donderdag 10 april 2014

De zin van aanvullende geneeswijzen



De laatste tijd zijn er steeds vaker positieve geluiden te horen over de toepassing en het  gebruik van  alternatieve geneeswijzen en complementaire methoden die hun effectiviteit hebben bewezen, ook uit de hoek van artsen en ziekenhuisbestuurders. Dat juist ook zij  meer in deze richting bewegen, is hoopvol. Deze methoden en geneeswijzen, waarvan sommige aanvankelijk uit andere werelddelen afkomstig zijn, zoals bijvoorbeeld ayurveda en acupunctuur, worden niet langer in het verdomhoekje gezet en afgedaan als baarlijke nonsens. Behalve dan door de heer Renckens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij die deze  - tegen de tijdgeest in - te vuur en te zwaard blijft bestrijden.
Maar over ’t algemeen blijkt er sprake te zijn van een soort voortschrijdend inzicht  dat ook behandelingen als acupunctuur, osteopathie,  Bach remedies,  mindfulness en bijvoorbeeld muziektherapie tijdens een operatie tot goede resultaten kunnen leiden. En deze methodes zijn in veel gevallen goedkoper dan de reguliere behandelingen en medicijnen, waarvan de laatste soms een leven lang moeten worden geslikt. 

Het kostenaspect speelt wel degelijk een rol in de afwegingen om meer van deze alternatieve methoden gebruik te gaan maken, maar dat maakt op zich niet uit.  Het is in mijn ogen juist een goede zaak - en een stap voorwaarts - dat we het niet meer normaal gaan vinden dat er bij klachten en ziektes meteen ’t duurste uit de medische kast moet worden getrokken. Het is bijna een kwestie van: u vraagt, wij draaien. Maar soms zijn er met wat eenvoudiger ingrepen of behandelingen ook goede resultaten te behalen. Dat vraagt echter wel enige inspanning van de betrokkene zelf om een zekere verandering van levensstijl te bewerkstelligen of bepaald gedrag te veranderen. En zoals de meesten van ons wel weten, is dat laatste bepaald niet  gemakkelijk. Maar desondanks de moeite van het proberen waard, want langdurig medicijngebruik blijkt ook de nodige nadelen en klachten met zich mee te brengen en soms zelfs tot nieuwe klachten te leiden.  

Ook de WHO (World Health Organisation) roept landen op om te onderzoeken welke vormen van aanvullende zorg zinvol zijn en ingevoerd kunnen worden.
Het zijn allemaal tekenen van een eerste, hoopvol begin van het broodnodige samengaan van  regulier en alternatief, van lichaam en geest,van medische & wetenschappelijke  hoogstandjes en simpele, dagelijkse middelen. Uiteindelijk kan dat leiden tot een gezondheidszorg die goed is voor iedereen en ons straks niet ons halve maandsalaris gaat kosten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen