dinsdag 29 april 2014

Ongewone dwarsverbanden



De informele economie van ruilen, delen en lenen maakt in Nederland op ’t moment 13% van de economische activiteit uit, las ik onlangs in de krant. Dat lijkt op ’t eerste gezicht misschien weinig, maar is toch verheugend, omdat de nieuwe economie nog niet zo lang aan een opmars bezig is.  Dat het  vooral  jongeren zijn die daarin  het voortouw nemen, zal niemand verbazen. Zij zijn immers vaak de voorlopers of initiatiefnemers van nieuwe trends, zo heeft  de geschiedenis al meermalen laten zien. Bovendien beheersen zij de sociale media als geen ander. Zij kunnen daarmee lezen en schrijven en weten daardoor heel snel onverwachte en verrassende verbindingen te leggen.  

Maar ook ouderen zien steeds meer in dat deze kantelingstijd  vraagt om creatieve,  alternatieve oplossingen en ongewone dwarsverbanden en dragen daar hun steentje aan bij. Ze gaan bijvoorbeeld duurzaam samenwonen met elkaar, soms in een woongroep of woongemeenschap,  maar vaker nog in aparte huizen, maar wel met de afspraak om gezamenlijk een prettig en soms ook duurzaam woon- en leefmilieu te scheppen, waarbij vaak ook de onderlinge aandacht en zorg voor elkaar een belangrijk aspect is. Dat laatste vinden ze mede belangrijk, omdat de zorg voor ouderen behoorlijk uitgekleed wordt. Door zelf voor een gedeelte de burenhulp en zorg voor elkaar te regelen, zijn ze minder afhankelijk van een sterk veranderende zorgmarkt.  Ook past het bij deze ouderen om zo lang mogelijk op eigen benen te staan. Dat is trouwens niet aan dovemansoren gericht, want in steeds meer dorpen en steden leveren de gemeenten maatwerk  om de veranderende woonwensen van ouderen te kunnen realiseren.

Soms ook komen jong en oud op een creatieve manier tot een samenwerkingsproject, zoals bijvoorbeeld bij  ‘Granny’s finest’ in Eindhoven. Oma’s breien vaak graag en veel - en zijn daar ook nog eens erg goed in - maar zijn soms ook eenzaam, zeker als ze steeds in hun eentje zitten te breien. Door oma’s in een gezellige ambiance gezamenlijk te laten breien voor moderne designers vang je twee vliegen in één klap, zo bedacht iemand daar. De oma’s doen het samen, hebben het gezellig en worden beloond met leuke uitjes en uitstapjes, want dat is waar ze ’t meeste behoefte aan hebben. De jonge ontwerpers kunnen mooie, moderne wollen mutsen en sjaals op de markt brengen. Een creatieve combinatie waar beiden aan winnen. 

donderdag 10 april 2014

De zin van aanvullende geneeswijzen



De laatste tijd zijn er steeds vaker positieve geluiden te horen over de toepassing en het  gebruik van  alternatieve geneeswijzen en complementaire methoden die hun effectiviteit hebben bewezen, ook uit de hoek van artsen en ziekenhuisbestuurders. Dat juist ook zij  meer in deze richting bewegen, is hoopvol. Deze methoden en geneeswijzen, waarvan sommige aanvankelijk uit andere werelddelen afkomstig zijn, zoals bijvoorbeeld ayurveda en acupunctuur, worden niet langer in het verdomhoekje gezet en afgedaan als baarlijke nonsens. Behalve dan door de heer Renckens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij die deze  - tegen de tijdgeest in - te vuur en te zwaard blijft bestrijden.
Maar over ’t algemeen blijkt er sprake te zijn van een soort voortschrijdend inzicht  dat ook behandelingen als acupunctuur, osteopathie,  Bach remedies,  mindfulness en bijvoorbeeld muziektherapie tijdens een operatie tot goede resultaten kunnen leiden. En deze methodes zijn in veel gevallen goedkoper dan de reguliere behandelingen en medicijnen, waarvan de laatste soms een leven lang moeten worden geslikt. 

