maandag 28 september 2015

Eetmee Maaltijden


Hoewel alleen eten soms handig kan zijn, mede omdat het snel even tussendoor kan gebeuren, gezellig is het meestal niet. Eten is bij uitstek een sociale aangelegenheid, waarbij naast het gezamenlijke eten -  en soms ook koken - de ontmoeting centraal staat. Je ziet elkaar, als het goed is,  in alle rust en kunt bijpraten over wat er die dag al of niet is gebeurd en uitwisselen wat je bezighoudt. Het is voor velen het moment van  de dag om samen te zijn en van het eten te genieten. Al gaat het er in veel gezinnen waarschijnlijk ook een stuk drukker aan toe. Dat geldt  zeker voor gezinnen met jonge kinderen. Voor hen is het avondeten vaak spitstijd met alle onrust die daarbij hoort.  

Over ’t algemeen eten de meeste mensen niet graag alleen, de echte diehards  daargelaten. Maar omdat er anno 2015 veel meer alleengaande mensen zijn, is dat voor velen vaak wel een probleem. Ze missen op  z’n minst de aanspraak. Vandaar dat er op diverse plekken in het land  zogenaamde ‘Eetmee maaltijden’ worden georganiseerd, zoals in Utrecht, de Bilt en Twente om een paar voorbeelden te noemen. Die zijn een succes. In Twente bijvoorbeeld blijken maandelijks ruim  driehonderd mensen mee te eten. Men vindt dat gezamenlijk eten mede zo fijn, omdat het tot eerlijke gesprekken en verrassende ontmoetingen leidt en soms zelfs  tot nieuwe vriendschappen of andere buurtinitiatieven.

Het gaat bij ‘Eetmee’ niet om culinaire hoogstandjes of topkoks, maar om samen eten en het feit dat men anderen ontmoet. De nadruk ligt op gezonde en betaalbare maaltijden met veel verse producten, die door vrijwilligers worden bereid en uitgeserveerd. Al zijn er wel professionele koks die  hun diensten gratis aanbieden, omdat ze het een mooi initiatief vinden. Behalve dat het gezellig is, stimuleert het de betrokkenheid bij elkaar. Zelfs in die mate dat daaruit soms weer andere gezamenlijke initiatieven voortkomen en dat komt de cohesie in de wijk of het dorp weer ten goede.  Het is een mooi voorbeeld, vind ik, hoe mensen elkaar steeds gemakkelijker weten te vinden om hun leven te veraangenamen of gezamenlijke nieuwe initiatieven te ontplooien. En in  het digitale tijdperk krijgen deze vaak ook snel  navolging.  Wat op de ene plek is bedacht wordt al snel elders opgepikt al dan niet van een net andere insteek voorzien. Een goede ontwikkeling, vind ik.

woensdag 2 september 2015

Duurzaam eten. Hoe doe je dat?


Je kunt hier moeilijk of gemakkelijk over doen. Het eerste betekent dat je overal heel precies in bent en duurzaamheid bijna als een nieuw geloof ziet met zeer strikte regels. Een soort heilig geloof dat het op één manier en vooral ook heel consequent moet. Als je dat wil, prima natuurlijk, maar je kunt het jezelf ook gemakkelijker maken door een aantal principes proberen na te streven en deze  als een goed uitgangspunt te zien  om tot een steeds  gezondere en duurzamere manier van eten te komen. Hieronder geef ik er een aantal.

  1. Probeer zoveel mogelijk lokale ingrediënten  te gebruiken en dan met name  groenten en fruit. Wekelijks een groentepakket uit de buurt, dat wordt thuisbezorgd - bij mij tegenwoordig zelfs per bakfiets - is een grote hulp. Ik kan het iedereen aanraden. Er komen steeds meer groente & fruitpakketten op de markt.
     
  2. Eet volgens de seizoenen, dus geen aardbeien in de winter of spruitjes in de zomer.
     
  3. Eet minder vlees en vis.  Heb je daar toch regelmatig  behoefte aan, neem dan duurzaam of biologisch vlees. Om toch voldoende eiwitten binnen te krijgen kun je vaker bonen, erwten, linzen, noten, pitten en zaden eten. Lekker en voedzaam en je kunt er eindeloos mee variëren.
     
  4.  Eet zoveel mogelijk biologisch, het aanbod hierin wordt ook in de supermarkt steeds groter: van koffie en thee tot vlees, brood, chocola, spaghetti en groenten.
     
