maandag 11 april 2016

De betekeniseconomie


Er is in onze cultuur een omslag gaande die tegenwoordig samengevat wordt met het woord betekeniseconomie. In plaats van dat mensen en bedrijven voornamelijk bezig zijn om alsmaar meer geld te willen verdienen, zijn er steeds meer mensen, groeperingen en bedrijven die willen dat wat zij verkopen, maken of aan de man brengen iets toevoegt aan de levens van mensen. Soms ook willen ze een probleem oplossen en beginnen daarom een bedrijf.  

Het gaat  hen niet om winst of om puur handelen  vanuit een businessidee,  maar om maatschappelijk van betekenis te zijn en waar mogelijk iets toe te voegen aan de levens van mensen. In deze nieuwe stroming bekommert men zich om  welzijnsbevordering, verantwoordelijkheid nemen, geen schade berokkenen aan de planeet of het verkleinen van de sociale ongelijkheid.

Een mooi voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld Campbell. Zij brachten onlangs Campbell Nourish op de markt, een speciale, hypervoedzame soep, die ze speciaal voor dakloze mensen hebben ontwikkeld. Met één zo’n kop soep per dag krijgen ze alle essentiële voedingsstoffen binnen. Een ander initiatief is de stichting ‘Sheltersuit’,  die warme wind- en waterbestendige jassen of slaapzakken heeft ontwikkeld, speciaal voor dakloze mensen die op straat moeten leven.

Een ander voorbeeld zijn de eigen gerunde supermarkten die op diverse plaatsen ontstaan, omdat mensen deze belangrijk vinden als een soort waardengemeenschap voor een dorp of de buurt. Soms kiest men daarbij ook bewust voor gezonde en biologische producten én eerlijke prijzen. Men moet er zijn brood  mee kunnen verdienen, dat is duidelijk, maar het moet ook de buurt en de omwonenden ten goede komen. Soms ook neemt men speciaal mensen aan die geen werk hebben of in een moeilijke situatie verkeren, zodat zij een zinnige daginvulling krijgen. Of men creëert bewust een koffiecorner waar mensen gemakkelijk met elkaar in contact komen.

De laatste zaken zijn misschien niet hemelbestormend, maar er wordt wel gekeken hoe men kan bijdragen aan het geheel en hoe er een meerwaarde kan worden geleverd. Men kijkt in ieder geval verder dan de eigen neus lang is en creëert op de een of andere manier een meerwaarde.

Deze verandering wordt mede in gang gezet, omdat een aantal zaken tegenwoordig vrijwel gratis is, zoals bijvoorbeeld informatie. Iedereen kan die zelf zoeken en vinden en daar zijn voordeel mee doen. Maar ook de toename van zonne-energie, waarbij de zon in feite de energieleverancier wordt, maakt dat die hele markt verandert en aan het verschuiven is. Deze ontwikkeling zal er waarschijnlijk toe leiden dat energie op den duur gratis wordt. 

vrijdag 25 maart 2016

Stadstuinieren is in


Zelf groenten, fruit en kruiden verbouwen is van alle tijden en culturen, want waar mensen een lapje grond hebben gaan ze vaak aan de slag om hun eigen groenten en fruit te kunnen oogsten. Ze doen dat vaak niet alleen vanwege de oogst, maar ook omdat met je handen in de aarde werken, zelf zaaien, spitten en oogsten veel voldoening geeft. Bovendien weet je wat je eet en is het  goed voor je conditie - je hoeft niet naar een dure  sportschool -  maar bent lekker in de buitenlucht bezig. Vaak ook zijn er een paar andere tuiniers met wie je stekjes, planten, kruiden en tips kunt uitwisselen.

