maandag 15 juni 2015

Basisinkomen


De discussie of het basisinkomen een goed idee is, wordt de laatste tijd regelmatig aangezwengeld en op enkele plekken ook al uitgeprobeerd. Een interessante ontwikkeling, al zitten er natuurlijk nog heel wat haken en ogen aan.

Waarom juist nu? Omdat er door de flexibilisering van de arbeidsmarkt steeds meer economische onzekerheid ontstaat. Zo komen er steeds meer zzp-ers en bij sommige beroepen, zoals bijvoorbeeld de postbezorgers, is die constructie twijfelachtig. Ook zullen er door de technologische ontwikkelingen steeds meer banen verdwijnen, omdat deze worden overgenomen door robots en slimme software. Dat laatste zie je vooral gebeuren met eenvoudig werk en met boekhoudkundige taken. Voldoende banen zijn er straks eenvoudigweg niet meer en vele daarvan worden ook nog eens onderbetaald, waardoor mensen er niet van kunnen rondkomen. 

Als vangnet hebben we onze sociale zekerheidswetten, maar die zijn gebaseerd op inkomens- en gedragstoetsen. De controle hiervan vergt echter een enorme bureaucratie en kost veel mankracht.  Is die niet op een betere manier in te zetten?

Voordelen van een basisinkomen zijn dat er minder energie gestoken hoeft te worden in het vinden van een betaalde baan, terwijl er steeds minder vaste banen zijn. Op andere vlakken, zoals in de zorg, kinderopvang en buurtinitiatieven, kan er  juist veel meer ontstaan. In Canada heeft men het bij een kleine groep uitgeprobeerd en wat bleek: deze mensen besteedden meer tijd aan de zorg voor anderen, aan samen koken en eten, aan kunst, muziek en zelfontplooiing. Een bijkomend voordeel is dat er meer waardering ontstaat voor andere bijdragen aan de maatschappij dan alleen de economische. Uit de verschillende experimenten met het basisinkomen blijkt dit ook het geval te zijn. Mensen voelen zich creatiever en gelukkiger, omdat ze hun talenten en vaardigheden kunnen inzetten  op een manier die bij hen past.

Alle lof verdient dan ook de gemeente Nijmegen die onlangs een lokaal experiment met het basisinkomen is gestart. Een deel van de uitkeringsgerechtigden krijgt tijdelijk een basisinkomen zonder verdere verplichtingen en met de mogelijkheid om iets bij te verdienen. In Groningen krijgt Frans Kerver op grond van crowdfunding als eerste Nederlander een jaar lang basisinkomen. Beide zijn bedoeld om ervaringen met het basisinkomen op te doen. Wat gaat er wel en niet goed?

Een voorwaarde om een verdergaande invoering hiervan mogelijk te maken is dat het basisinkomen individueel moet zijn en hoog genoeg om redelijk van te kunnen leven. Men denkt nu aan bedrag tussen de 1000 en 1500 euro. Bedenk daarbij wel dat mensen onderling veel meer gaan regelen, ruilen en delen.

dinsdag 26 mei 2015

Op de bres staan voor wat je lief is, loont


Soms is het goed om in beweging te komen voor wat je dierbaar is en daarvoor zelfs op de barricaden te klimmen. De laatste tijd zie en hoor je ook steeds meer dat mensen zich gezamenlijk inzetten voor het behoud van iets dat hen dierbaar is. Met vaak een positief resultaat als gevolg.

Zelf heb ik jarenlang met een groep bewoners actie gevoerd voor het behoud van het prachtige buitenzwembad in Nijmegen dat ook nog eens op een unieke locatie ligt, namelijk  tussen de mooie, hoge bomen van het Goffertpark. De moeite van het behouden waard, ook al neemt het aantal zwemmers nauwelijks toe. Het was iets van de lange adem, een elk jaar terugkerend ritueel.  Uiteindelijk heeft dat de gemeenteraad overtuigd - of misschien waren ze de jaarlijkse rituele dans gewoon beu-  dat kan natuurlijk ook. Maar met ingang van het nieuwe zwemseizoen was er het besluit dat het Goffertbad voortaan open blijft. De jarenlange discussie over wel of niet sluiten is daarmee van de baan. En om deze nieuwe stellingname kracht bij te zetten en te laten zien dat het de gemeente menens is, heeft ze ook geïnvesteerd.  Dat siert haar! Zo zijn er op het veld een aantal fitnessapparaten neergezet, is er een dug-out gekomen, waar zwemmers zich bij slecht weer kunnen omkleden of hun spulletjes droog kunnen achterlaten, zijn er goaltjes en een extra speeltoestel voor de kinderen geplaatst. Een waardevolle investering én mooi gebaar.