Het kostenaspect speelt wel degelijk een rol in de afwegingen om meer van deze alternatieve methoden gebruik te gaan maken, maar dat maakt op zich niet uit.  Het is in mijn ogen juist een goede zaak - en een stap voorwaarts - dat we het niet meer normaal gaan vinden dat er bij klachten en ziektes meteen ’t duurste uit de medische kast moet worden getrokken. Het is bijna een kwestie van: u vraagt, wij draaien. Maar soms zijn er met wat eenvoudiger ingrepen of behandelingen ook goede resultaten te behalen. Dat vraagt echter wel enige inspanning van de betrokkene zelf om een zekere verandering van levensstijl te bewerkstelligen of bepaald gedrag te veranderen. En zoals de meesten van ons wel weten, is dat laatste bepaald niet  gemakkelijk. Maar desondanks de moeite van het proberen waard, want langdurig medicijngebruik blijkt ook de nodige nadelen en klachten met zich mee te brengen en soms zelfs tot nieuwe klachten te leiden.  

Ook de WHO (World Health Organisation) roept landen op om te onderzoeken welke vormen van aanvullende zorg zinvol zijn en ingevoerd kunnen worden.
Het zijn allemaal tekenen van een eerste, hoopvol begin van het broodnodige samengaan van  regulier en alternatief, van lichaam en geest,van medische & wetenschappelijke  hoogstandjes en simpele, dagelijkse middelen. Uiteindelijk kan dat leiden tot een gezondheidszorg die goed is voor iedereen en ons straks niet ons halve maandsalaris gaat kosten.

vrijdag 28 maart 2014

Een moestuin




Stadstuinieren is  in. Door heel het land wordt er door mensen een eigen moestuin aangelegd. In de eigen tuin, op een stukje braakliggend land in de buurt, op balkons en dakterrassen en zelfs op vlotten in het water. Beroemde koks doen het, ouderen in volkstuinen, hippe jongeren op allerlei plekken in de stad. Steeds meer mensen gaan zelf verbouwen, omdat ze gezonder en gevarieerder willen eten en omdat ze willen  weten waar het voedsel op hun bord vandaan komt, want door de vele voedselschandalen is het vertrouwen in wat er in de winkels te koop ligt aanzienlijk gedaald. Maar wat zeker ook meespeelt, is dat zaaien, planten en oogsten gewoon leuk is, vooral als je het samen doet. Vaak ontstaan er ook spontane initiatieven om de geteelde groenten en fruit onderling te ruilen of delen.

Sommigen gaan hier nog een stapje verder in en verbinden er een maatschappelijk doel aan. Zo hebben John Bosman en Rob Hermens een project opgezet om voor kwetsbare burgers een gezonde daginvulling te vinden door ze zelf hun groenten te laten verbouwen. Zij willen de thema’s duurzame voeding, gezondheid en participatie meer met elkaar verbinden door een buurtmoestuin te beginnen, waaraan zowel wijkbewoners als klanten van de zorginstellingen in de wijk meedoen. Deze laatste groep gaat hierdoor niet alleen meer bewegen en gezonder eten, maar ze komen ook in contact met andere mensen.

Tegenwoordig is er ook een blad dat zich richt op stadstuinieren: Cashew. Ik schrijf hier regelmatig voor en doe dan allerlei bruikbare en simpele tips op, die je tuin- of groenteproductie verbeteren en vaak amper geld hoeven te kosten. Zo kun je in plaats van compost bijvoorbeeld ook bananenschillen, gebruikte theeblaadjes en koffiedrab rondom je  planten begraven, wel mogen deze dan niet met melk zijn aangelengd. Koffiedrab werkt  bovendien niet alleen als bodemverbeteraar, maar helpt bijvoorbeeld ook tegen slakken.

