zaterdag 17 juni 2017

Geluk


De gelukkigste mensen zijn niet degenen die het  goed voor elkaar hebben in het leven of die het beste en duurste van alles hebben, zoals nogal eens wordt gedacht, maar degenen die ’t beste van alles maken, zelfs als ze in niet zo bijster gunstige of zelfs abominabele  omstandigheden verkeren. Dat laatste is een kunst die veel meer toewijding, improvisatietalent en doorzettingsvermogen vereist dan wanneer de meeste dingen je komen aanwaaien.
Een gelukkiger leven krijg je over ’t algemeen niet door meer geld en goederen te verwerven - hoe prettig op zich misschien ook, maar snel is er alweer honger naar meer- maar vooral door anders tegen de dingen aan te kijken, door naar nieuwe mogelijkheden te zoeken en onbekende paden in te slaan.  Doe werk wat je goed afgaat of gelukkig maakt en het voelt niet meer als werk, maar als scheppen.
Wees je er verder van bewust dat alles waar je aandacht aan schenkt, bloeit en groeit. Concentreer je op het positieve en er komen goede dingen naar je toe. Al is dat laatste natuurlijk  niet zo simpel als het lijkt, mede omdat we geluk volgens psycholoog Ap Dijksterhuis maar voor  50 % in eigen hand blijken te hebben. Gevoelens van geluk zijn voor een gedeelte ook  genetisch bepaald, zo is uit onderzoek gebleken. Toch is het de moeite waard om in je eigen leven eens te spelen of te experimenteren met wat echt een langer durende vervulling of geluksgevoel geeft.
Het geluk zit niet zozeer in materiele zaken, want hoewel we blij kunnen zijn met een nieuwe aankoop of een bijzonder uitje is het geluksgevoel al snel weer terug op het oude peil.
Waar worden we dan wel gelukkig van?  Van sociaal contact, zo blijkt. Zelfs een simpel praatje in de trein zorgt al voor meer geluk. Wat dat betreft is het jammer dat iedereen tegenwoordig zo met z’n eigen iPad of schermpje bezig is.
Wees echter niet bang om je doelen en geluk na te streven. Ga er gewoon voor! Maar besef tegelijkertijd dat juist ook gemoedsrust gelukkig maakt. Steeds maar meer of iets anders willen zorgt over ’t algemeen vooral voor veel onrust en hebberigheid.
 

dinsdag 6 juni 2017

Betekenis geven


We denken vaak dat geluk ons leven de moeite waard maakt. Het is echter niet zozeer geluk dat ons een gevoel van  vervulling  geeft, zo zegt psycholoog Emily Esfahani Smith. Wel blijken we dat geluksgevoel sterker te ervaren als we betekenis kunnen  geven aan de dingen die het leven de moeite waard maken.

Hoe dat komt? Omdat het niet zo simpel is om de betekenis van je bestaan te vinden, zo zei een van de grote denkers uit onze tijd, Albert Camus. Deze betekenis blijft verborgen. Ieder mens zal zelf in zijn leven op zoek moeten gaan naar de bronnen die zijn of haar leven zin verlenen. Wat daarin in ieder geval belangrijk is, zo blijkt telkens weer, is verder kijken dan het eigenbelang.

De vier pijlers van een gelukkig en zinvol leven zijn niet alleen volgens Camus maar ook volgens Ghandi:  ergens bij horen, een doel hebben, verhalen vetellen en transcendentie kunnen ervaren. Dat laatste houdt in de alledaagse menselijke beperkingen proberen te overstijgen.

Ook mededogen en empathie blijken mensen gelukkig te maken. Iets voor een ander mens betekenen doet een mens vaak meer goed dan veel spullen of geld vergaren. Ook een doel in het leven hebben draagt bij aan een betekenisvol leven. En daarbij gaat het niet zozeer om grote zaken als de honger in de wereld willen verkleinen of de atoombewapening stoppen - hoe belangrijk en zinvol op zich ook -  maar om veel  simpeler zaken die dicht bij huis liggen, zoals een goede moeder of vader proberen te zijn,  bijdragen aan een plezierige werkomgeving of je inzetten voor een goed leven voor dieren om maar eens een paar voorbeelden te noemen.

Het zijn  voornamelijk de hogere doelen en een positieve bijdrage willen leveren aan onze omgeving die ons bevrediging geven. Het gaat om het verlangen om op de een of andere manier het verschil te maken, om bij te dragen aan iets dat boven onszelf uitstijgt. Maar het gaat ook om het vermogen om in de sleur van alledag zinvol te kunnen leven en werken.

