maandag 2 juni 2014

Creatief en duurzaam




In een van de oude industriële gebouwen in Nijmegen, de inmiddels leegstaande Honig- fabriek, organiseerde de ASN-bank onlangs een avond over duurzaam ondernemen, waarop diverse nieuwe initiatieven werden belicht. Alleen van het hergebruik van zo’n oude fabriek word ik al vrolijk - al verdwaalde ik er wel - ook omdat er steeds nieuwe verbindingen en creatieve activiteiten ontstaan. Deze oude fabriek is een nieuwe hotspot geworden.  Jongeren die er een eigen restaurant runnen verzorgden deze avond de catering.
Ook het in de buurt gelegen voormalige Vasim-gebouw, nu de Cultuurspinnerij genoemd, is een dergelijke broedplaats met allerlei alternatieve  bedrijfjes, mensen en initiatieven op het gebied van cultuur en creatieve economie. Zo kun je daar Stadsboom vinden, een maatschappelijke onderneming waar jonge mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt middels leerwerkplekken een ambacht kunnen leren, Hierdoor kunnen ze ervaring opbouwen en zich straks op de arbeidsmarkt beter redden. Ook was er ooit een dag waarop de bakfiets als milieuvriendelijk vervoermiddel in alle vormen en maten te zien was.   

De bedoeling van deze avond was om een aantal duurzame initiatieven die door mensen zelf zijn genomen eens op de kaart te zetten. Sommige daarvan zijn door de ASN-bank ondersteund, aldus directeur Jeroen Jansen, maar ook om mensen te stimuleren dat het anders kan. Zo was er een ideeënbus, waar je duurzame ideeën kon droppen.
Duurzame oplossingen die deze avond aan bod kwamen, waren de Fair Phone, een mobiel waarbij de meest schadelijke metalen ontbreken. Healthy Seas, die spooknetten rond scheepswrakken opvist en tot garen verwerkt waarvan sokken worden gemaakt.  

Mariek Eyskoot hield een pleidooi voor eerlijke, duurzame kleding, want het kan toch niet zo zijn dat er elke  dag wereldwijd zo’n 30 miljoen mensen worden uitgebuit om ons aan te kleden. Waarom accepteren we nog dat onze jassen, jeans en jurkjes worden genaaid door mensen die daarvoor uren voor een hongerloontje moeten overwerken, terwijl het milieu vervuild wordt door overproductie en pesticiden? Waarom kopen we maar door, terwijl onze kast volhangt?
Gelukkig neemt de hoeveelheid eerlijk gemaakte kleding met de dag toe. Zo worden er inmiddels jurkjes van gerecyclede PET-flessen, bamboe of reststoffen gemaakt. Maar belangrijk is natuurlijk ook dat wij als consumenten bewuster kopen en niet steeds op de meest goedkope koopjes uit zijn.  Zelf heb ik een jaar geleden besloten om minder kleren te kopen en veel bewuster te kiezen voor iets wat mooi, met liefde of duurzaam is gemaakt en daar vervolgens lang mee te doen.

woensdag 21 mei 2014

Nieuwe versus oude economie



De  onlangs overleden Wubbo Ockels  - ik had een aantal maanden geleden nog een interview met hem in de planning, maar dat is er dus niet meer van gekomen - vind ik een mooi voorbeeld van iemand die volop voor de nieuwe economie ging. Toen hij in 1985 als astronaut vanuit de ruimte naar de aarde keek en zag hoe kwetsbaar deze was met z’n fragiele rand blauwe lucht eromheen besefte hij meer dan ooit dat we zorgvuldig moeten omgaan met onze planeet. 
Hij heeft zich daarna ook voortdurend ingespannen om dat besef bij mensen te laten doordringen en om duurzaamheid op de kaart te zetten. Hij was een echte out-of-the-box denker en ging allerlei dwarsverbanden aan met anderen en met technologische instituten om het een en ander op dit gebied te verwezenlijken. Denk aan zijn laddermolen, superbus en natuurlijk de zonneauto. Ze waren deze dagen volop in het nieuws.

Ook heeft hij vlak voor zijn overlijden nog een laatste brief geschreven waarin hij mensen oproept om een ander pad te kiezen, niet zo gericht op groei en alsmaar meer verdienen, maar op medemenselijkheid, respect voor de natuur en de aarde, zien dat we het daarmee en met elkaar moeten doen. Iedereen die zijn of haar steentje bijdraagt en bewust voor ander gedrag kiest, hoe klein ook, draagt er mede zorg voor dat de omslag naar een meer ecologische en menselijke samenleving er komt. Zo simpel eigenlijk.
Maar tegelijkertijd ook zo flagrant in tegenspraak met de heersende oude economie, waarbij veel elektrische apparaten, zoals bijvoorbeeld mixers, printers en wasmachines, bewust zo worden gemaakt dat hun levensduur beperkt is en deze bij een defect ook niet zo maar gerepareerd kunnen worden. Een elektrische tandenborstel bijvoorbeeld kun je niet zelf van een nieuwe oplaadbatterij voorzien, want deze is dicht gelijmd. Soms worden er zelfs bewust zwakke plekken in een apparaat ingebouwd, zodat die het eerder begeven en men vervolgens  een geheel nieuw apparaat moet kopen. Zo blijkt er in de printer bijvoorbeeld een teller te zitten die na een vast aantal pagina’s het sein flikkeren geeft, waardoor mensen denken dat ze een nieuwe toner moeten kopen. Helemaal niet nodig, want daarna doet hij het gewoon weer.
  
Niet meer intrappen in dat laatste zou ik zeggen, maar het is vooral hemeltergend hoe fabrikanten bewust hiermee manipuleren, alleen maar om hun eigen bankrekening te spekken. Het leidt niet alleen tot een totaal onnodige verspilling van kostbare grondstoffen en een extra belasting van het milieu, maar is vooral een vorm van onfatsoen. Zo flagrant in tegenspraak met waar Wubbo Ockels voor stond.

dinsdag 29 april 2014

Ongewone dwarsverbanden



De informele economie van ruilen, delen en lenen maakt in Nederland op ’t moment 13% van de economische activiteit uit, las ik onlangs in de krant. Dat lijkt op ’t eerste gezicht misschien weinig, maar is toch verheugend, omdat de nieuwe economie nog niet zo lang aan een opmars bezig is.  Dat het  vooral  jongeren zijn die daarin  het voortouw nemen, zal niemand verbazen. Zij zijn immers vaak de voorlopers of initiatiefnemers van nieuwe trends, zo heeft  de geschiedenis al meermalen laten zien. Bovendien beheersen zij de sociale media als geen ander. Zij kunnen daarmee lezen en schrijven en weten daardoor heel snel onverwachte en verrassende verbindingen te leggen.  

Maar ook ouderen zien steeds meer in dat deze kantelingstijd  vraagt om creatieve,  alternatieve oplossingen en ongewone dwarsverbanden en dragen daar hun steentje aan bij. Ze gaan bijvoorbeeld duurzaam samenwonen met elkaar, soms in een woongroep of woongemeenschap,  maar vaker nog in aparte huizen, maar wel met de afspraak om gezamenlijk een prettig en soms ook duurzaam woon- en leefmilieu te scheppen, waarbij vaak ook de onderlinge aandacht en zorg voor elkaar een belangrijk aspect is. Dat laatste vinden ze mede belangrijk, omdat de zorg voor ouderen behoorlijk uitgekleed wordt. Door zelf voor een gedeelte de burenhulp en zorg voor elkaar te regelen, zijn ze minder afhankelijk van een sterk veranderende zorgmarkt.  Ook past het bij deze ouderen om zo lang mogelijk op eigen benen te staan. Dat is trouwens niet aan dovemansoren gericht, want in steeds meer dorpen en steden leveren de gemeenten maatwerk  om de veranderende woonwensen van ouderen te kunnen realiseren.