En uien houden bijvoorbeeld erg van verpulverde eierschalen, omdat deze kalk aan de bodem toevoegen en dat helpt om het pH-niveau  in balans te brengen. Die eierschalen  moeten dan wel droog zijn. Leg ze bijvoorbeeld even  in een afkoelende oven.  

Behalve dit soort weetjes heeft Cashew ook veel info over allerlei nieuwe groenten, zoals Mexicaanse minikomkommers, wasabi , boomspinazie en zeekraal. De laatste bijvoorbeeld is zeer voedzaam, zit vol vitamine C, bevordert de spijsvertering  en is goed voor je nieren. Zij  doen uit de doeken hoe je deze  tegenwoordig ook gewoon thuis in een pot  kunt kweken door met zeezout en water de getijden na te bootsen. Na twaalf weken kun je met het oogsten beginnen door stukjes van de zeekraal af te snijden. Hierdoor groeit deze weer aan. En dit alles kost slechts een fractie van wat je voor de kleine bakjes uit de supermarkt betaalt. 

Gezond, natuurlijk en betaalbaar – dat blijft toch de vreugde van het zelf tuinieren en verbouwen en dat is ook wat het blad uitstraalt.

maandag 17 maart 2014

Alternatief geld


Een manier om de  lokale economie te ondersteunen en te versterken of de lokale veerkracht te vergroten is het  invoeren van een alternatief betaalmiddel, dat naast het reguliere geld bestaat. Zo heeft  Amsterdam de noppes en de makkies, kent Gelderland de gelre en ook elders in het land zijn er eigen lokale munten in het leven geroepen, vaak door de Transition Town beweging.

De bedoeling van dat lokale geld is om de winkels, diensten en producten in je eigen buurt te ondersteunen en tot bloei te laten komen in plaats van dat al het geld bijna uitsluitend in de grote handelsketens of supermarkten wordt gespendeerd, waarvan je bovendien niet weet wat zij met al die winst doen. Met het lokale geld zie je veel beter wat ermee gebeurt en wie er baat bij heeft, zo is de ervaring.  Je krijgt een band met de mensen met wie je handelt en je kunt gemakkelijk onderling klusjes en diensten uitwisselen.  

De meeste van die alternatieve ‘munten’ worden maar door een kleine groep gebruikt. Al ken ik iemand in mijn eigen omgeving die hier al lange tijd aan meedoet en daar veel plezier aan beleeft. Het vergroot haar mogelijkheden om aan meer activiteiten en dingen deel te nemen.   

Maar dat het wel degelijk anders kan, toont onder andere de Engelse stad Bristol aan. Dit stadje leidde een beetje ’n zieltogend bestaan, mede omdat steeds meer ondernemers de stad uit trokken. Omdat ze een levendige stad wilden blijven, besloten ze hun eigen munt te creëren: het Bristol Pound. Degene die vlees of groenten verkocht kon zijn ponden weer uitgeven bij de boekhandelaar, fotograaf of  in de sauna. En de uitbaters of werknemers van deze zaken spendeerden hun ponden op hun beurt weer in een lokaal restaurant, kruidenwinkeltje of sportzaal.  

Het effect was uiteindelijk dat Bristol een zeer levendige stad werd, waar de mensen gemakkelijker met elkaar in contact kwamen en elkaar kenden, waardoor er  ook op cultureel en sociaal gebied het een en ander tot bloei kwam. Het werd weer een levendige gemeenschap, zoals we eigenlijk allemaal graag om ons heen hebben. Zo veel aantrekkelijker dan de grote  koopgoten of meubelboulevards.  

woensdag 26 februari 2014

Jaarlijkse opruim- en weggeefdag


Ik blog steeds over verschillende vaak kleine en lokale initiatieven die  het geven, ruilen of delen tot een nieuwe manier van leven verheffen, maar doe er zelf ook het nodige in.

