woensdag 26 februari 2014

Jaarlijkse opruim- en weggeefdag


Ik blog steeds over verschillende vaak kleine en lokale initiatieven die  het geven, ruilen of delen tot een nieuwe manier van leven verheffen, maar doe er zelf ook het nodige in.

Zo woon ik in een buurt waar we er bewust voor hebben gekozen om samen een aantal  zaken te delen, zoals bijvoorbeeld tuingereedschap, een grasmaaier,  boormachine,  aanhangwagentje  en een paar wasmachines. Het is niet alleen handig en goedkoper, maar leidt  vaak ook nog tot leuke contacten en spontane initiatieven. Iemand stelt voor om een gezamenlijke tuindag te houden, een filmavond te organiseren  of een lezing te geven over een onderwerp, waar hij als kunsthistoricus veel vanaf weet, zoals onlangs  bijvoorbeeld over Frida Kahlo. Wie zin heeft,  kan daar naartoe. Regelmatig is er een gezamenlijke borrel en soms wordt er door een aantal mensen samen gegeten. Of  gevolleybald.  

Maar een biologische tuinderij uit de omgeving levert ook  groentepakketten per bakfiets aan huis af. Enkelen – onder wie ik -  delen zo’n pakket met  de buurman, omdat het voor één persoon te veel is. Ook hebben we een kast waar mensen boeken en spullen kunnen neerzetten die ze over hebben, wie weet … heeft een ander er nog wat aan.

Op dat principe is ook de weggeef- en opruimdag gebaseerd, die we eens per jaar op een  zaterdag in het voorjaar houden. Iedereen zet z’n spullen, huisraad, oude fietsen, computers, speelgoed, matras of wat ie dan ook over heeft of niet meer gebruikt  op het middenterrein neer. Anderen kijken vervolgens of er iets van hun gading bij zit. De een kan dat droogrek goed  gebruiken, de ander vindt die retro lamp wel kek en weer een ander wil die oude fiets zelf wel opknappen. Ook zijn er altijd wel een paar mensen die een taart bakken. Vervolgens is er een Afrikaanse bewoner die  van alles verzamelt, vooral plastic speelgoed, driewielers,  emmers en teilen om mee naar Afrika te nemen. Daarna wordt er nog een rondje over het terrein gemaakt door iemand die in een recyclewinkel werkt om te kijken wat hij nog kan hergebruiken. Om een uur of vier tenslotte worden de spullen die overblijven gescheiden verzameld en op de aanhangwagen naar de vuilstort gebracht.

Een dag die vrijwel elke  buurt wel zou kunnen organiseren, want zoals gezegd, is het een van de leukste dagen van het jaar, vooral als de zon ook nog meewerkt.

donderdag 6 februari 2014

Zorg naar lichaam en geest


Ook in de gezondheidszorg ontstaan de laatste tijd nieuwe initiatieven om de grootschaligheid en doorgeslagen professionalisering te ondervangen. Zo nemen ouderen, groepen burgers in een buurt of dorpen steeds vaker zelf de regie over hun zorg. Ze richten bijvoorbeeld coöperaties op die hun onderlinge hulp en zorg regelen of, wanneer dat laatste niet mogelijk is, organiseren ze het professioneel, maar dan in een kleinere en meer menselijke maatvoering. Ook de kleinschalige Thomashuizen en buurtzorg zijn belangrijke initiatieven  vanuit mensen zelf  om de zorg menselijker te  maken en niet louter door de financiële motieven van de beleidsinstanties te laten  bepalen.

 

Een andere belangrijke ontwikkeling die naar mijn idee zou moeten plaatsvinden is dat de reguliere gezondheidszorg niet zo afwijzend zou moeten staan tegenover alles wat alternatief of complementair is, terwijl deze sector ook veel te bieden heeft en vaak tegen een lagere prijs. Zo kijken zij meer naar de mens als geheel en beschouwen ze lichaam, geest en ziel meer als een eenheid. Alle drie zijn nodig om tot werkelijke gezondheid te komen.

De artsen of behandelaars in deze sector bereiken met aandacht, tijd, betrokkenheid, een ruimere visie op gezondheid en simpele middelen en technieken vaak veel. Bovendien zijn zij er niet van overtuigd dat alle klachten ook meteen  verholpen moeten worden. Soms hebben die ons iets te zeggen over hoe we ons leven leiden.   