Stadstuinieren, vroeger ook wel moestuinieren genoemd, is een beetje de nieuwe trend aan het worden. Steeds meer buurten houden zich ermee bezig. Dat heeft in geringe mate met de voedselschandalen te maken en het feit dat er in ons fruit en groenten uit de winkel toch vaak  resten van bestrijdingsmiddelen blijken te zitten, maar meer nog met het verlangen naar eerlijk en gezond voedsel  en de tevredenheid die het geeft om dit zelf te verbouwen. Bovendien is tuinieren een uitstekende manier om niet te veel in je hoofd te zitten. Wat ook een rol speelt als je met meerdere  buurtgenoten tuiniert  is dat je onderling veel tips en handige weetjes kunt uitwisselen, want zelf groente en fruit verbouwen is niet zo simpel als het lijkt. Daar is behoorlijk wat kennis en doorzettingsvermogen voor nodig. Daarom zijn medetuiniers zo belangrijk. Dezen kunnen je goede ideeën  of middeltjes aan de hand doen hoe je bepaalde ziektes, plagen of insecten uit de buurt kunt houden. Stadstuinieren kun je zelfs al doen in grote vierkante kisten of kratten, die er tegenwoordig speciaal voor gemaakt zijn. Soms met een simpel drainagesystem.

Zelf zaaien, planten, verbouwen en oogsten in is. Daarom ontstaan er steeds vaker initiatieven in buurten en steden om gezamenlijk een lap grond te gaan bewerken. Vaak spreekt men ook af om de opbrengst met elkaar te delen of te ruilen, want in sommige periodes en met name in de zomer kom je om in bepaalde groenten of fruit. 
Leuk is dan ook dat er steeds meer gemeentes zijn, waaronder bijvoorbeeld Nijmegen, die de grond en mogelijkheden hiervoor faciliteren. Een ontwikkeling die in veel gevallen een win-win situatie oplevert. De mensen krijgen vaak een sterkere onderlinge band en worden er soms blijer en gezonder van. Dat scheelt de gemeente weer andere onkosten.
Des te jammer is het dan ook dat soms uit financiële motieven de stadstuinen of landjes opeens worden opgedoekt, zoals onlangs in de buurt van Amersfoort gebeurde, omdat er met die grond veel meer winst valt te behalen door er dure huizen op te zetten. Ik zou bijna voor een stads- en moestuinbeweging willen pleiten.

vrijdag 11 maart 2016

De droomfabriek


Een mooie en interessante vernieuwer vind ik de kunstenaar Daan Roosegaarde. Hij probeert in zijn projecten diverse dingen te verbinden door middel van techniek, kunst, design en milieu om zo tot iets nieuws te komen, dat ook nog schoonheid aan de wereld toevoegt.  Of zoals hij zelf zegt: ‘ik heb een droom, een idee en dan ga ik jagen. Ik vind het leuk om het niet te weten, maar toch aan de gang te gaan, te zoeken, te experimenteren en te proberen. Waardoor er opeens een verrassend nieuw element of zelfs oplossing  kan ontstaan, waaraan je daarvoor helemaal niet had gedacht.’

De ware pioniersgeest, zou ik zeggen, en de juiste spirit voor de overgangstijd waarin we leven, waarin het oude niet meer voldoet of op z’n laatste benen loopt, maar het ook nog niet duidelijk is waar we dan wel naartoe gaan, laat staan dat we enig idee hebben hoe het nieuwe eruit gaat zien. In die toekomst zal er hoe dan ook meer technologie aan te pas komen, dat staat als een paal boven water, maar om de wereld leefbaar te houden moet die technologie wel verbonden worden met schoonheid, kunst, dromen en inspiratie en dat is precies wat Daan Roosegaarde doet. In zijn eigen studio ‘De Droomfabriek’ probeert hij technologie op een andere manier te gebruiken en in te zetten, wat onder meer heeft geleid tot het inmiddels beroemde van-Gogh fietspad in Nuenen. Dit fietspad wordt in het donker door duizenden sterretjes verlicht. Het is niet alleen een unieke belevenis, maar kost ook nog eens geen extra energie. 

Omdat het huidige systeem zeker qua energieverbruik en luchtvervuiling aan het crashen is, is het met name belangrijk om daar iets nieuws tegenover te stellen. Zo kwam hij tot het idee van de smogtoren, die in het kort gezegd fijnstofdeeltjes aan de lucht onttrekt -  en die zijn, zoals we allen inmiddels weten, schadelijk - en schone lucht uitblaast. Maar liefs 30.000 kuub per uur, terwijl de toren minder energie verbruikt dan een waterkoker.

Daan Roosengaarde probeert als kunstenaar vakkundigheid en inspiratie  te combineren en koppelt soms op een heel eigen manier bestaande vormen of zaken aan elkaar, waardoor er iets geheel nieuws kan ontstaan. En als daar in deze geïndustrialiseerde  wereld ook nog schoonheid aan toegevoegd wordt, is dat een groot pluspunt, vind ik.

