Slowbalisering Ik vind het een mooie term om het nieuwe jaar mee te beginnen.
De term is overigens niet van mij afkomstig, maar van trendwatcher Adjedj Bakas, die daarmee wil aangeven dat in de komende tijd veel een tandje langzamer zal gaan. Het alsmaar meer, meer en groter en het liefst de hele wereld willen veroveren, de tijd van globalisering, van mega-ondernemingen en voortdurende expansie is voorbij. Of liever gezegd: deze loopt op zijn laatste benen.
Daarvoor in de plaats is er een hang gekomen naar kleinschaligheid, naar lokale initiatieven waarin men samenwerkt of elkaar versterkt, naar de eigen mogelijkheden ontdekken en zelf met een goed idee aan de slag gaan. Zo worden er steeds meer kleine, lokale bedrijfjes opgezet, waarbij men het nogal eens belangrijk vindt dat deze goed zijn voor mens, dier en de aarde. Maar ook de deel- ruil- en leenplatforms als Peerby, Airnb, Auto delen en Thuis afgehaald tieren welig. Al weet de overheid hier nog niet zo goed raad mee en ziet men deze aanvankelijk vooral als concurrentievervalsing.
Wat ook een grote vlucht heeft genomen is het zelf verbouwen van groenten en fruit, al of niet samen met anderen of door middel van een gezamenlijk initiatief in de buurt. Daar lijkt inmiddels half Nederland mee bezig. Behalve dat je hierdoor minder met pesticiden en gesjoemel met voedsel te maken hebt, is een andere reden dat men weer meer verbonden wil zijn met de eigen streek of buurt. Behalve dat het leuk is om die te leren kennen, weet je dan tenminste ook met wie of wat je te maken hebt.
Dergelijke ontwikkelingen zijn te zien als een reactie op de almaar voortdurende schaalvergroting van de afgelopen jaren en van de vele voedselschandalen die hebben plaatsgevonden.
En natuurlijk hebben internet en alle moderne media hier ook mee te maken. Hierdoor kunnen mensen elkaar zowel online als offline veel sneller vinden. Ook kan men hierdoor veel gemakkelijker zelfstandig zijn of haar eigen weg vinden en zich verbinden met initiatieven en mogelijkheden, die men waardevol vindt. Er is een inmiddels groeiende groep die deze tijdgeest goed aanvoelt of hier mede zelf vorm aan geeft.
De andere kant van de medaille is dat er economisch waarschijnlijk een periode van krimp en stagnatie zal komen. Dat is niet gemakkelijk en zal voor velen waarschijnlijk ook pijnlijke gevolgen hebben, maar het biedt tevens de mogelijkheid om tot een menselijker maat te komen.
'Klein wordt het nieuw groot', wordt weleens gezegd. En eigenlijk zie je dat in meer of mindere mate ook al gebeuren. De kleinschalige initiatieven, bedrijfjes en winkels nemen toe, de landwinkels en boerenmarkten die streekprodukten verkopen worden druk bezocht, terwijl de grote ketens en warenhuizen in zwaar weer verkeren om maar eens een voorbeeld te noemen.
Slowbalisering, een lager tempo en meer aandacht voor wat dichtbij en voorhanden is. Het zal even wennen zijn, maar ik probeer er zelf al meer naar te leven en er ook van te genieten. Dat lukt me trouwens niet altijd even goed, hoor. Zeker, omdat mijn werk behoorlijk is afgenomen. Maar zeg nu zelf: er zijn toch veel te veel tijdschriften. Ook daar kan een tandje minder geen kwaad.
dinsdag 29 december 2015
dinsdag 8 december 2015
De rituele dans van de zorgverzekeraars
In deze
omvormings- en transitietijd verandert er veel en starten nogal wat mensen
eigen initiatieven. In plaats van afhankelijk te zijn van de overheid en de
politiek of te wachten tot deze met een nieuwe aanpak of visie komt, gaan mensen zelf aan het veranderen en pionieren, vaak op die terreinen waarop ze al
actief zijn.