Wanneer artsen daar meer aandacht voor hebben, hoeft niet alles meteen opgelost of weggewerkt te worden - met de farmaceutische industrie daarbij vaak als grote aanjager-  maar kunnen we bepaalde symptomen en klachten ook gaan zien als een soort ongemak dat bij het leven hoort, dat misschien ook op een wat minder ingrijpende  manier verholpen kan worden.    

Wederzijdse verkettering is volgens mij niet het antwoord. Eerder geloof ik in samenwerking, omdat soms de ene aanpak meer op zijn plaats is en soms juist de andere. Ze vullen elkaar aan. Daarom heb ik zeer recent een boek geschreven met interviews met artsen die de samenwerking wel zoeken, die breder kijken naar gezondheid, die lichaam en geest niet scheiden evenmin als wetenschap en  intuïtie, vakmanschap en medemenselijkheid. Zij zien klachten en ziekten soms ook als tekenen op  onze levensweg, waarvan we kunnen groeien en meer mens worden. Of die een roep inhouden om een andere weg in te slaan, want de meeste gezondheid en groei is niet met een pil of operatie af te dwingen.

 


Dit boek ‘Gezond en wel. Artsen met een brede visie op gezondheid’ is vanaf 7 februari  koop op bol.com als e-book (€7,99) of als paperback (€ 12,95)

donderdag 9 januari 2014

Met liefde repareren


We leven ondanks de crisis nog steeds in een behoorlijke overvloedmaatschappij, waarin de gewoonte om veel dingen liefst voor zo weinig mogelijk geld aan te schaffen en als ze enigszins gehavend, ouderwets of kapot zijn meteen maar weg te gooien, nog welig tiert. Niet voor niets zijn winkelketens als de Action en Primark zo populair. Zelf ben ik één keer bij de Action geweest, omdat ze breiwol in de aanbieding zouden hebben, maar ik liep er al snel gillend weg. De hele sfeer van opgestapelde dozen en pakken, de liefdeloos gemaakte hebbedingetjes en ja, toch ook wel een vorm van graaien stonden me tegen. En dan heb ik het nog niet eens over de werkomstandigheden van de mensen die al die prullaria moeten maken noch over de grondstoffen die hiervoor  worden verbruikt.  

Een groot contrast daarmee zijn de Repaircafé’s, waar mensen met hun kapotte spullen, broodroosters en stofzuigers, een trui met mottengaatjes of  een vastlopend apparaat terecht kunnen om deze gratis te laten maken. Al willen degenen die zo’n café bemannen de mensen graag ook  het een ander bijbrengen, zodat ze zelf bijvoorbeeld ook eerder die oude step of grasmaaier repareren in plaats van meteen een nieuwe aan te schaffen. 

Het blijkt een gouden formule te zijn, want ooit met één café in Amsterdam-West begonnen hebben ze zich inmiddels als een olievlek uitgebreid. Er zijn er al meer dan honderd, waaronder een Kinder Repaircafé, waar kinderen bijvoorbeeld hun eigen band leren plakken, en zeker één Repaircafé op een middelbare school.

Een vriendin van mij had een oude bureaulamp waar ze erg aan gehecht was -  een beetje zestigerjaren design - en ze had hem ook al een jaar of dertig, maar het drukknopje was kapot. Dus toog ze naar het plaatselijke Repaircafé. Daar werd niet gezegd: plak het knopje maar vast, dan doet ie het ook weer. Nee, haar lamp werd snel, vakkundig en op een inventieve manier hersteld. En met liefde, zou je haast zeggen, want deze persoon verving ongevraagd ook nog de fitting, die na al die jaren door een lampje met iets te veel watt erin een beetje zwart was verkleurd, en gaf haar er ook nog een nieuwe, meer duurzame lamp bij.

