedkope koopjes uit zijn.  Zelf heb ik een jaar geleden besloten om minder kleren te kopen en veel bewuster te kiezen voor iets wat mooi, met liefde of duurzaam is gemaakt en daar vervolgens lang mee te doen.

woensdag 21 mei 2014

Nieuwe versus oude economie



De  onlangs overleden Wubbo Ockels  - ik had een aantal maanden geleden nog een interview met hem in de planning, maar dat is er dus niet meer van gekomen - vind ik een mooi voorbeeld van iemand die volop voor de nieuwe economie ging. Toen hij in 1985 als astronaut vanuit de ruimte naar de aarde keek en zag hoe kwetsbaar deze was met z’n fragiele rand blauwe lucht eromheen besefte hij meer dan ooit dat we zorgvuldig moeten omgaan met onze planeet. 
Hij heeft zich daarna ook voortdurend ingespannen om dat besef bij mensen te laten doordringen en om duurzaamheid op de kaart te zetten. Hij was een echte out-of-the-box denker en ging allerlei dwarsverbanden aan met anderen en met technologische instituten om het een en ander op dit gebied te verwezenlijken. Denk aan zijn laddermolen, superbus en natuurlijk de zonneauto. Ze waren deze dagen volop in het nieuws.

Ook heeft hij vlak voor zijn overlijden nog een laatste brief geschreven waarin hij mensen oproept om een ander pad te kiezen, niet zo gericht op groei en alsmaar meer verdienen, maar op medemenselijkheid, respect voor de natuur en de aarde, zien dat we het daarmee en met elkaar moeten doen. Iedereen die zijn of haar steentje bijdraagt en bewust voor ander gedrag kiest, hoe klein ook, draagt er mede zorg voor dat de omslag naar een meer ecologische en menselijke samenleving er komt. Zo simpel eigenlijk.
Maar tegelijkertijd ook zo flagrant in tegenspraak met de heersende oude economie, waarbij veel elektrische apparaten, zoals bijvoorbeeld mixers, printers en wasmachines, bewust zo worden gemaakt dat hun levensduur beperkt is en deze bij een defect ook niet zo maar gerepareerd kunnen worden. Een elektrische tandenborstel bijvoorbeeld kun je niet zelf van een nieuwe oplaadbatterij voorzien, want deze is dicht gelijmd. Soms worden er zelfs bewust zwakke plekken in een apparaat ingebouwd, zodat die het eerder begeven en men vervolgens  een geheel nieuw apparaat moet kopen. Zo blijkt er in de printer bijvoorbeeld een teller te zitten die na een vast aantal pagina’s het sein flikkeren geeft, waardoor mensen denken dat ze een nieuwe toner moeten kopen. Helemaal niet nodig, want daarna doet hij het gewoon weer.
  
Niet meer intrappen in dat laatste zou ik zeggen, maar het is vooral hemeltergend hoe fabrikanten bewust hiermee manipuleren, alleen maar om hun eigen bankrekening te spekken. Het leidt niet alleen tot een totaal onnodige verspilling van kostbare grondstoffen en een extra belasting van het milieu, maar is vooral een vorm van onfatsoen. Zo flagrant in tegenspraak met waar Wubbo Ockels voor stond.

dinsdag 29 april 2014

Ongewone dwarsverbanden



De informele economie van ruilen, delen en lenen maakt in Nederland op ’t moment 13% van de economische activiteit uit, las ik onlangs in de krant. Dat lijkt op ’t eerste gezicht misschien weinig, maar is toch verheugend, omdat de nieuwe economie nog niet zo lang aan een opmars bezig is.  Dat het  vooral  jongeren zijn die daarin  het voortouw nemen, zal niemand verbazen. Zij zijn immers vaak de voorlopers of initiatiefnemers van nieuwe trends, zo heeft  de geschiedenis al meermalen laten zien. Bovendien beheersen zij de sociale media als geen ander. Zij kunnen daarmee lezen en schrijven en weten daardoor heel snel onverwachte en verrassende verbindingen te leggen.  