Je gezamenlijk voor iets inzetten loont dus en het geeft verbinding. Beide zijn de moeite waard, heb ik gemerkt.      

dinsdag 28 april 2015

Groene vakanties


Duurzaam op vakantie gaan is een begrip dat je  tegenwoordig regelmatig tegenkomt, maar wat het precies inhoudt, is nog niet zo eenduidig. Er blijken in ieder geval meer mensen te zijn die ook in hun vakantiekeuze rekening willen houden met de impact op het milieu en er zijn steeds meer eco-reizen en groene of duurzame vakanties te boeken. 

Ik kwam een mooi adagium tegen voor een duurzame vakantie:  laat niets dan voetstappen achter en neem alleen foto’s mee. Dat zie ik echter - behalve bij een enkeling - nog niet zo gauw gebeuren, maar alleen al zo’n slogan in je hoofd met je meedragen, kan tot ander gedrag leiden.  En daar gaat het, denk ik, om, want wat wel of niet goed is voor het milieu of de omgeving daarover verschillen de meningen en helemaal goed doe je het natuurlijk nooit. Ik denk dat  alleen al het feit dat mensen hierover nadenken en niet voor elke tripje het  vliegtuig pakken al een behoorlijke winst is, want in mijn omgeving hoor ik mensen maar al te vaak zeggen dat ze vanwege een spotgoedkoop aanbod een vlucht boeken voor een weekend of weekje, terwijl het vliegtuig een vervuilende manier van transport is. Bus- of treinreis zijn een stuk minder vervuilend en die laatste is bovendien een comfortabele en leuke manier, is mijn ervaring.

Het maakt natuurlijk ook verschil of je in een tent of huisje gaat zitten waar je zelf je verwarming en energie  kunt regelen of  een airconditioned hotel boekt. Ook wat je tijdens je vakantie onderneemt, maakt uit. Ga je all inclusive, dan heeft de plaatselijke bevolking er in ieder geval niets aan. Fiets, zwem, wandel of paardrijd je veel, dan vergroot je de toename van koolstofdioxide niet.  

Zelf heb ik jarenlang met vrienden en onze kinderen bij een boer in de Achterhoek gekampeerd. Niets gelikts, een paar oude caravans , maar wel met een grote lap grond erbij, een aantal dieren die rondscharrelden én een vuurplaats, waarvoor de kinderen elke dag hout sprokkelden. ’s Avonds was het feest, want dan mochten ze het vuur aanmaken, waar vervolgens pannenkoeken op werden gebakken, worstjes gebraden of appels in gepoft. Soms ging de boer met de tractor en alle kinderen achter op de hooiwagen over het land of hij speelde in het donker voor spook. Onvergetelijke weken, waarin vrijwel alles wat een kind zich kan wensen mocht.  Zelfs een oude caravan slopen die toch naar de sloop moest.

maandag 30 maart 2015

Transitietijd


We leven in  een transitietijd. Het oude voldoet niet meer en brokkelt af, omdat het te verstard of bureaucratisch  is geworden  of te veel op de winst van enkelen is gericht. Het nieuwe krijgt langzamerhand vorm, vooral door allerlei initiatieven van onderop. Mensen organiseren zelf allerlei nieuwe verbanden en initiatieven op het gebied van zorg, energie, vervoer, voedsel verbouwen en verdienen. Het gaat hierbij vaak om kleine en lokale initiatieven, maar ze breiden zich wel als een olievlek uit en zetten de transitie in gang. Elk initiatief, hoe klein ook, helpt om de kanteling te maken. Soms ook slaan ze aan en gaan de veranderingen snel. Zo is het gezamenlijk gebruik van auto’s in 2014 maar liefst met 113 procent gestegen.

Zo’n transitietijd is niet gemakkelijk. Het vraagt om loslaten van oude verbanden en zekerheden, veranderingen onder ogen zien en durven meebewegen met het nieuwe, dat vaak nog onwennig en onbekend is. En ja, soms verlies je daar in eerste instantie ook mee. Een mooi voorbeeld van dat laatste is UberPop, een mogelijkheid waarbij mensen via een App zelf hun auto verhuren om mensen te vervoeren.  De taxiwereld is daar woedend over en bedreigt de UberPopchauffeurs, omdat ze het als broodroof zien. Op zich misschien wel begrijpelijk, maar mede door de snelle ontwikkelingen van de technologie en internet zal er nog veel meer werk ingrijpend gaan veranderen of verdwijnen. Dat is lastig en ook wel angstaanjagend - ik ervaar het in mijn eigen beroep ook aan den lijve - maar alleen maar op de rem gaan staan of koste wat het kost het oude willen behouden, zal ons niet verder helpen.