Kom daar maar eens om in de huidige winkels. 

zondag 22 december 2013

Delen is het nieuwe hebben


Zo maar een kort bericht in het plaatselijke krantje over vier studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen die een zogenaamde ‘deeldag’ wilden organiseren speciaal voor studenten om deze kennis te laten maken met het begrip delen. Waarom een nieuwe boormachine  of sneeuwruimer aanschaffen als iemand uit je buurt er ook eentje heeft? Of een computercursus kopen, terwijl je achterbuurman of een medestudent je de fijne kneepjes kan en wil uitleggen?
En tegenwoordig kom je  daar door middel van Peerby, een website en app om op een snelle manier te zien welke spullen je buren willen uitlenen, nog eens extra gemakkelijk achter.

Grappig om te zien hoe het als een virus om zich heen grijpt  het fenomeen van delen en ruilen. Delen is het nieuwe hebben hoorde ik laatst iemand zeggen.
Een mooie metafoor voor het nieuwe jaar 2014,  zou ik zeggen, want delen maakt ons leven niet alleen leuker en goedkoper, maar we  verbinden ons hierdoor ook meer met elkaar en met de buurt. En als we ons meer betrokken en saamhorig voelen, hebben we vaak minder de behoefte om alsmaar meer te willen kopen en hebben.   

maandag 16 december 2013

Muzikale vrijplaats


Het creatieve ondernemen duikt op allerlei plekken en in allerlei branches op. Centraal daarin is steeds dat men op een andere manier wil creëren en waarde wil toevoegen aan het eigen leven en de maatschappij in plaats van zoveel mogelijk te verdienen of steeds maar groter te moeten  worden om meer rendement te kunnen behalen.

Zo bevindt zich sinds een paar jaar in een oude houtzagerij in Utrecht Kytopia, een soort muzikale vrijplaats die in het leven is geroepen door  trompettist Kyteman, omdat hij graag samen met andere geestverwanten autonome muziek wil maken, waarbij het niet vooral om het geld gaat, maar om de kunst en de muziek.

Dit muzikale collectief wil zich in alle vrijheid en rust kunnen richten op het maken van nieuwe muziek en nieuwe geluiden, op experimenteren in plaats van alsmaar door te stomen en nieuwe hits te moeten produceren. De ruimte en tijd om naar eigen inzicht muziek te maken krijg je volgens hen niet, als je een voor een paar uur een dure studio  huurt.  
Om toch hoogstaande muziekproducties te kunnen uitbrengen en zichzelf te kunnen vernieuwen, besparen ze op andere zaken. Zo kunnen muzikanten er goedkoop wonen, mede omdat ze het pand voorlopig antikraak bewonen – ooit komen er nieuwe appartementen -  maar ook delen ze instrumenten en  opname-apparatuur met elkaar. Dit  alles om de kosten zo laag mogelijk te houden en de vrijheid om muziek in allerlei  stijlen te maken zo groot mogelijk.

De loods, zoals die nu functioneert, is eigenlijk een studiocomplex, productiehuis en community ineen, die ruimte biedt aan tal van musici uit de wereld van de hip hop, jazz en popmuziek. Ook hebben ze er een eigen platenlabel.
Weer een mooi, inspirerend voorbeeld van de zaken in eigen hand nemen en echt gaan voor waar je passie ligt.    