Maar ook ouderen zien steeds meer in dat deze kantelingstijd  vraagt om creatieve,  alternatieve oplossingen en ongewone dwarsverbanden en dragen daar hun steentje aan bij. Ze gaan bijvoorbeeld duurzaam samenwonen met elkaar, soms in een woongroep of woongemeenschap,  maar vaker nog in aparte huizen, maar wel met de afspraak om gezamenlijk een prettig en soms ook duurzaam woon- en leefmilieu te scheppen, waarbij vaak ook de onderlinge aandacht en zorg voor elkaar een belangrijk aspect is. Dat laatste vinden ze mede belangrijk, omdat de zorg voor ouderen behoorlijk uitgekleed wordt. Door zelf voor een gedeelte de burenhulp en zorg voor elkaar te regelen, zijn ze minder afhankelijk van een sterk veranderende zorgmarkt.  Ook past het bij deze ouderen om zo lang mogelijk op eigen benen te staan. Dat is trouwens niet aan dovemansoren gericht, want in steeds meer dorpen en steden leveren de gemeenten maatwerk  om de veranderende woonwensen van ouderen te kunnen realiseren.

Soms ook komen jong en oud op een creatieve manier tot een samenwerkingsproject, zoals bijvoorbeeld bij  ‘Granny’s finest’ in Eindhoven. Oma’s breien vaak graag en veel - en zijn daar ook nog eens erg goed in - maar zijn soms ook eenzaam, zeker als ze steeds in hun eentje zitten te breien. Door oma’s in een gezellige ambiance gezamenlijk te laten breien voor moderne designers vang je twee vliegen in één klap, zo bedacht iemand daar. De oma’s doen het samen, hebben het gezellig en worden beloond met leuke uitjes en uitstapjes, want dat is waar ze ’t meeste behoefte aan hebben. De jonge ontwerpers kunnen mooie, moderne wollen mutsen en sjaals op de markt brengen. Een creatieve combinatie waar beiden aan winnen. 

donderdag 10 april 2014

De zin van aanvullende geneeswijzen



De laatste tijd zijn er steeds vaker positieve geluiden te horen over de toepassing en het  gebruik van  alternatieve geneeswijzen en complementaire methoden die hun effectiviteit hebben bewezen, ook uit de hoek van artsen en ziekenhuisbestuurders. Dat juist ook zij  meer in deze richting bewegen, is hoopvol. Deze methoden en geneeswijzen, waarvan sommige aanvankelijk uit andere werelddelen afkomstig zijn, zoals bijvoorbeeld ayurveda en acupunctuur, worden niet langer in het verdomhoekje gezet en afgedaan als baarlijke nonsens. Behalve dan door de heer Renckens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij die deze  - tegen de tijdgeest in - te vuur en te zwaard blijft bestrijden.
Maar over ’t algemeen blijkt er sprake te zijn van een soort voortschrijdend inzicht  dat ook behandelingen als acupunctuur, osteopathie,  Bach remedies,  mindfulness en bijvoorbeeld muziektherapie tijdens een operatie tot goede resultaten kunnen leiden. En deze methodes zijn in veel gevallen goedkoper dan de reguliere behandelingen en medicijnen, waarvan de laatste soms een leven lang moeten worden geslikt. 

Het kostenaspect speelt wel degelijk een rol in de afwegingen om meer van deze alternatieve methoden gebruik te gaan maken, maar dat maakt op zich niet uit.  Het is in mijn ogen juist een goede zaak - en een stap voorwaarts - dat we het niet meer normaal gaan vinden dat er bij klachten en ziektes meteen ’t duurste uit de medische kast moet worden getrokken. Het is bijna een kwestie van: u vraagt, wij draaien. Maar soms zijn er met wat eenvoudiger ingrepen of behandelingen ook goede resultaten te behalen. Dat vraagt echter wel enige inspanning van de betrokkene zelf om een zekere verandering van levensstijl te bewerkstelligen of bepaald gedrag te veranderen. En zoals de meesten van ons wel weten, is dat laatste bepaald niet  gemakkelijk. Maar desondanks de moeite van het proberen waard, want langdurig medicijngebruik blijkt ook de nodige nadelen en klachten met zich mee te brengen en soms zelfs tot nieuwe klachten te leiden.  

Ook de WHO (World Health Organisation) roept landen op om te onderzoeken welke vormen van aanvullende zorg zinvol zijn en ingevoerd kunnen worden.
Het zijn allemaal tekenen van een eerste, hoopvol begin van het broodnodige samengaan van  regulier en alternatief, van lichaam en geest,van medische & wetenschappelijke  hoogstandjes en simpele, dagelijkse middelen. Uiteindelijk kan dat leiden tot een gezondheidszorg die goed is voor iedereen en ons straks niet ons halve maandsalaris gaat kosten.