dinsdag 8 december 2015

De rituele dans van de zorgverzekeraars


In deze omvormings- en transitietijd verandert er veel en starten nogal wat mensen eigen initiatieven. In plaats van afhankelijk te zijn van de overheid en de politiek of te wachten tot deze met een nieuwe aanpak of visie komt, gaan mensen zelf aan het veranderen en  pionieren, vaak op die terreinen waarop ze al actief zijn. 
Een mooi voorbeeld daarvan is Buurtzorg, dat al een aantal jaar prima functioneert en waarbij de teams van verpleegkundigen geheel zelfstandig werken en daardoor veel dichter bij de cliënten staan en mede daardoor beter kunnen inschatten en aanvoelen wat deze werkelijk aan zorg nodig hebben. Buurtzorg is een groot succes en wordt zowel door de zorgontvangers als zorggevers erg gewaardeerd. Reden waarom de initiatiefnemer daarvan, Jos de Blok, nu met het initiatief komt voor één polis, waarin patiënten een belangrijke stem en grote keuzevrijheid krijgen.

De rituele dans die de zorgverzekeraars elk einde van het  jaar weer maken door eindeloos reclame te maken voor hun polis, terwijl ze onderling nauwelijks verschillen, kan daardoor ook komen te vervallen. Ik erger me in ieder geval altijd groen en geel aan dat ondoorzichtige oerwoud van allerlei vage beloftes en toezeggingen. Terwijl het er in de praktijk vooral op neerkomt dat als er meer toeters en bellen te vergeven zijn, daarvoor ook betaald moet worden. In die zin is het lood om oud ijzer. En hoeveel geld spenderen al die ziektekostenverzekeraars wel niet aan die hele hausse aan reclame, waarbij het nauwelijks om werkelijke verschillen gaat.  De patiënt of cliënt wordt er in ieder geval geen spat beter van. Sterker nog, deze ziet door de bomen het bos niet meer, want de verschillen zijn minimaal, maar kunnen voor de individuele patiënt  grote gevolgen hebben, omdat deze opeens  - als het erop aankomt - voor een bepaalde ingreep of arts niet verzekerd blijkt te zijn. Dat moet beter kunnen, dacht Jos de Blok: namelijk één polis voor iedereen voor hetzelfde bedrag en met meer keuzevrijheid voor de cliënt. Voordeel voor de zorgverleners is dat ze hierdoor minder last hebben van de enorme papierwinkel die met al die verschillende zorgverzekeraars gepaard gaat en ze weer aan hun kerntaak toekomen: het verlenen van zorg. De bedoeling is dat deze nieuwe zorgverzekering in 2017 ingaat.

Mooi is dat ook hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans en econoom Marcel Canoy zich hieraan verbonden hebben om deze nieuwe opzet werkelijk mogelijk te maken. Dat soort dwarsverbanden zijn nodig om wezenlijke veranderingen te bewerkstelligen. 

woensdag 11 november 2015

Weet wat je eet


Over voeding is de laatste tijd een hoop te doen. Ook in allerlei  boeken en tijdschriften  krijgt het volop aandacht. Vorige week nog kreeg ik een vuistdik boek op mijn bureau met de titel ‘Weet wat je eet. Gezond eten op basis van de oudste kennis en de nieuwste wetenschap’. Daarin staat bijvoorbeeld dat je minder zout moet eten en dat kun je bijvoorbeeld doen door  minder brood te eten, want daar zit relatief veel jodium in. Maar aan de andere kant wordt er gewaarschuwd dat te weinig zout ook schadelijk zou zijn. Tsja.. en zo hoor je dat over tal van voedingsmiddelen en producten.  Suiker, tarwe, eieren, in de verkeerde olie bakken en braden, het is allemaal veel schadelijker dan gedacht. Eerlijk gezegd zie ik door de  bomen soms het bos niet meer. Ook de hippe smoothies zouden vanwege het hoge suikergehalte helemaal niet zo gezond zijn. En de in zwang geraakte kokosolie ondanks alle goede eigenschappen toch veel te vet, ook al gaat het daarbij om de goede vetten. Kom daar nog maar eens uit. 