dinsdag 3 december 2013

Culturele broedplaats


In een van de meest markante industriegebouwen in Nijmegen bevindt zich al geruime tijd een culturele en creatieve broedplaats: De Cultuurspinnerij genaamd.  Nadat het fabrieksterrein vanaf 2002 langzamerhand ontmanteld raakte en sommige  fabrieksgebouwen al geruime tijd leegstonden, hebben zich  - met toestemming van de gemeente - in de fabriekshal van een voormalige kunstzijdespinnerij  een aantal kunstenaars en andere creatievelingen  gevestigd.  Dat is een levendige bedoening geworden, waar inmiddels zo’n 40 kunstenaars en culturele bedrijven actief zijn en jaarlijks ook zo’n 80  jongeren stage kunnen lopen. Er bevinden zich kantoren, ateliers, opslagruimten en werkplaatsen, waar bijvoorbeeld cursussen beeldhouwen, metaal- en houtbewerking worden gegeven. Of circuslessen voor kinderen. Ook  is er een grote  evenementenhal waar festivals, voorstellingen en concerten  worden georganiseerd - redelijk ver van de bewoonde wereld, dus qua geluidsoverlast  een prima plek.  
In de Vasim, zoals het in de volksmond wordt genoemd, vindt kortom een creatieve kruisbestuiving plaats tussen allerlei vooral jongere kunstenaars, bedrijven en ondernemers, ook op het gebied van multimedia en de nieuwe economie. Kruisbestuivingen, zoals je die ook elders in het land ziet op voormalige, leegstaande bedrijfsterreinen en die tot veel nieuwe initiatieven en  economische activiteit leiden, zoals bijvoorbeeld de Binckhorst in Den Haag en de Westergasfabriek in Amsterdam. 
Iets om trots op te zijn en te koesteren, zou je zeggen, zeker in deze tijd waarin de werkloosheid onder jongeren groot is  en de regering het binnen de perken houden daarvan tot een van haar speerpunten heeft gemaakt.  Maar de gemeente Nijmegen kijkt daar  blijkbaar anders tegenaan en wil het Vasimgebouw nu voor één euro verkopen, zodat er een Vrijheidsmuseum gevestigd kan worden.
Onbegrijpelijk vind ik het dat  zo’n eigentijdse culturele broedplaats, waarin men samen creëert , leert,  organiseert, initiatieven ontwikkelt en op geheel eigen wijze vormgeeft  aan nieuwe vormen van verbinding en gemeenschappelijkheid zo maar om zeep geholpen wordt.
Het concept van de nieuwe economie wordt door het gemeentebestuur blijkbaar nog niet begrepen. Des te meer reden om je stem te laten horen.

maandag 18 november 2013

De Buurderij


Deze transitietijd vraagt om nieuwe ideeën en verbindingen. Om originele dwarsverbanden en invalshoeken, om dwarsdenkers en friskijkers, om mensen die de handen uit de mouwen durven steken en de gemeenschap weer centraal durven stellen. Voor wie begrippen als verbondenheid, gemeenschapszin en inspiratie geen loze kreten zijn, maar bruikbare handvaten om iets nieuws  vorm te geven. Dat leidt vaak tot verrassende ideeën en initiatieven.
Een heel bijzonder initiatief is wel De Buurderij in Overasselt.  Overasselt is een klein dorp met zo’n 2000 inwoners met een hechte gemeenschap en een rijk verenigingsleven. En zij huldigen de opvatting: wie in Overasselt is geboren, moet daar ook oud kunnen worden en tot het einde van z’n leven kunnen blijven. In Overasselt bevindt zich ook het Agrarisch Museum. Dat wilde men eveneens graag behouden, maar dan was er wel een uitbreiding nodig, want zoals  het museum nu was, zou het niet kunnen overleven. Dus sloeg men in dit dorp de handen ineen om verschillende  initiatieven te bundelen. Dit leidde tot de Buurderij: een kleinschalige woonvorm.
In en om het oude museum heen werd er een voorzieningencomplex van 24 zorgwoningen gerealiseerd waar demente ouderen en ouderen met een verstandelijke beperking kunnen wonen en soms ook tijdelijk logeren, als dat nodig is. 

De Buurderij is vandaag de dag een museum annex dagopvang voor ouderen annex lunchcafé, waar men er alles aan doet om de vroegere landelijke sfeer levend te houden. Niet alleen door het museum te behouden, maar er bijvoorbeeld ook boerderijdieren te laten rondlopen. De  bewoners kunnen bijvoorbeeld zelf de kippen voeren.
De sfeer is er sowieso huiselijk, men komt achterom, zoals dat in een dorp nu eenmaal gaat, en zit samen om de keukentafel. Ook heeft men een  aantal duofietsen aangeschaft, zodat de bewoners kunnen genieten van fietstochtjes in de  landelijke, groene omgeving. Maar de Buurderij is vooral ook een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en in alle rust oud kunnen worden.

Kortom, een geslaagde kruisbestuiving van verschillende ideeën, initiatieven en organisaties, want ook de gemeente, een grote instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, een woningcorporatie en een verzorgingshuis in de buurt zijn bij de totstandkoming hiervan betrokken geweest. Maar het eerste initiatief kwam toch uit Overasselt zelf, dat nog steeds een levende gemeenschap is, waar mensen elkaar kennen en gemakkelijk de handen ineen slaan om iets te behouden of te bereiken wat hen dierbaar is. De moeite van het navolgen waard.