We vinden niet allemaal onze roeping, maar dat betekent niet dat we geen zinvolle doelen in ons werk of onze omgeving kunnen ontdekken. Iets voor een ander betekenen geeft echter vrijwel iedereen een goed gevoel, zo blijkt telkens weer.
Niets is zo pijnlijk als buitengesloten zijn, nergens bij horen,  geen deel uitmaken van een gemeenschap of groep.

woensdag 24 mei 2017

Alternatief én regulier


Voor een goede gezondheidszorg is het belangrijk dat de diverse vormen van geneeskunde naast elkaar kunnen bestaan. Of met andere woorden dat de zachtere en zogenaamde alternatieve methodes of een meer geestelijke aanpak, zoals bijvoorbeeld mindfulness en meditatie, een volwaardige plaats krijgen naast de reguliere, vaak hardere en meer ingrijpende lichamelijke methodes als operaties, bestralingen en chemokuren. Het een kan niet zonder het ander.

Werd acupunctuur een paar decennia terug nog door een behoorlijk aantal mensen als een soort hokus pokus gezien. Inmiddels heeft deze eeuwenoude Chinese geneeswijze zijn bestaansrecht bewezen.

Iemand die al sinds jaar en dag een voorstander is van het positief  samengaan van beide vormen is de Nijmeegse arts Henk Fransen. Mede omdat het inmiddels een feit is dat 70% van de Nederlanders naast zijn of haar reguliere behandeling  ook voor een alternatieve behandeling kiest, zoals bijvoorbeeld haptotherapie, osteopathie, natuurgeneeskunde,  massage en het gebruik van kruiden om maar eens wat voorbeelden te noemen. Het is een ontwikkeling en vooruitgang die niet meer terug te draaien is. Wel zou er veel meer oog voor elkaars kundigheden moeten zijn. En dat gebeurt ook al in diverse praktijken, waar men bewust kiest om beide stromingen naast elkaar te laten bestaan en waar de huisarts, apotheker, chiropractor en psycholoog met elkaar in een pand gehuisvest zijn. Juist omdat men graag wil samenwerken en van elkaar wil leren. 

Werd het lichaam voorheen nogal eens als een machine gezien, die op onderdelen uit elkaar  te halen en herstellen was. Inmiddels weet men beter. Al werd er met die aanpak ook veel  bereikt, denk aan het terugdringen van allerlei infectieziekten. Maar het is een aanpak die tegelijkertijd zijn beperkingen heeft, vooral bij chronische klachten.

Een mens is ook niet alleen zijn lichaam. Hij beschikt ook over een geest, ziel en gevoel. En daarnaast bestaat er zoiets als een zelf genezend vermogen, dat veel meer aangesproken kan worden. Zo blijkt uit onderzoek van arts Henk Fransen dat kankerpatiënten die wekelijks aan een steungroep deelnemen veel minder chemokuren nodig hebben dan degenen die dat niet doen.

Zaken die veel aan onze gezondheid kunnen bijdragen: natuurlijke voeding, ontspanning, een goede slaap en  beproefde ontspanningsoefeningen, zoals yoga, mindfulness en de uit China afkomstige oefeningen: Chi Neng Qigong. De laatste zijn zachte, aandachtige en sierlijke bewegingen gebaseerd op ontspanning. En omdat spanning en stress volop in onze samenleving aanwezig zijn, is het niet verkeerd om bewust met ontspanning aan de slag te gaan.

dinsdag 9 mei 2017

Aanpakkers


Er zijn steeds meer mensen die zelf in hun eigen buurt, stad  of netwerk het initiatief nemen  om een bijdrage te leveren aan de verandering die ze graag zien. Zij willen de wereld een zetje in de goede richting geven naar milieu- en diervriendelijk, maar vooral ook naar een grotere mate van betrokkenheid van mensen en groepen onderling. Zij wachten niet op  initiatieven van de overheid of instellingen, want die zijn vaak log  en zo georganiseerd dat ze eerst aan allerlei regels en eisen moeten voldoen voordat ze tot echte veranderingen overgaan. Liever gaan mensen zelf aan de slag om de verandering die ze willen te realiseren.

Dat heeft al tot veel initiatieven geleid. Een van de bekendste is natuurlijk de voedselbank die zo’n 15 jaar geleden is opgericht voor mensen die te weinig financiële middelen hebben om goed te eten. Omdat veel van die mensen niet kunnen rondkomen hebben ze een aantal keer per week een gezamenlijke maaltijd. Behalve een volle buik levert dat ook sociale contacten en gezelschap op, want daaraan ontbreekt het deze mensen vaak ook. In de grote stad leven veel groepen mensen immers naast elkaar heen. Sommigen vallen echter net buiten de criteria en die kunnen sinds kort in de Gaarkeuken terecht.