Zelf houd ik er een paar niet al te strenge regels op na, want sommige dingen zijn inmiddels wel duidelijk. We eten over ’t algemeen veel te weinig groente. Vooral groene groenten zijn erg gezond en zouden dagelijks op ons bord moeten liggen. En dan niet steeds weer sla of spinazie, maar ook andijvie, postelein, boerenkool, broccoli, groene kool en snijbiet. Zijn ze van biologische afkomst dan is dat een pre, want deze zijn niet alleen onbespoten, maar bevatten ook meer mineralen en vitamines. Het is een van de redenen waarom ik inmiddels al zo’n 25 jaar een biologisch groentepakket heb.

Vergeet ook de groene kruiden niet. Rozemarijn, tijm, peterselie, basilicum, salie, koriander, te veel om op te noemen. Kruiden hebben sowieso allemaal een eigen geneeskrachtige werking. Ik heb een rubriek hierover in het tijdschrift Cashew Stadstuinieren en het verbaast me elke keer weer hoeveel heilzame stoffen ze bevatten. Een reden te meer om ze rijkelijk te gebruiken. Bovendien kunnen ze,  wanneer je er kwistig  mee durft te zijn, echt een boost aan een gerecht geven, waardoor je zoiets als vlees bijna niet mist. 

Vlees, ik gebruik het wel, maar in geringe mate en als het even kan liefst van biologische kwaliteit, omdat dat minder smaak- en kleurstoffen bevat, de koeien of runderen minder hormonen en niet al bij voorbaat antibiotica krijgen toegediend. Vette vis, zoals paling, zalm en makreel, staat wel regelmatig op het menu.

Verder ben ik zelf een fervent waterdrinker, ook uit de kraan. Het lest de dorst, is fris en in Nederland van behoorlijk goede kwaliteit. Al die drankjes en sapjes, hoe lekker ook, bevatten toch veel suikers en zuren.

zaterdag 31 oktober 2015

Het nieuwe vermenigvuldigen


Je hoort het mensen steeds vaker zeggen, zeker in de alternatieve hoek van de maatschappij of misschien beter gezegd in dat deel van de maatschappij dat niet mainstream is: delen is het nieuwe vermenigvuldigen. Ik blijf het een heel toepasselijke en mooie slogan vinden, omdat deze de lading van de nieuwe eigentijdse manieren van ondernemen, samenwerken en onderling ruilen of  delen goed dekt. Door verder te kijken dan je eigen neus lang is en niet alleen gericht te zijn op het economische belang van je eigen bezigheden of toko kom je in een heel ander vaarwater terecht en ontstaat er bijna als vanzelf meer verbinding met anderen. Het zijn juist de vanzelfsprekende uitwisseling en open ontmoetingen die bijna als vanzelf weer tot nieuwe initiatieven leiden, zo leert de ervaring. En het zal niemand verbazen dat dat nogal eens via de nieuwe media en internet gaat.  

Het mag dan ‘hot’ zijn, in feite is het ook een beetje wijn in nieuwe zakken, want delen is in principe van alle tijden en van alle culturen. Zeker in de niet-Europese  en wat armere economieën bestaat er  nog volop een deeleconomie. Dat je jezelf in leven houdt  door te ruilen, delen en handelen met anderen hoort er als vanzelf bij. Men weet eigenlijk niet beter. Wij in het westen moeten dat echter weer opnieuw leren, omdat we er zo vandaan zijn gegroeid en concurrentie ons als het ware met de paplepel is  in gegeven. 