  5. Koop vaker eerlijke producten, bijvoorbeeld van Fair Trade of Ekoplaza. 
     
  6. Deel of ruil je eten met buurtgenoten, zodat je minder weggooit.
     
  7. Kook liefst zo weinig mogelijk bewerkt voedsel uit blik, potjes of  pakjes en maak zo min mogelijk gebruik van kant- en klaar producten. Het grappige is dat je dit na verloop van tijd vanzelf niet meer doet, omdat het niet kan tippen aan de verse producten.
     
  8. Vraag je af of er voor de productie  van je eten veel of weinig energie of water nodig is? En van hoe ver het komt? Stem je keuze daarop af.
     
  9.  Probeer zo min mogelijk eten weg te gooien. Vaak is er met de restjes nog wel iets lekkers te maken. Hoe vaker je dat doet, hoe creatiever je wordt en  een goed gevulde groentesoep is vrijwel altijd lekker.
     
  10. Gebruik geen flesjes mineraalwater. Dat is nergens voor nodig, want de kwaliteit van het Nederlandse water is goed. 
     

maandag 17 augustus 2015

Out of the box denken


Ik schreef eerder al een blog over de Delftse student Boyan Slat, die een revolutionair plan bedacht  om de enorme berg plastic afval die in onze oceanen ronddrijft op te ruimen.  Op grond van een profielwerkstuk op school was hij daartoe gekomen.

Aanvankelijk werd er een beetje schamper over gedaan, hoe haalde zo’n jong ventje het in zijn hoofd om te denken dat hij dat grote probleem even ging verhelpen. Maar hij trok zich van die kritiek niets aan, zette zijn studie voorlopig op een dood spoor en besloot  niet alleen om zijn idee te gaan uitwerken, maar ook fondsen te gaan werven om het uit te kunnen voeren. Dat heeft geleid tot een installatie met kilometerslange drijvende armen waarmee het plastic uit de zee moet worden gevist. Door middel van crowdfunding heeft hij zelfs een hele organisatie opgezet om dit doel te bereiken: The Ocean Cleanup. Maar naast medewerkers zijn er vooral veel vrijwilligers betrokken bij het project, want om geld gaat het hem absoluut niet. 

Inmiddels is hij alweer een stap verder. Om de omvang van de vervuiling nauwgezet vast te kunnen leggen en te meten  gaat een dertigtal schepen de komende maand de Stille Oceaan op en wel naar de plek waar het afval zich door de cirkelvormige zeestroming vooral heeft verzameld, door hem The Great Pacific Garbage Patch genoemd.  Middels een app kunnen ze de grote stukken tellen en registreren.

Zo inspirerend hoe hij laat zien dat je echt iets kunt bereiken als je bereid bent om uit de box te denken en vanuit kennis en betrokkenheid gewoon aan de slag gaat om een moeilijk probleem te tackelen. De kritiek die hij krijgt: zijn plannen zouden onhaalbaar zijn en de plasticvervuiling  zou hiermee niet aan de bron worden aangepakt, weet hij tot nu toe aardig te pareren. Dat laatste is uiteraard een feit, maar hij kan niet alles tegelijk. Verder probeert hij op een slimme manier de kosten zo laag mogelijk te houden. Zo heeft hij bijvoorbeeld de deelnemers van een zeilrace in dat gebied die toch terug moeten naar hun thuishaven in de VS gevraagd om aan het onderzoek mee te werken. 

Dit is op ’t moment nog het enige waarmee hij bezig is, aan afstuderen komt hij niet eens toe, maar hij kan zich niets leukers voorstellen dan dingen maken die zin hebben en iets positiefs bijdragen. Dat zouden meer mensen moeten doen, zoals de bekende slogan luidt.

Ik word in ieder geval erg blij van zoveel inventiviteit, positivisme en daadkracht.

donderdag 30 juli 2015

Het alfabet van de nieuwe economie


De nieuwe economie is een van mijn favoriete onderwerpen in mijn blog, omdat ik het zo’n noodzakelijke, maar vooral ook positieve en optimistische beweging vind, waarin mensen  naar eigentijdse vormen van verbinding en samenwerking zoeken. Waarin men niet op de politiek of de overheid gaat zitten wachten, maar vooral vanuit de eigen visie en gedrevenheid aanpakt en aan de slag gaat. En dat laatste ’t liefst op een creatieve manier, vooruitkijkend naar wat een ompoling naar de nieuwe tijd nodig heeft en zoekend naar eigentijdse, nog niet eerder bedachte  vormen van verbinding en samenwerking. Dat leidt tot allerlei frisse initiatieven en vruchtbare dwarsverbanden.