 

zondag 28 februari 2016

Eerst buurten, dan zorgen


De zorg blijft een zorgenkindje, alle goede voornemens en veranderingen ten spijt. En dat terwijl mensen steeds ouder worden en vaak dus meer zorg nodig hebben. Die zorg wordt wel gegeven, maar  nogal versnipperd.
Dat komt vooral door het marktdenken, waarvan de zorg doortrokken is.


Er zijn door de overheid, ambtenaren en zorgverzekeringen heel veel regels bedacht en opgesteld, die soms tot een gekmakende hokjesgeest in de thuiszorg leiden. Hierdoor hebben we een ingewikkeld zorgsysteem gekregen, waarbij het kan gebeuren dat de boterham klaarzetten alleen uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt betaald, maar dat stukje brood bij iemand in de mond stoppen door de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Gekker moet het toch niet worden!









Door die overdaad aan regelgeving kan het dus gebeuren dat de ene verzorgende een wond komt verzorgen, een ander om de steunkousen aan te trekken en weer een ander om het huishouden te doen. Dat is niet alleen frustrerend  en gekmakend voor de mensen die het  moeten uitvoeren, maar zeker ook voor hen die dit moeten ondergaan en hieraan willoos overgeleverd zijn. Zij hebben vaak behoefte aan echte aandacht en aan contact: even een praatje maken, iets gezelligs doen of onder hoede van de ander buiten een wandelingetje maken. Heel vanzelfsprekende, menselijke dingen, die zowel door de zorgvragers als de zorggevers worden gewaardeerd, zo blijkt telkens weer. En die het welbevinden van mensen ten goede komen.








Het is niet te begrijpen dat de zorg elke keer weer wordt opgetuigd, maar dat de bureaucratie er binnen de kortste keren toch weer in sluipt, waardoor alle goede voornemens ten spijt de zorgbehoeftigen daarin niet echt centraal staan. Dat komt mede omdat alle handelingen en interventies tot in detail in protocollen zijn geregeld. Hierdoor wordt er soms meer uitgegeven aan administratie en management dan aan de mensen die zorg nodig hebben. Je vraagt je af waarom dat nog steeds zo moet, terwijl het ook heel goed anders kan!







Dat heeft Buurtzorg wel bewezen dat inmiddels aan een onstuimige opmars bezig is. Hun slogan is: eerst buurten, dan zorgen. Zij stellen menselijkheid boven bureaucratie en hebben als uitgangspunt dat de mensen zo verzorgd moeten worden dat ze niet buiten de gemeenschap komen te staan. Een prachtig en werkbaar uitgangspunt. Hopelijk wordt hun opmars niet gestuit, want zo’n nieuweling is voor de gevestigde belangen vaak een bedreiging.


Maar Jos de Blok heeft een visie en en missie en zet gewoon door. Ook omdat hij weet waar hij en zijn medewerkers voor staan.

donderdag 21 januari 2016

Op weg naar een integrale gezondheidszorg


De gezondheidszorg is vrijwel dagelijks in het nieuws. Met informatie over allerlei nieuwe geneesmiddelen, methoden en technologische hoogstandjes. Of over de kosten van de zorg die de pan uit dreigen te rijzen. Men verwacht de komende jaren zelfs een explosieve groei van de zorgkosten en dat lijkt me ook alleszins voorspelbaar als we op dezelfde weg doorgaan, waarin alles wat moet kunnen ook kán en we zelfs voor een paar gewonnen levensweken torenhoge bedragen over hebben.

Over de inhoud van de zorg: wat is goede, menswaardige zorg en welke complementaire en alternatieve methoden leiden tot goede resultaten gaat het helaas veel minder. Dat is jammer, want met een brede kijk op gezondheid en een gezondheidszorg die lichaam, geest én ziel omvat valt veel winst te behalen.

 

Omdat ik dat een belangrijke ontwikkeling vind heb ik een aantal artsen geïnterviewd die wel een brede visie op gezondheid hebben. Zij leggen in hun manier van werken de verbinding tussen regulier én alternatief,  lichaam én geest, wetenschap én intuïtie, vakmanschap én compassie en laten zien welke meerwaarde dat voor patiënten heeft.  Ziektes en klachten, zo zeggen zij, kunnen ook tekenen op  onze levensweg zijn, waarvan we kunnen groeien en wijzer worden. Een gewaagde stelling, want daardoor moeten we ook naar onszelf kijken en niet langer blijven denken dat alles kán. Desnoods voor torenhoge bedragen en zonder dat we zelf de verantwoordelijkheid voor onze gezondheid nemen.

 

Hoopvol is wel dat tegenwoordig ook reguliere artsen vaker toegeven dat ze soms behandelingen geven die niet helpen of waarvoor de wetenschappelijke bewijslast ontbreekt. Buisjes in de oren bij een eerste oorontsteking, trommelvliezen doorprikken of eileiders doorknippen hebben bijvoorbeeld geen zin. Desondanks doen artsen dat toch, mede omdat het huidige gezondheidszorgsysteem een perverse prikkel kent: er wordt betaald voor verrichtingen en niet voor aandacht of tijd. Het zou mooi zijn als dat de komende jaren zou gaan kenteren.

 

Maar daarvoor is er ook een andere attitude nodig. Het is toch eigenlijk belachelijk dat we massaal tegen de griep worden ingeënt, terwijl  een griep ook een reinigende werking kan hebben. Een griep of flinke verkoudheid doormaken, eens echt goed koortsen en door al het gesnotter een flinke voorjaarschoonmaak houden doet het lichaam goed en werd vroeger heel gewoon gevonden. Tegenwoordig zijn we echter meteen bang dat we anderen infecteren, zoals ook weer bleek bij de discussie over de mazelen.

Dan heb ik het natuurlijk niet over de ernstige ziekten, maar over de meer onschuldige kinderziekten en dergelijke. Maar ook bij ernstige ziekten kan het soms wel een tandje minder.

 

 Zie ook mijn boek: ‘Gezond en wel. Artsen met een brede visie op gezondheid’, Brave New Books, ISBN 9789402114874

dinsdag 29 december 2015

Slowbalisering

Slowbalisering  Ik vind het een mooie  term om het nieuwe jaar mee te beginnen.
De term is overigens niet van mij afkomstig, maar van trendwatcher Adjedj Bakas, die daarmee wil aangeven dat in de komende tijd veel een tandje langzamer zal gaan. Het alsmaar meer, meer en groter en het liefst de hele wereld willen veroveren, de tijd van globalisering, van mega-ondernemingen en voortdurende expansie is voorbij. Of liever gezegd: deze loopt op zijn laatste benen.
Daarvoor in de plaats is er een hang gekomen naar kleinschaligheid, naar lokale initiatieven waarin men samenwerkt of elkaar versterkt, naar de eigen mogelijkheden ontdekken en zelf met een goed idee aan de slag gaan. Zo worden er steeds meer  kleine, lokale bedrijfjes opgezet, waarbij men het nogal eens belangrijk vindt dat deze goed zijn voor mens, dier en de aarde. Maar ook de deel- ruil- en leenplatforms als Peerby, Airnb, Auto delen en Thuis afgehaald tieren welig. Al weet de overheid hier nog niet zo goed raad mee en ziet men deze aanvankelijk vooral als concurrentievervalsing.


Wat ook een grote vlucht heeft genomen is het zelf  verbouwen van groenten en fruit, al of niet samen met anderen of door middel van een gezamenlijk initiatief in de buurt. Daar lijkt inmiddels half Nederland mee bezig. Behalve dat je hierdoor minder met pesticiden en gesjoemel met voedsel te maken hebt, is een andere reden dat men weer meer verbonden wil zijn met de eigen streek of buurt. Behalve dat het leuk is om die te leren kennen, weet je dan tenminste ook met wie  of wat  je te maken hebt.


Dergelijke ontwikkelingen zijn te zien als een reactie op de almaar voortdurende schaalvergroting van de afgelopen jaren en van de vele voedselschandalen die hebben plaatsgevonden.
En natuurlijk hebben internet en alle moderne media hier ook mee te maken. Hierdoor kunnen mensen elkaar zowel online als offline veel sneller vinden. Ook kan men hierdoor veel gemakkelijker zelfstandig zijn of haar eigen weg vinden en zich verbinden met initiatieven en mogelijkheden, die men waardevol vindt. Er is een inmiddels groeiende groep die deze tijdgeest goed aanvoelt of hier mede zelf vorm aan geeft.