Een mooi voorbeeld daarvan is Buurtzorg, dat al een aantal jaar prima functioneert en waarbij de teams van verpleegkundigen geheel zelfstandig werken en daardoor veel dichter bij de cliënten staan en mede daardoor beter kunnen inschatten en aanvoelen wat deze werkelijk aan zorg nodig hebben. Buurtzorg is een groot succes en wordt zowel door de zorgontvangers als zorggevers erg gewaardeerd. Reden waarom de initiatiefnemer daarvan, Jos de Blok, nu met het initiatief komt voor één polis, waarin patiënten een belangrijke stem en grote keuzevrijheid krijgen.
Een mooi voorbeeld daarvan is Buurtzorg, dat al een aantal jaar prima functioneert en waarbij de teams van verpleegkundigen geheel zelfstandig werken en daardoor veel dichter bij de cliënten staan en mede daardoor beter kunnen inschatten en aanvoelen wat deze werkelijk aan zorg nodig hebben. Buurtzorg is een groot succes en wordt zowel door de zorgontvangers als zorggevers erg gewaardeerd. Reden waarom de initiatiefnemer daarvan, Jos de Blok, nu met het initiatief komt voor één polis, waarin patiënten een belangrijke stem en grote keuzevrijheid krijgen.
De rituele
dans die de zorgverzekeraars elk einde van het
jaar weer maken door eindeloos reclame te maken voor hun polis, terwijl
ze onderling nauwelijks verschillen, kan daardoor ook komen te vervallen. Ik
erger me in ieder geval altijd groen en geel aan dat ondoorzichtige oerwoud van
allerlei vage beloftes en toezeggingen. Terwijl het er in de praktijk vooral op neerkomt dat als er meer toeters en bellen te vergeven zijn, daarvoor ook betaald moet worden. In die zin is het lood om oud ijzer. En hoeveel geld spenderen
al die ziektekostenverzekeraars wel niet aan die hele hausse aan reclame,
waarbij het nauwelijks om werkelijke verschillen gaat. De patiënt of cliënt wordt er in ieder geval geen spat beter van. Sterker nog, deze
ziet door de bomen het bos niet meer, want de verschillen zijn minimaal, maar
kunnen voor de individuele patiënt grote
gevolgen hebben, omdat deze opeens
- als het erop aankomt - voor een
bepaalde ingreep of arts niet verzekerd blijkt te zijn. Dat moet
beter kunnen, dacht Jos de Blok: namelijk één polis voor iedereen voor
hetzelfde bedrag en met meer keuzevrijheid voor de cliënt. Voordeel voor de
zorgverleners is dat ze hierdoor minder last hebben van de enorme
papierwinkel die met al die verschillende zorgverzekeraars gepaard gaat en ze
weer aan hun kerntaak toekomen: het verlenen van zorg. De bedoeling is dat deze
nieuwe zorgverzekering in 2017 ingaat.
Mooi is dat
ook hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans en econoom Marcel Canoy zich
hieraan verbonden hebben om deze nieuwe opzet werkelijk mogelijk te maken. Dat
soort dwarsverbanden zijn nodig om wezenlijke veranderingen te bewerkstelligen.
woensdag 11 november 2015
Weet wat je eet
Over voeding
is de laatste tijd een hoop te doen. Ook in allerlei boeken en tijdschriften krijgt het volop aandacht. Vorige week nog
kreeg ik een vuistdik boek op mijn bureau met de titel ‘Weet wat je eet. Gezond
eten op basis van de oudste kennis en de nieuwste wetenschap’. Daarin staat bijvoorbeeld
dat je minder zout moet eten en dat kun je bijvoorbeeld doen door minder brood te eten, want daar zit relatief
veel jodium in. Maar aan de andere kant wordt er gewaarschuwd dat te weinig
zout ook schadelijk zou zijn. Tsja.. en zo hoor je dat over tal van
voedingsmiddelen en producten. Suiker,
tarwe, eieren, in de verkeerde olie bakken en braden, het is allemaal veel
schadelijker dan gedacht. Eerlijk gezegd zie ik door de bomen soms het bos niet meer. Ook de hippe
smoothies zouden vanwege het hoge suikergehalte helemaal niet zo gezond zijn.
En de in zwang geraakte kokosolie ondanks alle goede eigenschappen toch veel te
vet, ook al gaat het daarbij om de goede vetten. Kom daar nog maar eens
uit.