We gaan naar een economie, waarin niet alleen maar geld het ruilmiddel is, maar ook tijd, energie, zorg, werk- en denkkracht kunnen worden uitgewisseld.  Een niet meer tegen te houden ontwikkeling, aldus Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde. Mede in gang gezet, doordat veel maatschappelijke sectoren in Nederland in zijn ogen hun houdbaarheidsdatum naderen, omdat de mens niet langer centraal staat. Hij typeert de veranderingen van deze tijd als een overgang van bezit naar gebruik. Wat we zien, is de opkomst van een  meer informele economie ofwel een wij-economie, waarin delen, ruilen en samen organiseren meer deel gaan uitmaken van ons economisch handelen. En deze opkomende nieuwe orde zal regelmatig botsen met de gevestigde orde, zoals we nu al bij UberPop zien gebeuren.

 

Toch is deze ontwikkeling niet meer tegen te houden. Dat is maar goed ook, want het biedt veel nieuwe mogelijkheden en kansen én een nieuw elan.

 

maandag 16 maart 2015

Minder kleren maken het verschil


We hebben bijna allemaal veel te veel kleding in onze kast hangen en daarvan blijken  we maar liefst 70% niet of nauwelijks te dragen. Zaken die niet echt goed zijn voor het milieu, want  de kledingindustrie is niet alleen een vervuilende industrietak, maar ook een waar de arbeidsomstandigheden vaak ronduit erbarmelijk zijn en waar het vooral kinderen zijn die tegen zeer lage lonen de kleding voor de westerse modeketens in elkaar zetten.

 

Daarom is het mooi dat het bewustzijn hierover toeneemt en dat er steeds meer alternatieven in het leven worden geroepen om ook onze kleding te ruilen, te delen of te lenen. Er zijn talloze initiatieven op dit gebied. Natuurlijk heb je de tweedehands winkels, de kledingruilsites en de zogenaamde kledingruilfeestjes, die almaar toenemen en waar soms ook designerkleding van hand tot hand gaat. In mijn eigen buurt organiseert men ook één keer per jaar een middag waarin je kleding kunt inbrengen of meenemen, want waar de een op uit gekeken is, is voor de ander nieuw of zelfs een kekke aanwinst. Er bestaat tegenwoordig zelfs zoiets als swoppen: evenementen waarbij je niet alleen kleding kunt ruilen, maar ook schoenen, sjaals, hoedjes en handtassen.

In een paar grote steden heb je inmiddels ook de  Kledingbibliotheek. Hier kun je via een abonnement of strippenkaart kleding lenen, waardoor je niet alleen veel kunt afwisselen, maar bijvoorbeeld ook dat nette colbert of hippe feestjurkje uit de rekken kunt vissen. Kleding die je immers maar af en toe nodig hebt.

Daarnaast heb je nog Dress for Success, waarbij mensen met weinig geld aantrekkelijk worden gekleed om bij een sollicitatiegesprek representatief voor de dag te kunnen komen. Dat geeft een boost, is goed voor het zelfvertrouwen en kan helpen om sneller een baan te vinden.

En dan heb je in Nijmegen nog een bijzonder initiatief, waarbij mensen die nauwelijks of geen geld hebben om kleding te kopen af en toe eens helemaal in het nieuw gestoken worden - de kleding komt ook nieuw uit allerlei winkels - zodat ook zij eens kunnen ervaren hoe het is om er smaakvol en piekfijn uit te zien.

Deze initiatieven zijn des te belangrijker, omdat er in de kledingindustrie niet alleen veel mis is met de arbeidsomstandigheden, maar ook omdat veel kleding inmiddels zo goedkoop is dat er te veel van wordt aanschaft, dat dan ook nog grotendeels in de kast blijft hangen.  

Minder kleren maken het verschil.

  

maandag 23 februari 2015

Dwarskijkers en frisdenkers


Deze keer wil ik eens aandacht besteden en een hulde brengen aan de VPRO, die in haar programma Tegenlicht  consequent aandacht besteedt aan de maatschappelijke kanteling die ons te wachten staat. Of liever gezegd die we eigenlijk met z’n allen teweeg zullen moeten  brengen, omdat het oude niet meer werkt, bestaande systemen te verstard zijn geraakt of  te veel op een dood spoor gekomen.  Bovendien is er technologisch inmiddels zoveel mogelijk en kunnen mensen elkaar via de nieuwe media zoveel gemakkelijker vinden dat de initiatieven om tot een meer duurzame en  sociale  maatschappij te komen met de dag toenemen. Op mijn blog heb ik hier al regelmatig verslag van gedaan.