Soms ook komen jong en oud op een creatieve manier tot een samenwerkingsproject, zoals bijvoorbeeld bij  ‘Granny’s finest’ in Eindhoven. Oma’s breien vaak graag en veel - en zijn daar ook nog eens erg goed in - maar zijn soms ook eenzaam, zeker als ze steeds in hun eentje zitten te breien. Door oma’s in een gezellige ambiance gezamenlijk te laten breien voor moderne designers vang je twee vliegen in één klap, zo bedacht iemand daar. De oma’s doen het samen, hebben het gezellig en worden beloond met leuke uitjes en uitstapjes, want dat is waar ze ’t meeste behoefte aan hebben. De jonge ontwerpers kunnen mooie, moderne wollen mutsen en sjaals op de markt brengen. Een creatieve combinatie waar beiden aan winnen. 

donderdag 10 april 2014

De zin van aanvullende geneeswijzen



De laatste tijd zijn er steeds vaker positieve geluiden te horen over de toepassing en het  gebruik van  alternatieve geneeswijzen en complementaire methoden die hun effectiviteit hebben bewezen, ook uit de hoek van artsen en ziekenhuisbestuurders. Dat juist ook zij  meer in deze richting bewegen, is hoopvol. Deze methoden en geneeswijzen, waarvan sommige aanvankelijk uit andere werelddelen afkomstig zijn, zoals bijvoorbeeld ayurveda en acupunctuur, worden niet langer in het verdomhoekje gezet en afgedaan als baarlijke nonsens. Behalve dan door de heer Renckens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij die deze  - tegen de tijdgeest in - te vuur en te zwaard blijft bestrijden.
Maar over ’t algemeen blijkt er sprake te zijn van een soort voortschrijdend inzicht  dat ook behandelingen als acupunctuur, osteopathie,  Bach remedies,  mindfulness en bijvoorbeeld muziektherapie tijdens een operatie tot goede resultaten kunnen leiden. En deze methodes zijn in veel gevallen goedkoper dan de reguliere behandelingen en medicijnen, waarvan de laatste soms een leven lang moeten worden geslikt. 

Het kostenaspect speelt wel degelijk een rol in de afwegingen om meer van deze alternatieve methoden gebruik te gaan maken, maar dat maakt op zich niet uit.  Het is in mijn ogen juist een goede zaak - en een stap voorwaarts - dat we het niet meer normaal gaan vinden dat er bij klachten en ziektes meteen ’t duurste uit de medische kast moet worden getrokken. Het is bijna een kwestie van: u vraagt, wij draaien. Maar soms zijn er met wat eenvoudiger ingrepen of behandelingen ook goede resultaten te behalen. Dat vraagt echter wel enige inspanning van de betrokkene zelf om een zekere verandering van levensstijl te bewerkstelligen of bepaald gedrag te veranderen. En zoals de meesten van ons wel weten, is dat laatste bepaald niet  gemakkelijk. Maar desondanks de moeite van het proberen waard, want langdurig medicijngebruik blijkt ook de nodige nadelen en klachten met zich mee te brengen en soms zelfs tot nieuwe klachten te leiden.  

Ook de WHO (World Health Organisation) roept landen op om te onderzoeken welke vormen van aanvullende zorg zinvol zijn en ingevoerd kunnen worden.
Het zijn allemaal tekenen van een eerste, hoopvol begin van het broodnodige samengaan van  regulier en alternatief, van lichaam en geest,van medische & wetenschappelijke  hoogstandjes en simpele, dagelijkse middelen. Uiteindelijk kan dat leiden tot een gezondheidszorg die goed is voor iedereen en ons straks niet ons halve maandsalaris gaat kosten.

vrijdag 28 maart 2014

Een moestuin




Stadstuinieren is  in. Door heel het land wordt er door mensen een eigen moestuin aangelegd. In de eigen tuin, op een stukje braakliggend land in de buurt, op balkons en dakterrassen en zelfs op vlotten in het water. Beroemde koks doen het, ouderen in volkstuinen, hippe jongeren op allerlei plekken in de stad. Steeds meer mensen gaan zelf verbouwen, omdat ze gezonder en gevarieerder willen eten en omdat ze willen  weten waar het voedsel op hun bord vandaan komt, want door de vele voedselschandalen is het vertrouwen in wat er in de winkels te koop ligt aanzienlijk gedaald. Maar wat zeker ook meespeelt, is dat zaaien, planten en oogsten gewoon leuk is, vooral als je het samen doet. Vaak ontstaan er ook spontane initiatieven om de geteelde groenten en fruit onderling te ruilen of delen.