Zelf houd ik
er een paar niet al te strenge regels op na, want sommige dingen zijn inmiddels
wel duidelijk. We eten over ’t algemeen veel te weinig groente. Vooral groene
groenten zijn erg gezond en zouden dagelijks op ons bord moeten liggen. En dan
niet steeds weer sla of spinazie, maar ook andijvie, postelein, boerenkool,
broccoli, groene kool en snijbiet. Zijn ze van biologische afkomst dan is dat
een pre, want deze zijn niet alleen onbespoten, maar bevatten ook meer
mineralen en vitamines. Het is een van de redenen waarom ik inmiddels al zo’n
25 jaar een biologisch groentepakket heb.
Vergeet ook
de groene kruiden niet. Rozemarijn, tijm, peterselie, basilicum, salie,
koriander, te veel om op te noemen. Kruiden hebben sowieso allemaal een eigen
geneeskrachtige werking. Ik heb een rubriek hierover in het tijdschrift Cashew Stadstuinieren en het
verbaast me elke keer weer hoeveel heilzame stoffen ze bevatten. Een reden te
meer om ze rijkelijk te gebruiken. Bovendien kunnen ze, wanneer je er kwistig mee durft te zijn, echt een boost aan een gerecht
geven, waardoor je zoiets als vlees bijna niet mist.
Vlees, ik gebruik
het wel, maar in geringe mate en als het even kan liefst van biologische
kwaliteit, omdat dat minder smaak- en kleurstoffen bevat, de koeien of runderen
minder hormonen en niet al bij voorbaat antibiotica krijgen toegediend. Vette
vis, zoals paling, zalm en makreel, staat wel regelmatig op het menu.
Verder ben
ik zelf een fervent waterdrinker, ook uit de kraan. Het lest de dorst, is fris
en in Nederland van behoorlijk goede kwaliteit. Al die drankjes en sapjes, hoe
lekker ook, bevatten toch veel suikers en zuren.
zaterdag 31 oktober 2015
Het nieuwe vermenigvuldigen
Je hoort het
mensen steeds vaker zeggen, zeker in de alternatieve hoek van de maatschappij
of misschien beter gezegd in dat deel van de maatschappij dat niet mainstream
is: delen is het nieuwe vermenigvuldigen. Ik blijf het een heel toepasselijke
en mooie slogan vinden, omdat deze de lading van de nieuwe eigentijdse manieren
van ondernemen, samenwerken en onderling ruilen of delen goed dekt. Door verder te kijken dan je
eigen neus lang is en niet alleen gericht te zijn op het economische belang van
je eigen bezigheden of toko kom je in een heel ander vaarwater terecht en
ontstaat er bijna als vanzelf meer verbinding met anderen. Het zijn juist de vanzelfsprekende
uitwisseling en open ontmoetingen die bijna als vanzelf weer tot nieuwe
initiatieven leiden, zo leert de ervaring. En het zal niemand verbazen dat dat
nogal eens via de nieuwe media en internet gaat.
Het mag dan
‘hot’ zijn, in feite is het ook een beetje wijn in nieuwe zakken, want delen is
in principe van alle tijden en van alle culturen. Zeker in de
niet-Europese en wat armere economieën
bestaat er nog volop een deeleconomie.
Dat je jezelf in leven houdt door te
ruilen, delen en handelen met anderen hoort er als vanzelf bij. Men weet
eigenlijk niet beter. Wij in het westen moeten dat echter weer opnieuw leren,
omdat we er zo vandaan zijn gegroeid en concurrentie ons als het ware met de
paplepel is in gegeven.
De belangrijkste
component van delen en ruilen is dat het gebaseerd is op vertrouwen. Als dat er
niet is, komt de stroom niet op gang. Vaak denken wij hier in het westen: als
ik mijn kennis, vaardigheden en expertise zomaar aan anderen ter beschikking
stel, dan pikken ze mijn ideeën, werk of expertise. Vaak ligt de angst op de
loer dat je door te delen zelf minder zult krijgen. Niets is echter minder waar
dan dat. In de praktijk blijkt eerder het tegendeel het geval te zijn. Er komt
juist meer naar je toe. Met name het
uitwisselen van ideeën, ervaringen en inspiratie heeft veel positieve effecten
en leidt ertoe dat je je horizon en kijk verbreedt. En daarmee vaak ook je vaardigheden, expertise
of handel.