 

Zo kwam ik onlangs Puur Lokaal tegen. Een voedselcoöperatie in Arnhem, die ook een winkel heeft in ‘Het Dorp’ in Arnhem. Zij verkopen verse, lokale producten die op een duurzame manier en voor eerlijke prijzen zijn geproduceerd. Hun doel is niet om winst te maken, maar om gezamenlijk te blijven opereren en samen te beslissen over het assortiment, de prijzen, het beleid en hoe de winst te investeren. Ofwel om de coöperatie te laten voortbestaan, zodat de leden kunnen blijven profiteren van de voordelen die de coöperatie biedt.

Momenteel ontstaan er meerdere van dit soort initiatieven. Zo heb je in Wageningen een lokale overdekte voedselmarkt, waarvan klanten, boeren, bakkers en de winkelier zelf eigenaar zijn. In Amsterdam heb je inmiddels Foodcoop en ook in veel kleine dorpen grijpen de bewoners naar coöperatieve winkels om zo de leefbaarheid in hun dorp te behouden.  Maar bij Puur lokaal kwam ik ook een visie over de nieuwe economie tegen, die kort en krachtig verwoordde wat de kern daarvan is en die me juist vanwege de eenvoud en kernachtigheid de moeite waard leek om hier op te schrijven.

‘De nieuwe economie moet voedend zijn voor al het leven, voor mens, plant en dier en voor de biosfeer. De nieuwe economie moet duurzaam zijn en ertoe bijdragen dat je meer  in verbinding bent met de mensen en wereld om je heen.’

 

Kortweg gezegd:

het gaat om samenwerken in plaats van concurrentie

om organisch in plaats van mechanisch

om bloeien in plaats van alsmaar meer rendement willen

om niet hoeven winnen, maar om jezelf mogen zijn met al je mogelijkheden en beperkingen

om verbinden in plaats van elkaar uitspelen

om dialoog in plaats van discussie

om overvloed in plaats van schaarste

om hart in plaats van hoofd.

 

zondag 12 juli 2015

Delen is het nieuwe vermenigvuldigen


Delen is het nieuwe vermenigvuldigen. Ik blijf het een mooie en toepasselijke slogan vinden, die in mijn ogen precies illustreert waar het in de deze tijd om gaat. Nu is delen in principe van alle tijden en in vele niet-westere economieën gebeurt het nog steeds volop, maar toch is het een slogan die past bij de overgangstijd waarin we leven: in plaats van hebben of nemen gaat het meer om zijn, in plaats van afwachten of moedeloos toezien om zelf bijdragen, initiatief nemen of in gang zetten.

Uiteraard moet belangeloos delen gebaseerd zijn op vertrouwen. Vaak denken mensen als ik mijn kennis en vaardigheden zomaar aan anderen ter beschikking stel, dan pikken ze mijn ideeën, werk of plannen in. Toch zou je daar niet zo bang voor hoeven te zijn, want iedereen is uniek en voegt zijn eigen inbreng, kennis, ervaringen en inspiratie toe. Juist dat zorgt voor de meerwaarde.

De angst om door te delen zelf minder te krijgen ligt altijd op de loer, maar het tegendeel blijkt vaak waar te zijn, zo merken mensen en organisaties die dit principe toepassen. Delen leidt niet alleen tot positieve resultaten, maar vaak ook tot meer onderlinge uitwisseling bezieling en vreugde en tot intenser contact met anderen.

 

Omdat de oude wereld steeds minder goed werkt, de radertjes ervan beginnen steeds meer te kraken of lopen zelfs vast, is een nieuw elan erg belangrijk. We zullen al onze creativiteit, vaardigheden, kennis en verbeeldingskracht moeten aanwenden om een ommekeer te bewerkstellige en tot een nieuwe maatschappij of wereld te komen.

Dat gebeurt al op allerlei manieren, vaak ook via kleine en buurtgerichte initiatieven. Maar je hebt ook toonaangevende mensen nodig, die hun vernuft en kennis hierop loslaten.

Een goed voorbeeld hiervan vind ik de architect en designkunstenaar Daan Roosegaarde die al zijn inventiviteit aanwendt om tot duurzame oplossingen te komen, die ook nog eens mooi ogen. Zo heeft hij  de zogenaamde Smart Highway met glowing lines bedacht.  Door lichtgevende lijnen in de snelweg aan te brengen, die overdag energie opladen  en deze in het donker weer afgeven hoeven er ’s nachts geen lantaarnpalen meer aan. Wat een energiebesparing, terwijl het toch veilig blijft!  
 

 

maandag 15 juni 2015

Basisinkomen


De discussie of het basisinkomen een goed idee is, wordt de laatste tijd regelmatig aangezwengeld en op enkele plekken ook al uitgeprobeerd. Een interessante ontwikkeling, al zitten er natuurlijk nog heel wat haken en ogen aan.