Wat weer eens bleek in deze documentaire is dat het echt om talloze initiatieven gaat: van klein en simpel tot groot en veelomvattend. Dat maakt op zich niet uit, waar het om gaat, is  dat we de omslag naar een  meer verbindende  en duurzame maatschappij zelf zullen moeten creëren. Voorlopig is het nog een kleine voorhoede, maar deze groeit wel.

Om de noodzakelijke ingrijpende transitie tot stand te brengen zijn alle initiatieven op het gebied van duurzaamheid, spaarzaam omgaan met onze natuurlijke bronnen, verbondenheid, een menselijker maat en het heft in eigen hand nemen meer dan welkom. Of het nu gaat om een snackbarhouder die zijn oude frituurolie tot biodiesel verwerkt, iemand die zijn eigen huis geheel verduurzaamt of om mensen die hun eigen coöperaties oprichten. Wat allen bindt, is dat er een innerlijke noodzaak gevoeld wordt om anders met werk, onze omgeving, elkaar en de wereld om te gaan.

 

In de deze aflevering zijn het de schoonmakers die de werknemerscoöperatie Schoongewoon oprichten, zodat ze zelf hun tijd en werk kunnen indelen, maar ook gezamenlijk  beslissingen kunnen nemen over wat er moet veranderen, want zij staan tenslotte elke dag op de werkvloer en weten het beste waaraan het schort en hoe het beter kan.

Dat laatste is eigenlijk steeds het uitgangspunt. Ook bij Buurtzorg was dit het geval. Weg met de geld verslindende managementlagen, die vaak alleen maar verstikkend werken en de medewerkers het plezier in hun werk vergallen. Naar meer aandacht voor het eigen initiatief, de eigen vindingrijkheid &  creativiteit,  die zorgt voor duurzame oplossingen en nieuwe verbindingen. Daar zijn inderdaad dwarskijkers, frisdenkers, kantelaars en verbinders voor nodig. Goed van de VPRO dat ze er in elke aflevering weer een paar aan het woord laten. Als enige eigenlijk in het vrij platte televisielandschap. 

woensdag 4 februari 2015

Lelijke groenten


Het belang van minder verspilling wordt door steeds meer mensen gezien. En dat geldt zeker voor het nodeloos weggooien van voedsel. Niet voor niets bestaat de voedselbank inmiddels al zo’n twaalf jaar. Vanwege de mindere economische omstandigheden moeten daar helaas ook steeds meer mensen gebruik van maken.

Maar op zich is het een goede ontwikkeling dat steeds meer mensen en bedrijven het zorgelijk vinden dat brood, pasta of melk die over de datum zijn, zomaar worden weggegooid. Vooral ook omdat die uiterste datum arbitrair is en eigenlijk voor de winkelier is bedoeld. Deze weet dan dat het product na deze datum nog een aantal dagen te eten is.  Maar ook de zogenaamde lelijke groenten, zoals  boontjes die te klein zouden zijn, prei waarvan de buitenste bladeren een lichtbruin randje krijgen of een beetje gebutste bananen, het is allemaal nog prima te eten. Dat beseft zelfs Albert Heijn, die onlangs een groentepakket met zogenaamde lelijke groenten  introduceerde.
Het is misschien marketing-technisch een handige zet, maar tegelijkertijd een belangrijke stap voor minder verspilling, als we het allemaal wat gewoner gaan vinden dat de aardappels en uien verschillend van grootte zijn, de boontjes of wortels soms raar of krom van vorm.  Hoogwaardig voedsel afkeuren alleen omdat het niet voldoet aan de cosmetische eisen is niet meer van deze tijd. Je zou dit voedsel ook voor dieren of vee kunnen bestemmen of er compost van maken. Gelukkig doen steeds meer mensen dit ook. En vroeger deed men natuurlijk niet anders.  

Maar ook door onderling groente en fruit te delen of te ruilen wordt onnodige verspilling tegengegaan. Maar dat geldt evenzeer voor boeken, kleding of huisraad om maar eens iets te noemen. Door allerlei deelplatforms op internet is dat gemakkelijker geworden en voor een behoorlijk aantal mensen ook al een goede gewoonte. Maar omdat niet iedereen even handig is met internet is er nu in Nijmegen het initiatief genomen tot een deelwinkel midden in het centrum van de stad. In deze winkel is niks te koop, maar wel kunnen mensen er onbenutte kennis, hulp en spullen met elkaar delen. Dat alles zonder portemonnee of pasje.  Bezoekers van deze winkel kunnen op een zogenaamde Deelwinkel Cadeaubon aangeven wat ze willen delen en daarbij kan het ook gaan om vaardigheden en talenten. Weer een verfrissend initiatief.