De belangrijkste component van delen en ruilen is dat het gebaseerd is op vertrouwen. Als dat er niet is, komt de stroom niet op gang. Vaak denken wij hier in het westen: als ik mijn kennis, vaardigheden en expertise zomaar aan anderen ter beschikking stel, dan pikken ze mijn ideeën, werk of expertise. Vaak ligt de angst op de loer dat je door te delen zelf minder zult krijgen. Niets is echter minder waar dan dat. In de praktijk blijkt eerder het tegendeel het geval te zijn. Er komt juist meer naar je toe.  Met name het uitwisselen van ideeën, ervaringen en inspiratie heeft veel positieve effecten en leidt ertoe dat je je horizon en kijk verbreedt.  En daarmee vaak ook je vaardigheden, expertise of handel.

Een beetje in de trant van: twee weten meer dan een, zoals men vroeger al zei.

zaterdag 10 oktober 2015

Het oude werkt niet meer


Gisteren was de dag van de duurzaamheid, waarop er weer allerlei nieuwe initiatieven werden gepresenteerd die onze maatschappij duurzamer, zuiniger en minder afhankelijk van energie moeten maken.  Voorwaar nog een hele klus. Maar er zijn nogal wat mensen die  creatieve ideeën hierover hebben en er eigentijdse oplossingen voor bedenken. Want, daar is men het wel over eens, het oude werkt niet meer en loopt op z’n laatste benen, dus moeten er oplossingen uit een heel andere hoek worden gezocht en gevonden.  

Gelukkig zijn er veel en met name jonge mensen, ondernemers en kunstenaars die hiermee op een creatieve en inventieve manier aan de slag gaan. Iets wat mij altijd weer fascineert en blij maakt. Eerder schreef ik al over Boyan Slat, de student die een installatie bedacht om het vele plastic dat in onze oceanen ronddrijft op te zuigen en af te voeren. Aanvankelijk werd zijn idee afgedaan als  onmogelijk of weliswaar leuk bedacht, maar niet uitvoerbaar. Inmiddels heeft hij al heel wat stappen gezet om het voor elkaar te krijgen.

Interessant op dit gebied is ook de pionier, kunstenaar en ontwerper Daan Roosegaarde. Voor hem is het een uitgemaakte zaak: het oude systeem voldoet niet meer en is aan het crashen. Dat is aan de ene kant natuurlijk beangstigend, maar tegelijkertijd ook hoopgevend, omdat  het nieuwe  kansen biedt. Maar daarvoor is het -  in zijn woorden -  wel nodig dat we onszelf als maker  beschouwen en ons als netwerkers en pioniers gedragen.

Zelf is hij daar een treffend voorbeeld van. Zo heeft hij de ‘Smart Highway’ bedacht, waarbij hij lichtgevende lijnen op het asfalt heeft aangebracht. Overdag laden deze zich op aan het zonlicht en ’s nachts in het donker geven ze deze weer af. Door deze Glowing Lines  hoeven er dus geen lantaarnpalen te branden. Bovendien ziet het er ook nog eens heel mooi uit. Binnenkort gaat hij deze techniek ook op de Afsluitdijk toepassen. In Nuenen heeft hij het van Gogh- fietspad gerealiseerd, waarop ’s nachts van Gogh’s sterrennacht oplicht.  Niet alleen handig, maar ook nog eens beeldschoon.

Mooi hoe hij kunst, schoonheid en duurzaamheid combineert en daarbij ook het belang van anderen in het oog houdt. Zo heeft hij de zonnelampjes bedacht, de zogenaamde ‘WakaWaka’s’ die heel licht zijn en met een zonnecel worden opgeladen. In het Westen worden deze gewoon verkocht, in de landen van het Midden-Oosten weggegeven.