Sommigen gaan hier nog een stapje verder in en verbinden er een maatschappelijk doel aan. Zo hebben John Bosman en Rob Hermens een project opgezet om voor kwetsbare burgers een gezonde daginvulling te vinden door ze zelf hun groenten te laten verbouwen. Zij willen de thema’s duurzame voeding, gezondheid en participatie meer met elkaar verbinden door een buurtmoestuin te beginnen, waaraan zowel wijkbewoners als klanten van de zorginstellingen in de wijk meedoen. Deze laatste groep gaat hierdoor niet alleen meer bewegen en gezonder eten, maar ze komen ook in contact met andere mensen.

Tegenwoordig is er ook een blad dat zich richt op stadstuinieren: Cashew. Ik schrijf hier regelmatig voor en doe dan allerlei bruikbare en simpele tips op, die je tuin- of groenteproductie verbeteren en vaak amper geld hoeven te kosten. Zo kun je in plaats van compost bijvoorbeeld ook bananenschillen, gebruikte theeblaadjes en koffiedrab rondom je  planten begraven, wel mogen deze dan niet met melk zijn aangelengd. Koffiedrab werkt  bovendien niet alleen als bodemverbeteraar, maar helpt bijvoorbeeld ook tegen slakken.

En uien houden bijvoorbeeld erg van verpulverde eierschalen, omdat deze kalk aan de bodem toevoegen en dat helpt om het pH-niveau  in balans te brengen. Die eierschalen  moeten dan wel droog zijn. Leg ze bijvoorbeeld even  in een afkoelende oven.  

Behalve dit soort weetjes heeft Cashew ook veel info over allerlei nieuwe groenten, zoals Mexicaanse minikomkommers, wasabi , boomspinazie en zeekraal. De laatste bijvoorbeeld is zeer voedzaam, zit vol vitamine C, bevordert de spijsvertering  en is goed voor je nieren. Zij  doen uit de doeken hoe je deze  tegenwoordig ook gewoon thuis in een pot  kunt kweken door met zeezout en water de getijden na te bootsen. Na twaalf weken kun je met het oogsten beginnen door stukjes van de zeekraal af te snijden. Hierdoor groeit deze weer aan. En dit alles kost slechts een fractie van wat je voor de kleine bakjes uit de supermarkt betaalt. 

Gezond, natuurlijk en betaalbaar – dat blijft toch de vreugde van het zelf tuinieren en verbouwen en dat is ook wat het blad uitstraalt.

maandag 17 maart 2014

Alternatief geld


Een manier om de  lokale economie te ondersteunen en te versterken of de lokale veerkracht te vergroten is het  invoeren van een alternatief betaalmiddel, dat naast het reguliere geld bestaat. Zo heeft  Amsterdam de noppes en de makkies, kent Gelderland de gelre en ook elders in het land zijn er eigen lokale munten in het leven geroepen, vaak door de Transition Town beweging.

De bedoeling van dat lokale geld is om de winkels, diensten en producten in je eigen buurt te ondersteunen en tot bloei te laten komen in plaats van dat al het geld bijna uitsluitend in de grote handelsketens of supermarkten wordt gespendeerd, waarvan je bovendien niet weet wat zij met al die winst doen. Met het lokale geld zie je veel beter wat ermee gebeurt en wie er baat bij heeft, zo is de ervaring.  Je krijgt een band met de mensen met wie je handelt en je kunt gemakkelijk onderling klusjes en diensten uitwisselen.  