 
Een ander zag dit probleem ook en organiseerde een werk- en ontmoetingsplek onder de naam THUIS. Mensen kunnen daar niet alleen voor een kop koffie of thee terecht, maar krijgen daar ook de mogelijkheid om zelf dingen te ondernemen of op te zetten, mede door kennis, materialen en talenten met elkaar te delen en uit te wisselen. Inmiddels is  deze ontmoetingsplek in meer steden gerealiseerd, zoals in Wageningen, Haarlem en Kloosterburen.

Ook worden er netwerken georganiseerd, zoals Bloomily, waarbij mensen vrijwillig kunnen bijdragen aan de zorg voor iemand. Om zo de mantelzorgers te ontlasten.
De insteek van al dit soort initiatieven en projecten is dat mensen uit hun isolement worden gehaald, dat ze kunnen samenkomen en samen aan de gang gaan om hun leefomgeving meer naar hun eigen behoefte in te richten. Of dat ze meer plezier in hun leven krijgen. Dat laatste is duidelijk de insteek van Het Danspaleis. De initiatiefneemster hiervan draait in zorgcentra oude nummers uit hun jonge jaren, waardoor de ouderen helemaal opleven en aan het dansen slaan, want die vroegere liedjes en muziek zitten in hun geheugen gegrift. Ze dansen en jiven erop los.

woensdag 19 april 2017

Van ego naar eco


Onlangs kwam ik de slogan tegen: van ego naar eco.  Dat zou kort samengevat de essentie van deze omslagtijd zijn. En ik denk eerlijk gezegd dat daar veel waarheid in zit, al is het natuurlijk nog lang niet overal waarneembaar. Maar zichtbaar is wel dat een steeds grotere groep mensen minder alleen op zichzelf betrokken is, maar ook oog heeft voor hun omgeving en de mensen om hen heen en daar hun steentje aan willen bijdragen. Zo ontstaan er op allerlei  gebieden inventieve samenwerkingsverbanden en is er steeds meer aandacht voor ecologische en milieuvriendelijke producten en projecten. Soms staan het milieu en de natuur daarin centraal, soms ook het verbinden van mensen of mensen met minder kansen erbij betrekken.

Deze mensen worden ook wel waarmakers genoemd, omdat ze niet afwachten of lijdelijk toezien, maar aan de slag gaan om de verandering die ze willen daadwerkelijk te realiseren. Ik schreef er in een eerdere blog ook al eens over.

Zo ook de dertigers en productontwerpers Simon Akkaya en Maarten Heijltjes. Zij hebben een productontwerpbureau in de voormalige Bijlmerbajes in Amsterdam, waar tot een paar jaar geleden de gevangen nog de was deden. In de voormalige bajes wonen tegenwoordig ook een aantal vluchtelingen, die ze bij hun ontwerpen en werk proberen te betrekken.

Dit ontwerpersduo ontwerpt alleen maar producten met een duurzame of sociale boodschap. Zo hebben ze de Goedzak bedacht. Hierin kunnen mensen spullen stoppen die ze niet meer nodig hebben, maar die nog goed en heel zijn en die anderen wel nodig kunnen hebben of gebruiken. Albert Heijn had hier ook een tijdje een actie mee. Kinderen konden in deze zak een mooi stuk speelgoed aan anderen cadeau  geven. En daarbij mocht het niet om oude meuk gaan, maar om speelgoed dat schoon, heel en compleet was.

Ik word altijd vrolijk van dit soort initiatieven, die soms simpel maar wel effectief zijn en die het delen, lenen en bij elkaar betrokken zijn bevorderen.  Maar het gaat ook over inventiviteit en verbinding, want dat laatste is minstens zo tekenend voor deze tijd.

Zo bedacht het ontwerpersduo ook een duurzame ledlamp, waarbij de armatuur van karton is gemaakt en de constructie door een potlood en een muntstuk van vijf cent bij elkaar wordt gehouden. Hoe simpel en creatief.  Zij noemen het de Zero-waste-lamp. Deze ontwerpers proberen van dingen die normaal als afvalmateriaal worden gezien, zoals bijvoorbeeld papier, karton en kokers, eigentijdse en kekke ontwerpen te maken. En daarbij ook nog oog te hebben voor de sociale aspecten van onze samenleving.