Een beetje
in de trant van: twee weten meer dan een, zoals men vroeger al zei.
zaterdag 10 oktober 2015
Het oude werkt niet meer
Gisteren was
de dag van de duurzaamheid, waarop er weer allerlei nieuwe initiatieven werden
gepresenteerd die onze maatschappij duurzamer, zuiniger en minder afhankelijk
van energie moeten maken. Voorwaar nog
een hele klus. Maar er zijn nogal wat mensen die creatieve ideeën hierover hebben en er eigentijdse oplossingen voor
bedenken. Want, daar is men het wel over eens, het oude werkt niet meer en loopt
op z’n laatste benen, dus moeten er oplossingen uit een heel andere hoek worden
gezocht en gevonden.
Gelukkig
zijn er veel en met name jonge mensen, ondernemers en kunstenaars die hiermee
op een creatieve en inventieve manier aan de slag gaan. Iets wat mij altijd
weer fascineert en blij maakt. Eerder schreef ik al over Boyan Slat, de student
die een installatie bedacht om het vele plastic dat in onze oceanen ronddrijft
op te zuigen en af te voeren. Aanvankelijk werd zijn idee afgedaan als onmogelijk of weliswaar leuk bedacht, maar
niet uitvoerbaar. Inmiddels heeft hij al heel wat stappen gezet om het voor
elkaar te krijgen.
Interessant
op dit gebied is ook de pionier, kunstenaar en ontwerper Daan Roosegaarde. Voor
hem is het een uitgemaakte zaak: het oude systeem voldoet niet meer en is aan
het crashen. Dat is aan de ene kant natuurlijk beangstigend, maar
tegelijkertijd ook hoopgevend, omdat het
nieuwe kansen biedt. Maar daarvoor is
het - in zijn woorden - wel nodig dat we onszelf als maker beschouwen en ons als netwerkers en pioniers
gedragen.
Zelf is hij
daar een treffend voorbeeld van. Zo heeft hij de ‘Smart Highway’ bedacht,
waarbij hij lichtgevende lijnen op het asfalt heeft aangebracht. Overdag laden
deze zich op aan het zonlicht en ’s nachts in het donker geven ze deze weer af.
Door deze Glowing Lines hoeven er dus geen
lantaarnpalen te branden. Bovendien ziet het er ook nog eens heel mooi uit.
Binnenkort gaat hij deze techniek ook op de Afsluitdijk toepassen. In Nuenen
heeft hij het van Gogh- fietspad gerealiseerd, waarop ’s nachts van Gogh’s
sterrennacht oplicht. Niet alleen handig, maar ook nog eens beeldschoon.
Mooi hoe hij
kunst, schoonheid en duurzaamheid combineert en daarbij ook het belang van
anderen in het oog houdt. Zo heeft hij de zonnelampjes bedacht, de zogenaamde
‘WakaWaka’s’ die heel licht zijn en met een zonnecel worden opgeladen. In het
Westen worden deze gewoon verkocht, in de landen van het Midden-Oosten
weggegeven.
Zijn motto:
we moeten niet minder doen of van alles laten, maar vooral meer doen en
innoveren.
maandag 28 september 2015
Eetmee Maaltijden
Hoewel alleen eten soms handig kan zijn, mede omdat het snel
even tussendoor kan gebeuren, gezellig is het meestal niet. Eten is bij uitstek
een sociale aangelegenheid, waarbij naast het gezamenlijke eten - en soms ook koken - de ontmoeting centraal staat.
Je ziet elkaar, als het goed is, in alle
rust en kunt bijpraten over wat er die dag al of niet is gebeurd en uitwisselen
wat je bezighoudt. Het is voor velen het moment van de dag om samen te zijn en van het eten te
genieten. Al gaat het er in veel gezinnen waarschijnlijk ook een stuk drukker
aan toe. Dat geldt zeker voor gezinnen
met jonge kinderen. Voor hen is het avondeten vaak spitstijd met alle onrust
die daarbij hoort.