Zo woon ik in een buurt waar we er bewust voor hebben gekozen om samen een aantal  zaken te delen, zoals bijvoorbeeld tuingereedschap, een grasmaaier,  boormachine,  aanhangwagentje  en een paar wasmachines. Het is niet alleen handig en goedkoper, maar leidt  vaak ook nog tot leuke contacten en spontane initiatieven. Iemand stelt voor om een gezamenlijke tuindag te houden, een filmavond te organiseren  of een lezing te geven over een onderwerp, waar hij als kunsthistoricus veel vanaf weet, zoals onlangs  bijvoorbeeld over Frida Kahlo. Wie zin heeft,  kan daar naartoe. Regelmatig is er een gezamenlijke borrel en soms wordt er door een aantal mensen samen gegeten. Of  gevolleybald.  

Maar een biologische tuinderij uit de omgeving levert ook  groentepakketten per bakfiets aan huis af. Enkelen – onder wie ik -  delen zo’n pakket met  de buurman, omdat het voor één persoon te veel is. Ook hebben we een kast waar mensen boeken en spullen kunnen neerzetten die ze over hebben, wie weet … heeft een ander er nog wat aan.

Op dat principe is ook de weggeef- en opruimdag gebaseerd, die we eens per jaar op een  zaterdag in het voorjaar houden. Iedereen zet z’n spullen, huisraad, oude fietsen, computers, speelgoed, matras of wat ie dan ook over heeft of niet meer gebruikt  op het middenterrein neer. Anderen kijken vervolgens of er iets van hun gading bij zit. De een kan dat droogrek goed  gebruiken, de ander vindt die retro lamp wel kek en weer een ander wil die oude fiets zelf wel opknappen. Ook zijn er altijd wel een paar mensen die een taart bakken. Vervolgens is er een Afrikaanse bewoner die  van alles verzamelt, vooral plastic speelgoed, driewielers,  emmers en teilen om mee naar Afrika te nemen. Daarna wordt er nog een rondje over het terrein gemaakt door iemand die in een recyclewinkel werkt om te kijken wat hij nog kan hergebruiken. Om een uur of vier tenslotte worden de spullen die overblijven gescheiden verzameld en op de aanhangwagen naar de vuilstort gebracht.

Een dag die vrijwel elke  buurt wel zou kunnen organiseren, want zoals gezegd, is het een van de leukste dagen van het jaar, vooral als de zon ook nog meewerkt.

donderdag 6 februari 2014

Zorg naar lichaam en geest


Ook in de gezondheidszorg ontstaan de laatste tijd nieuwe initiatieven om de grootschaligheid en doorgeslagen professionalisering te ondervangen. Zo nemen ouderen, groepen burgers in een buurt of dorpen steeds vaker zelf de regie over hun zorg. Ze richten bijvoorbeeld coöperaties op die hun onderlinge hulp en zorg regelen of, wanneer dat laatste niet mogelijk is, organiseren ze het professioneel, maar dan in een kleinere en meer menselijke maatvoering. Ook de kleinschalige Thomashuizen en buurtzorg zijn belangrijke initiatieven  vanuit mensen zelf  om de zorg menselijker te  maken en niet louter door de financiële motieven van de beleidsinstanties te laten  bepalen.

 

Een andere belangrijke ontwikkeling die naar mijn idee zou moeten plaatsvinden is dat de reguliere gezondheidszorg niet zo afwijzend zou moeten staan tegenover alles wat alternatief of complementair is, terwijl deze sector ook veel te bieden heeft en vaak tegen een lagere prijs. Zo kijken zij meer naar de mens als geheel en beschouwen ze lichaam, geest en ziel meer als een eenheid. Alle drie zijn nodig om tot werkelijke gezondheid te komen.

De artsen of behandelaars in deze sector bereiken met aandacht, tijd, betrokkenheid, een ruimere visie op gezondheid en simpele middelen en technieken vaak veel. Bovendien zijn zij er niet van overtuigd dat alle klachten ook meteen  verholpen moeten worden. Soms hebben die ons iets te zeggen over hoe we ons leven leiden.   