Waarom juist nu? Omdat er door de flexibilisering van de arbeidsmarkt steeds meer economische onzekerheid ontstaat. Zo komen er steeds meer zzp-ers en bij sommige beroepen, zoals bijvoorbeeld de postbezorgers, is die constructie twijfelachtig. Ook zullen er door de technologische ontwikkelingen steeds meer banen verdwijnen, omdat deze worden overgenomen door robots en slimme software. Dat laatste zie je vooral gebeuren met eenvoudig werk en met boekhoudkundige taken. Voldoende banen zijn er straks eenvoudigweg niet meer en vele daarvan worden ook nog eens onderbetaald, waardoor mensen er niet van kunnen rondkomen. 

Als vangnet hebben we onze sociale zekerheidswetten, maar die zijn gebaseerd op inkomens- en gedragstoetsen. De controle hiervan vergt echter een enorme bureaucratie en kost veel mankracht.  Is die niet op een betere manier in te zetten?

Voordelen van een basisinkomen zijn dat er minder energie gestoken hoeft te worden in het vinden van een betaalde baan, terwijl er steeds minder vaste banen zijn. Op andere vlakken, zoals in de zorg, kinderopvang en buurtinitiatieven, kan er  juist veel meer ontstaan. In Canada heeft men het bij een kleine groep uitgeprobeerd en wat bleek: deze mensen besteedden meer tijd aan de zorg voor anderen, aan samen koken en eten, aan kunst, muziek en zelfontplooiing. Een bijkomend voordeel is dat er meer waardering ontstaat voor andere bijdragen aan de maatschappij dan alleen de economische. Uit de verschillende experimenten met het basisinkomen blijkt dit ook het geval te zijn. Mensen voelen zich creatiever en gelukkiger, omdat ze hun talenten en vaardigheden kunnen inzetten  op een manier die bij hen past.

Alle lof verdient dan ook de gemeente Nijmegen die onlangs een lokaal experiment met het basisinkomen is gestart. Een deel van de uitkeringsgerechtigden krijgt tijdelijk een basisinkomen zonder verdere verplichtingen en met de mogelijkheid om iets bij te verdienen. In Groningen krijgt Frans Kerver op grond van crowdfunding als eerste Nederlander een jaar lang basisinkomen. Beide zijn bedoeld om ervaringen met het basisinkomen op te doen. Wat gaat er wel en niet goed?

Een voorwaarde om een verdergaande invoering hiervan mogelijk te maken is dat het basisinkomen individueel moet zijn en hoog genoeg om redelijk van te kunnen leven. Men denkt nu aan bedrag tussen de 1000 en 1500 euro. Bedenk daarbij wel dat mensen onderling veel meer gaan regelen, ruilen en delen.

dinsdag 26 mei 2015

Op de bres staan voor wat je lief is, loont


Soms is het goed om in beweging te komen voor wat je dierbaar is en daarvoor zelfs op de barricaden te klimmen. De laatste tijd zie en hoor je ook steeds meer dat mensen zich gezamenlijk inzetten voor het behoud van iets dat hen dierbaar is. Met vaak een positief resultaat als gevolg.

Zelf heb ik jarenlang met een groep bewoners actie gevoerd voor het behoud van het prachtige buitenzwembad in Nijmegen dat ook nog eens op een unieke locatie ligt, namelijk  tussen de mooie, hoge bomen van het Goffertpark. De moeite van het behouden waard, ook al neemt het aantal zwemmers nauwelijks toe. Het was iets van de lange adem, een elk jaar terugkerend ritueel.  Uiteindelijk heeft dat de gemeenteraad overtuigd - of misschien waren ze de jaarlijkse rituele dans gewoon beu-  dat kan natuurlijk ook. Maar met ingang van het nieuwe zwemseizoen was er het besluit dat het Goffertbad voortaan open blijft. De jarenlange discussie over wel of niet sluiten is daarmee van de baan. En om deze nieuwe stellingname kracht bij te zetten en te laten zien dat het de gemeente menens is, heeft ze ook geïnvesteerd.  Dat siert haar! Zo zijn er op het veld een aantal fitnessapparaten neergezet, is er een dug-out gekomen, waar zwemmers zich bij slecht weer kunnen omkleden of hun spulletjes droog kunnen achterlaten, zijn er goaltjes en een extra speeltoestel voor de kinderen geplaatst. Een waardevolle investering én mooi gebaar.

Je gezamenlijk voor iets inzetten loont dus en het geeft verbinding. Beide zijn de moeite waard, heb ik gemerkt.