Zijn motto: we moeten niet minder doen of van alles laten, maar vooral meer doen en innoveren.

maandag 28 september 2015

Eetmee Maaltijden


Hoewel alleen eten soms handig kan zijn, mede omdat het snel even tussendoor kan gebeuren, gezellig is het meestal niet. Eten is bij uitstek een sociale aangelegenheid, waarbij naast het gezamenlijke eten -  en soms ook koken - de ontmoeting centraal staat. Je ziet elkaar, als het goed is,  in alle rust en kunt bijpraten over wat er die dag al of niet is gebeurd en uitwisselen wat je bezighoudt. Het is voor velen het moment van  de dag om samen te zijn en van het eten te genieten. Al gaat het er in veel gezinnen waarschijnlijk ook een stuk drukker aan toe. Dat geldt  zeker voor gezinnen met jonge kinderen. Voor hen is het avondeten vaak spitstijd met alle onrust die daarbij hoort.  

Over ’t algemeen eten de meeste mensen niet graag alleen, de echte diehards  daargelaten. Maar omdat er anno 2015 veel meer alleengaande mensen zijn, is dat voor velen vaak wel een probleem. Ze missen op  z’n minst de aanspraak. Vandaar dat er op diverse plekken in het land  zogenaamde ‘Eetmee maaltijden’ worden georganiseerd, zoals in Utrecht, de Bilt en Twente om een paar voorbeelden te noemen. Die zijn een succes. In Twente bijvoorbeeld blijken maandelijks ruim  driehonderd mensen mee te eten. Men vindt dat gezamenlijk eten mede zo fijn, omdat het tot eerlijke gesprekken en verrassende ontmoetingen leidt en soms zelfs  tot nieuwe vriendschappen of andere buurtinitiatieven.

Het gaat bij ‘Eetmee’ niet om culinaire hoogstandjes of topkoks, maar om samen eten en het feit dat men anderen ontmoet. De nadruk ligt op gezonde en betaalbare maaltijden met veel verse producten, die door vrijwilligers worden bereid en uitgeserveerd. Al zijn er wel professionele koks die  hun diensten gratis aanbieden, omdat ze het een mooi initiatief vinden. Behalve dat het gezellig is, stimuleert het de betrokkenheid bij elkaar. Zelfs in die mate dat daaruit soms weer andere gezamenlijke initiatieven voortkomen en dat komt de cohesie in de wijk of het dorp weer ten goede.  Het is een mooi voorbeeld, vind ik, hoe mensen elkaar steeds gemakkelijker weten te vinden om hun leven te veraangenamen of gezamenlijke nieuwe initiatieven te ontplooien. En in  het digitale tijdperk krijgen deze vaak ook snel  navolging.  Wat op de ene plek is bedacht wordt al snel elders opgepikt al dan niet van een net andere insteek voorzien. Een goede ontwikkeling, vind ik.

woensdag 2 september 2015

Duurzaam eten. Hoe doe je dat?


Je kunt hier moeilijk of gemakkelijk over doen. Het eerste betekent dat je overal heel precies in bent en duurzaamheid bijna als een nieuw geloof ziet met zeer strikte regels. Een soort heilig geloof dat het op één manier en vooral ook heel consequent moet. Als je dat wil, prima natuurlijk, maar je kunt het jezelf ook gemakkelijker maken door een aantal principes proberen na te streven en deze  als een goed uitgangspunt te zien  om tot een steeds  gezondere en duurzamere manier van eten te komen. Hieronder geef ik er een aantal.

  1. Probeer zoveel mogelijk lokale ingrediënten  te gebruiken en dan met name  groenten en fruit. Wekelijks een groentepakket uit de buurt, dat wordt thuisbezorgd - bij mij tegenwoordig zelfs per bakfiets - is een grote hulp. Ik kan het iedereen aanraden. Er komen steeds meer groente & fruitpakketten op de markt.
     
  2. Eet volgens de seizoenen, dus geen aardbeien in de winter of spruitjes in de zomer.
     
  3. Eet minder vlees en vis.  Heb je daar toch regelmatig  behoefte aan, neem dan duurzaam of biologisch vlees. Om toch voldoende eiwitten binnen te krijgen kun je vaker bonen, erwten, linzen, noten, pitten en zaden eten. Lekker en voedzaam en je kunt er eindeloos mee variëren.
     