Wanneer artsen daar meer aandacht voor hebben, hoeft niet alles meteen opgelost of weggewerkt te worden - met de farmaceutische industrie daarbij vaak als grote aanjager-  maar kunnen we bepaalde symptomen en klachten ook gaan zien als een soort ongemak dat bij het leven hoort, dat misschien ook op een wat minder ingrijpende  manier verholpen kan worden.    

Wederzijdse verkettering is volgens mij niet het antwoord. Eerder geloof ik in samenwerking, omdat soms de ene aanpak meer op zijn plaats is en soms juist de andere. Ze vullen elkaar aan. Daarom heb ik zeer recent een boek geschreven met interviews met artsen die de samenwerking wel zoeken, die breder kijken naar gezondheid, die lichaam en geest niet scheiden evenmin als wetenschap en  intuïtie, vakmanschap en medemenselijkheid. Zij zien klachten en ziekten soms ook als tekenen op  onze levensweg, waarvan we kunnen groeien en meer mens worden. Of die een roep inhouden om een andere weg in te slaan, want de meeste gezondheid en groei is niet met een pil of operatie af te dwingen.

 


Dit boek ‘Gezond en wel. Artsen met een brede visie op gezondheid’ is vanaf 7 februari  koop op bol.com als e-book (€7,99) of als paperback (€ 12,95)

donderdag 9 januari 2014

Met liefde repareren


We leven ondanks de crisis nog steeds in een behoorlijke overvloedmaatschappij, waarin de gewoonte om veel dingen liefst voor zo weinig mogelijk geld aan te schaffen en als ze enigszins gehavend, ouderwets of kapot zijn meteen maar weg te gooien, nog welig tiert. Niet voor niets zijn winkelketens als de Action en Primark zo populair. Zelf ben ik één keer bij de Action geweest, omdat ze breiwol in de aanbieding zouden hebben, maar ik liep er al snel gillend weg. De hele sfeer van opgestapelde dozen en pakken, de liefdeloos gemaakte hebbedingetjes en ja, toch ook wel een vorm van graaien stonden me tegen. En dan heb ik het nog niet eens over de werkomstandigheden van de mensen die al die prullaria moeten maken noch over de grondstoffen die hiervoor  worden verbruikt.  

Een groot contrast daarmee zijn de Repaircafé’s, waar mensen met hun kapotte spullen, broodroosters en stofzuigers, een trui met mottengaatjes of  een vastlopend apparaat terecht kunnen om deze gratis te laten maken. Al willen degenen die zo’n café bemannen de mensen graag ook  het een ander bijbrengen, zodat ze zelf bijvoorbeeld ook eerder die oude step of grasmaaier repareren in plaats van meteen een nieuwe aan te schaffen. 

Het blijkt een gouden formule te zijn, want ooit met één café in Amsterdam-West begonnen hebben ze zich inmiddels als een olievlek uitgebreid. Er zijn er al meer dan honderd, waaronder een Kinder Repaircafé, waar kinderen bijvoorbeeld hun eigen band leren plakken, en zeker één Repaircafé op een middelbare school.

Een vriendin van mij had een oude bureaulamp waar ze erg aan gehecht was -  een beetje zestigerjaren design - en ze had hem ook al een jaar of dertig, maar het drukknopje was kapot. Dus toog ze naar het plaatselijke Repaircafé. Daar werd niet gezegd: plak het knopje maar vast, dan doet ie het ook weer. Nee, haar lamp werd snel, vakkundig en op een inventieve manier hersteld. En met liefde, zou je haast zeggen, want deze persoon verving ongevraagd ook nog de fitting, die na al die jaren door een lampje met iets te veel watt erin een beetje zwart was verkleurd, en gaf haar er ook nog een nieuwe, meer duurzame lamp bij.

Kom daar maar eens om in de huidige winkels.