dinsdag 28 maart 2017

Rechtstreeks van de boer


Er zijn tegenwoordig steeds meer mensen die hun groenten en fruit  direct van de boer, tuinder of  voedselcoöperatie  geleverd krijgen via de zogenaamde groenteabonnementen of groentepakketten. In dat laatste geval krijg je eens in de week of eens in de twee weken een groentepakket aan huis geleverd met verse groenten van het seizoen. Soms zitten er ook verse kruiden bij. Ik zelf heb zo’n pakket inmiddels al 25 jaar, als het niet langer is en  dat bevalt me zeer goed. Ik ben er ook veel gevarieerder door gaan eten en creatiever van gaan koken. Al moet ik - eerlijk is eerlijk - bij sommige wintergroenten ook wel eens slikken, als ik weer pastinaak, pompoen of aardpeer in mijn pakket heb. Maar inmiddels heb ik wel geleerd om daar iets creatiefs mee te doen. Zo is de rösti van pastinaak bijvoorbeeld erg lekker.
De meeste mensen doen dat, omdat ze biologisch geteeld fruit en groenten willen zonder pesticiden en dergelijke, maar ook omdat ze  het prettig vinden om deze producten uit hun eigen streek geleverd te krijgen of om de boeren uit de eigen omgeving te steunen. Ook is er een steeds grotere groep mensen die biologisch geteeld fruit en groenten in de zo genoemde boerderijwinkels koopt.  Een relatief nieuw verschijnsel zijn ook de maaltijdboxen met producten uit de eigen streek, waarin alle ingrediënten voor een complete maaltijd zitten. Al is dat laatste een beetje een modetrend en zijn die wel wat duurder. Maar ja, dan hoef je ook niets meer zelf te bedenken en is je hele maaltijd in een keer duidelijk.
Een andere ontwikkeling die zich tegelijkertijd afspeelt, is dat er steeds meer voedselcoöperaties of voedselcollectieven ontstaan. De mensen die lid zijn van zo’n collectief kopen zelf hun biologische producten  bij de boer. Deze zijn over ’t algemeen goedkoper dan in de supermarkt of winkel, maar de deelnemers moeten zich vaak  wel een aantal uur vrijwillig inzetten om  tot productie en verspreiding te komen. Ook is er daarbij veel meer aandacht voor streekproducten, zoals bijvoorbeeld Sint-Jansrogge of Limburgse stroop.
Een andere variant, die daar enigszins op lijkt, zijn de zogenaamde pluktuinen. Het kan gaan om bloementuinen, waar allemaal verschillende bloemen zijn ingezaaid. De mensen mogen daar zelf een bos bloemen van samenstellen. Maar er zijn ook pluktuinen, waar mensen eerst zelf fruit  geplant en gekweekt hebben en waarvan men vervolgens in de zomer de vruchten, bessen,
bramen en frambozen zelf kan oogsten en opeten.

woensdag 15 maart 2017

Verbondenheid doet goed


Verbondenheid is een belangrijke waarde in een mensenleven. Verbinding hebben met de mensen om ons heen is zelfs één van de basisbehoeften en misschien na veiligheid en geen honger hebben wel een van de belangrijkste behoeften. Mensen worden gelukkig van verbinding met anderen, maar ook van verbinding met de dingen om ons heen. Als je van de buren eens tuingereedschap of de trapladder kunt lenen, elkaars pakjes van de postbode kunt aannemen of een gezamenlijke buurtbarbecue of snoeidag organiseert, worden de meeste mensen daar blij van.

Mensen zoeken op de een of andere manier ook altijd naar verbondenheid en gemeenschappen en worden over ’t algemeen gelukkig van contact, heelheid en verbinding, aldus de Amerikaanse schrijfster Lynn MC. Taggert. En de vooruitstrevende wetenschappers geven haar daarin gelijk. In tegenstelling tot de wetenschappers van vroegere tijden, want die zagen de mens vooral als een competitief wezen.

Niets is zo schadelijk voor een mens als isolement op wat voor een manier dan ook.  Nabijheid en ergens bij horen is van levensbelang, zei jaren geleden ook al de psycholoog John Bowlby. Maar wat houdt nabijheid eigenlijk in? Tegenwoordig kunnen we elkaar heel gemakkelijk via allerlei nieuwe media als Facebook, Twitter, smartphones en apps  bereiken. En hoe prettig dat op zich ook is, het kan ook een illusie van contact geven en je misschien zelfs wel afhouden van daadwerkelijk bij elkaar op bezoek gaan of over de vloer komen.  Om ons echt met elkaar verbonden te voelen is het belangrijk dat we elkaar ook kunnen zien, horen, voelen en aanraken. Alle zintuigen zijn er, als het goed is, bij betrokken. Nabijheid, iemand kunnen zien en aanraken zijn heel wezenlijk in het contact tussen mensen en vergroten het helend vermogen. Liefdevolle aanrakingen zorgen er namelijk voor dat er oxytocine wordt aangemaakt. Dat is een hormoon  dat een prettig gevoel geeft - het wordt ook wel het gelukshormoon genoemd - en de verbinding met de ander versterkt.  
Om echt toegang te krijgen tot iemands binnenwereld  zullen we moeite moeten doen om elkaar te leren kennen. En dat laatste is een voortdurend proces, het is niet iets wat je één, twee, drie bereikt. Wat voor echt contact ook heel belangrijk is, is dat je jezelf accepteert.  Acceptatie ligt altijd ten grondslag aan verbinding.