  4.  Eet zoveel mogelijk biologisch, het aanbod hierin wordt ook in de supermarkt steeds groter: van koffie en thee tot vlees, brood, chocola, spaghetti en groenten.
     
  5. Koop vaker eerlijke producten, bijvoorbeeld van Fair Trade of Ekoplaza. 
     
  6. Deel of ruil je eten met buurtgenoten, zodat je minder weggooit.
     
  7. Kook liefst zo weinig mogelijk bewerkt voedsel uit blik, potjes of  pakjes en maak zo min mogelijk gebruik van kant- en klaar producten. Het grappige is dat je dit na verloop van tijd vanzelf niet meer doet, omdat het niet kan tippen aan de verse producten.
     
  8. Vraag je af of er voor de productie  van je eten veel of weinig energie of water nodig is? En van hoe ver het komt? Stem je keuze daarop af.
     
  9.  Probeer zo min mogelijk eten weg te gooien. Vaak is er met de restjes nog wel iets lekkers te maken. Hoe vaker je dat doet, hoe creatiever je wordt en  een goed gevulde groentesoep is vrijwel altijd lekker.
     
  10. Gebruik geen flesjes mineraalwater. Dat is nergens voor nodig, want de kwaliteit van het Nederlandse water is goed. 
     

maandag 17 augustus 2015

Out of the box denken


Ik schreef eerder al een blog over de Delftse student Boyan Slat, die een revolutionair plan bedacht  om de enorme berg plastic afval die in onze oceanen ronddrijft op te ruimen.  Op grond van een profielwerkstuk op school was hij daartoe gekomen.

Aanvankelijk werd er een beetje schamper over gedaan, hoe haalde zo’n jong ventje het in zijn hoofd om te denken dat hij dat grote probleem even ging verhelpen. Maar hij trok zich van die kritiek niets aan, zette zijn studie voorlopig op een dood spoor en besloot  niet alleen om zijn idee te gaan uitwerken, maar ook fondsen te gaan werven om het uit te kunnen voeren. Dat heeft geleid tot een installatie met kilometerslange drijvende armen waarmee het plastic uit de zee moet worden gevist. Door middel van crowdfunding heeft hij zelfs een hele organisatie opgezet om dit doel te bereiken: The Ocean Cleanup. Maar naast medewerkers zijn er vooral veel vrijwilligers betrokken bij het project, want om geld gaat het hem absoluut niet. 

Inmiddels is hij alweer een stap verder. Om de omvang van de vervuiling nauwgezet vast te kunnen leggen en te meten  gaat een dertigtal schepen de komende maand de Stille Oceaan op en wel naar de plek waar het afval zich door de cirkelvormige zeestroming vooral heeft verzameld, door hem The Great Pacific Garbage Patch genoemd.  Middels een app kunnen ze de grote stukken tellen en registreren.

Zo inspirerend hoe hij laat zien dat je echt iets kunt bereiken als je bereid bent om uit de box te denken en vanuit kennis en betrokkenheid gewoon aan de slag gaat om een moeilijk probleem te tackelen. De kritiek die hij krijgt: zijn plannen zouden onhaalbaar zijn en de plasticvervuiling  zou hiermee niet aan de bron worden aangepakt, weet hij tot nu toe aardig te pareren. Dat laatste is uiteraard een feit, maar hij kan niet alles tegelijk. Verder probeert hij op een slimme manier de kosten zo laag mogelijk te houden. Zo heeft hij bijvoorbeeld de deelnemers van een zeilrace in dat gebied die toch terug moeten naar hun thuishaven in de VS gevraagd om aan het onderzoek mee te werken. 

Dit is op ’t moment nog het enige waarmee hij bezig is, aan afstuderen komt hij niet eens toe, maar hij kan zich niets leukers voorstellen dan dingen maken die zin hebben en iets positiefs bijdragen. Dat zouden meer mensen moeten doen, zoals de bekende slogan luidt.

Ik word in ieder geval erg blij van zoveel inventiviteit, positivisme en daadkracht.