De meeste van die alternatieve ‘munten’ worden maar door een kleine groep gebruikt. Al ken ik iemand in mijn eigen omgeving die hier al lange tijd aan meedoet en daar veel plezier aan beleeft. Het vergroot haar mogelijkheden om aan meer activiteiten en dingen deel te nemen.   

Maar dat het wel degelijk anders kan, toont onder andere de Engelse stad Bristol aan. Dit stadje leidde een beetje ’n zieltogend bestaan, mede omdat steeds meer ondernemers de stad uit trokken. Omdat ze een levendige stad wilden blijven, besloten ze hun eigen munt te creëren: het Bristol Pound. Degene die vlees of groenten verkocht kon zijn ponden weer uitgeven bij de boekhandelaar, fotograaf of  in de sauna. En de uitbaters of werknemers van deze zaken spendeerden hun ponden op hun beurt weer in een lokaal restaurant, kruidenwinkeltje of sportzaal.  

Het effect was uiteindelijk dat Bristol een zeer levendige stad werd, waar de mensen gemakkelijker met elkaar in contact kwamen en elkaar kenden, waardoor er  ook op cultureel en sociaal gebied het een en ander tot bloei kwam. Het werd weer een levendige gemeenschap, zoals we eigenlijk allemaal graag om ons heen hebben. Zo veel aantrekkelijker dan de grote  koopgoten of meubelboulevards.  

woensdag 26 februari 2014

Jaarlijkse opruim- en weggeefdag


Ik blog steeds over verschillende vaak kleine en lokale initiatieven die  het geven, ruilen of delen tot een nieuwe manier van leven verheffen, maar doe er zelf ook het nodige in.

Zo woon ik in een buurt waar we er bewust voor hebben gekozen om samen een aantal  zaken te delen, zoals bijvoorbeeld tuingereedschap, een grasmaaier,  boormachine,  aanhangwagentje  en een paar wasmachines. Het is niet alleen handig en goedkoper, maar leidt  vaak ook nog tot leuke contacten en spontane initiatieven. Iemand stelt voor om een gezamenlijke tuindag te houden, een filmavond te organiseren  of een lezing te geven over een onderwerp, waar hij als kunsthistoricus veel vanaf weet, zoals onlangs  bijvoorbeeld over Frida Kahlo. Wie zin heeft,  kan daar naartoe. Regelmatig is er een gezamenlijke borrel en soms wordt er door een aantal mensen samen gegeten. Of  gevolleybald.  

Maar een biologische tuinderij uit de omgeving levert ook  groentepakketten per bakfiets aan huis af. Enkelen – onder wie ik -  delen zo’n pakket met  de buurman, omdat het voor één persoon te veel is. Ook hebben we een kast waar mensen boeken en spullen kunnen neerzetten die ze over hebben, wie weet … heeft een ander er nog wat aan.

Op dat principe is ook de weggeef- en opruimdag gebaseerd, die we eens per jaar op een  zaterdag in het voorjaar houden. Iedereen zet z’n spullen, huisraad, oude fietsen, computers, speelgoed, matras of wat ie dan ook over heeft of niet meer gebruikt  op het middenterrein neer. Anderen kijken vervolgens of er iets van hun gading bij zit. De een kan dat droogrek goed  gebruiken, de ander vindt die retro lamp wel kek en weer een ander wil die oude fiets zelf wel opknappen. Ook zijn er altijd wel een paar mensen die een taart bakken. Vervolgens is er een Afrikaanse bewoner die  van alles verzamelt, vooral plastic speelgoed, driewielers,  emmers en teilen om mee naar Afrika te nemen. Daarna wordt er nog een rondje over het terrein gemaakt door iemand die in een recyclewinkel werkt om te kijken wat hij nog kan hergebruiken. Om een uur of vier tenslotte worden de spullen die overblijven gescheiden verzameld en op de aanhangwagen naar de vuilstort gebracht.

Een dag die vrijwel elke  buurt wel zou kunnen organiseren, want zoals gezegd, is het een van de leukste dagen van het jaar, vooral als de zon ook nog meewerkt.