Over ’t algemeen eten de meeste mensen niet graag alleen, de
echte diehards daargelaten. Maar omdat
er anno 2015 veel meer alleengaande mensen zijn, is dat voor velen vaak wel een
probleem. Ze missen op z’n minst de
aanspraak. Vandaar dat er op diverse plekken in het land zogenaamde ‘Eetmee maaltijden’ worden georganiseerd,
zoals in Utrecht, de Bilt en Twente om een paar voorbeelden te noemen. Die zijn
een succes. In Twente bijvoorbeeld blijken maandelijks ruim driehonderd mensen mee te eten. Men vindt dat
gezamenlijk eten mede zo fijn, omdat het tot eerlijke gesprekken en verrassende
ontmoetingen leidt en soms zelfs tot
nieuwe vriendschappen of andere buurtinitiatieven.
Het gaat bij ‘Eetmee’ niet om culinaire hoogstandjes of topkoks,
maar om samen eten en het feit dat men anderen ontmoet. De nadruk ligt op gezonde
en betaalbare maaltijden met veel verse producten, die door vrijwilligers
worden bereid en uitgeserveerd. Al zijn er wel professionele koks die hun diensten gratis aanbieden, omdat ze het
een mooi initiatief vinden. Behalve dat het gezellig is, stimuleert het de
betrokkenheid bij elkaar. Zelfs in die mate dat daaruit soms weer andere
gezamenlijke initiatieven voortkomen en dat komt de cohesie in de wijk of het dorp
weer ten goede. Het is een mooi
voorbeeld, vind ik, hoe mensen elkaar steeds gemakkelijker weten te vinden om
hun leven te veraangenamen of gezamenlijke nieuwe initiatieven te ontplooien. En
in het digitale tijdperk krijgen deze vaak
ook snel navolging. Wat op de ene plek is bedacht wordt al snel
elders opgepikt al dan niet van een net andere insteek voorzien. Een goede ontwikkeling,
vind ik.
woensdag 2 september 2015
Duurzaam eten. Hoe doe je dat?
Je kunt hier
moeilijk of gemakkelijk over doen. Het eerste betekent dat je overal heel
precies in bent en duurzaamheid bijna als een nieuw geloof ziet met zeer
strikte regels. Een soort heilig geloof dat het op één manier en vooral ook
heel consequent moet. Als je dat wil, prima natuurlijk, maar je kunt het jezelf
ook gemakkelijker maken door een aantal principes proberen na te streven en
deze als een goed uitgangspunt te zien om tot een steeds gezondere en duurzamere manier van eten te
komen. Hieronder geef ik er een aantal.
- Probeer zoveel mogelijk lokale ingrediënten te gebruiken en dan met name groenten en fruit. Wekelijks een groentepakket uit de buurt, dat wordt thuisbezorgd - bij mij tegenwoordig zelfs per bakfiets - is een grote hulp. Ik kan het iedereen aanraden. Er komen steeds meer groente & fruitpakketten op de markt.
- Eet volgens de seizoenen, dus geen aardbeien in de winter of spruitjes in de zomer.
- Eet minder vlees en vis. Heb je daar toch regelmatig behoefte aan, neem dan duurzaam of biologisch vlees. Om toch voldoende eiwitten binnen te krijgen kun je vaker bonen, erwten, linzen, noten, pitten en zaden eten. Lekker en voedzaam en je kunt er eindeloos mee variëren.
- Eet zoveel mogelijk biologisch, het aanbod hierin wordt ook in de supermarkt steeds groter: van koffie en thee tot vlees, brood, chocola, spaghetti en groenten.
- Koop vaker eerlijke producten, bijvoorbeeld van Fair Trade of Ekoplaza.
- Deel of ruil je eten met buurtgenoten, zodat je minder weggooit.
- Kook liefst zo weinig mogelijk bewerkt voedsel uit blik, potjes of pakjes en maak zo min mogelijk gebruik van kant- en klaar producten. Het grappige is dat je dit na verloop van tijd vanzelf niet meer doet, omdat het niet kan tippen aan de verse producten.
- Vraag je af of er voor de productie van je eten veel of weinig energie of water nodig is? En van hoe ver het komt? Stem je keuze daarop af.
- Probeer zo min mogelijk eten weg te gooien. Vaak is er met de restjes nog wel iets lekkers te maken. Hoe vaker je dat doet, hoe creatiever je wordt en een goed gevulde groentesoep is vrijwel altijd lekker.
- Gebruik geen flesjes mineraalwater. Dat is nergens voor nodig, want de kwaliteit van het Nederlandse water is goed.
Abonneren op:
Posts (Atom)