De andere kant van de medaille is dat er economisch waarschijnlijk een periode van krimp en stagnatie zal komen. Dat is niet gemakkelijk en zal voor velen waarschijnlijk ook pijnlijke gevolgen hebben, maar het biedt tevens de mogelijkheid om tot een menselijker maat te komen.
'Klein wordt het nieuw groot', wordt weleens gezegd. En eigenlijk zie je dat in meer of mindere mate ook al gebeuren. De kleinschalige initiatieven, bedrijfjes en winkels nemen toe, de landwinkels en boerenmarkten die streekprodukten verkopen worden druk bezocht, terwijl de grote ketens en warenhuizen in zwaar weer verkeren om maar eens een voorbeeld te noemen.




Slowbalisering, een lager tempo en meer aandacht voor wat  dichtbij en voorhanden is. Het zal even wennen zijn, maar ik probeer er zelf al meer naar te leven en er ook van te genieten. Dat lukt me trouwens niet altijd even goed, hoor. Zeker, omdat mijn werk behoorlijk is afgenomen. Maar zeg nu zelf: er zijn toch veel te veel tijdschriften. Ook daar kan een tandje minder geen kwaad.

dinsdag 8 december 2015

De rituele dans van de zorgverzekeraars


In deze omvormings- en transitietijd verandert er veel en starten nogal wat mensen eigen initiatieven. In plaats van afhankelijk te zijn van de overheid en de politiek of te wachten tot deze met een nieuwe aanpak of visie komt, gaan mensen zelf aan het veranderen en  pionieren, vaak op die terreinen waarop ze al actief zijn. 
Een mooi voorbeeld daarvan is Buurtzorg, dat al een aantal jaar prima functioneert en waarbij de teams van verpleegkundigen geheel zelfstandig werken en daardoor veel dichter bij de cliënten staan en mede daardoor beter kunnen inschatten en aanvoelen wat deze werkelijk aan zorg nodig hebben. Buurtzorg is een groot succes en wordt zowel door de zorgontvangers als zorggevers erg gewaardeerd. Reden waarom de initiatiefnemer daarvan, Jos de Blok, nu met het initiatief komt voor één polis, waarin patiënten een belangrijke stem en grote keuzevrijheid krijgen.

De rituele dans die de zorgverzekeraars elk einde van het  jaar weer maken door eindeloos reclame te maken voor hun polis, terwijl ze onderling nauwelijks verschillen, kan daardoor ook komen te vervallen. Ik erger me in ieder geval altijd groen en geel aan dat ondoorzichtige oerwoud van allerlei vage beloftes en toezeggingen. Terwijl het er in de praktijk vooral op neerkomt dat als er meer toeters en bellen te vergeven zijn, daarvoor ook betaald moet worden. In die zin is het lood om oud ijzer. En hoeveel geld spenderen al die ziektekostenverzekeraars wel niet aan die hele hausse aan reclame, waarbij het nauwelijks om werkelijke verschillen gaat.  De patiënt of cliënt wordt er in ieder geval geen spat beter van. Sterker nog, deze ziet door de bomen het bos niet meer, want de verschillen zijn minimaal, maar kunnen voor de individuele patiënt  grote gevolgen hebben, omdat deze opeens  - als het erop aankomt - voor een bepaalde ingreep of arts niet verzekerd blijkt te zijn. Dat moet beter kunnen, dacht Jos de Blok: namelijk één polis voor iedereen voor hetzelfde bedrag en met meer keuzevrijheid voor de cliënt. Voordeel voor de zorgverleners is dat ze hierdoor minder last hebben van de enorme papierwinkel die met al die verschillende zorgverzekeraars gepaard gaat en ze weer aan hun kerntaak toekomen: het verlenen van zorg. De bedoeling is dat deze nieuwe zorgverzekering in 2017 ingaat.

Mooi is dat ook hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans en econoom Marcel Canoy zich hieraan verbonden hebben om deze nieuwe opzet werkelijk mogelijk te maken. Dat soort dwarsverbanden zijn nodig om wezenlijke veranderingen te bewerkstelligen.